Margot (Doria Tillier) moet Victor (Daniel Auteuil) de ontmoeting met zijn grote liefde doen herleven, in ‘La belle époque’.

Interview

Terug in de tijd om je ouders te herenigen

Interview Nicolas Bedos „We leven in nostalgische tijden”, zegt regisseur Nicolas Bedos over zijn film ‘La belle époque’, waarin een zoon voor zijn ouders de jaren zeventig herschept.

‘Wat is mijn rol?”, vraagt actrice Margot aan het begin van La belle époque aan haar geliefde – of ex-geliefde – Maxime. Ze delen een bed, de regisseur en zijn muze. Maar nu even niet. Want hij wil dat ze een rol gaat spelen in het leven van zijn vader: „Je speelt de liefde van zijn leven. Daar ben je goed in.” Het cynisme druipt eraf. Het zit niet meer zo lekker tussen die twee.

La belle époque van de Franse regisseur Nicolas Bedos (1980) is een ingenieus spiegelpaleis dat doet denken aan andere ambitieuze film-in-en-over-filmconstructies zoals Peter Weirs The Truman Show, Charlie Kaufmans Synecdoche, New York of Omer Fasts Remainder. In het kort: vader Victor (Daniel Auteuil) lijkt een van die mannen met een eeuwigdurende midlifecrisis. Zijn echtgenote Marianne (Fanny Ardant) verliet hem voor een jongere minnaar en zoon Maxime is een groot kind: de huwelijksperikelen van zijn ouders staan zijn volwassenwording in de weg.

Dus doet Maxime wat alle kinderen zouden willen: hij bedenkt een plan om zijn ouders weer bij elkaar te brengen. Het moet zijn ultieme regie worden. Met hulp van zijn vriend Antoine, die een bedrijf runt dat wensdromen en herinneringen nabouwt in een fysiek soort virtualreality met echte acteurs, decors, kostuums, pruiken en snorren, wil hij zijn vader het moment laten herbeleven waarop die zijn moeder ontmoette. Het ultieme simulacrum dus, een nostalgische hyperrealiteit. En natuurlijk gaat daarna alles door elkaar lopen.

„Victor is gebaseerd op zowel mijn vader als mijzelf”, vertelt regisseur Bedos in september op het filmfestival van Toronto. „Het is zowel een autobiografisch verhaal als een compleet verzinsel.” Hij zit op de bank naast actrice Doria Tillier, zijn ex of misschien ook niet, maar daar mogen we het verder niet over hebben van de publiciteitsagent. Ze speelt Margot, en is in het echte leven ook zijn muze, aldus dezelfde publiciteitsagent.

‘La belle époque’ gaat over de definitieve creatie, een complex eenpersoonskunstwerk dat de tijd kan terugdraaien en het heden veranderen. Maken we niet altijd kunst voor iemand, in de hoop iemands leven ermee te veranderen? Heeft u zo’n ideale toeschouwer?

„Ik maak in eerste instantie films voor mezelf. Het is een langdurig proces, dus als ik me er zelf niet mee kan vermaken dan houdt het op. Dan maak ik elke film ook voor een kleine kring van mensen die belangrijk voor me zijn, zoals Doria, die op een bepaalde manier ook de mede-auteur van mijn films is. Dan komt het publiek. Deze film heb ik behalve voor Doria ook voor actrice Fanny Ardant geschreven. Ik kan niet zeggen dat ik elementen van haar leven heb verwerkt, maar wel van haar persoonlijkheid. Zo is de film ook een ode aan haar geworden.”

Meer nog dan over herinneringen gaat uw film over nostalgie. Wat is dat toch met nostalgie? En waarom naar de jaren zeventig?

„We leven in nostalgische tijden. Zelfs de meest progressieve mensen die ik ken hebben een onverklaarbaar verlangen naar vroeger. En je ziet het ook aan jonge mensen nu, die zelfs verlangen naar een tijd van voordat ze geboren zijn. Het heeft van alles te maken met het verdwijnen van politieke stabiliteit, van de publieke omroep, van gedeelde waarden en zekerheden. Er is geen gedeeld kader meer.

„Alles wat Daniel Auteuil in de film zegt zijn dingen die ik mezelf tot mijn grote schrik heb horen zeggen, of die ik om me heen heb gehoord. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik een grumpy old man ben. De film is geen pleidooi voor nostalgie of reconstructie. Het wás vroeger niet beter. Maar ik ben wel benieuwd waarom we dat denken. En de jaren zeventig… ach, ik heb een zwak voor die esthetiek. Voor de kleuren. De sigarettenrook.

„De jaren zeventig zijn ook nog om een andere reden interessant, maar daar heb ik het in deze film nog niet echt over. Het is het tijdperk van de laatste utopieën, voordat het kapitalisme z’n huidige fase inging en de spektakelmaatschappij het overnam. Het simulacrum, de schijnwerkelijkheid van de film is op een bepaalde manier ook het gevolg van de tijd waarin we nu leven. We kunnen niet zo goed meer in het hier en nu zijn, maar tegelijk verlangen we van films en tv-series dat ze ons steeds meer in hun realiteit onderdompelen.”

U maakt het soms wel ingewikkeld. Aan de ene kant lijkt het erop dat u het publiek aan het puzzelen wilt zetten: wie is wie, wat is echt, wat is gespeeld. Aan de andere kant wilt u ook pleasen.

„Ik heb geen aflevering van Black Mirror willen maken, als je dat bedoelt. Het is geen filosofie of maatschappijkritiek, al denk ik wel over die dingen na. De paradox is dat ik echt iets heb willen maken wat ik zelf onderhoudend vond, een soort persoonlijke patchworkdeken. Ik heb een backstage-wereld willen scheppen die ik zelf ken, waar theater en werkelijkheid door elkaar lopen. Dat is een wereld waar ik van hou. En ik heb geprobeerd de balans te vinden tussen diepe melancholie en een bepaald sarcasme.”

Correctie 8/1: in een eerdere versie van dit artikel stond dat regisseur Nicolas Bedos een Zwitser is. Hij is een Fransman. Dat is hierboven aangepast.