Recensie

Recensie Film

Hitlerjunge Jojo ontwaakt uit nazidroom in ‘Jojo Rabbit’

Jeugdfilm Door volwassen ogen schiet ‘Jojo Rabbit’ tekort als tragikomedie over een tienjarige nazi met Adolf Hitler als fantasievriendje. Als jeugdfilm is hij prima.

De tienjarige Jojo (Roman Griffin Davis) krijgt een peptalk van zijn denkbeeldige vriendje Adolf (Taika Waititi) in ‘Jojo Rabbit’.
De tienjarige Jojo (Roman Griffin Davis) krijgt een peptalk van zijn denkbeeldige vriendje Adolf (Taika Waititi) in ‘Jojo Rabbit’.

Onlangs zette ik bij het redigeren ‘drama’ boven een recensie in plaats van ‘jeugdfilm’ – ik zeg niet bij welke film. „O, maar in dat geval geef ik deze film twee ballen, niet vier”, reageerde de recensent. We kwamen toch maar ‘jeugdfilm’ overeen.

Jojo Rabbit van de Nieuwzeelander Taika Waititi wordt als een voldragen tragikomedie gebracht. Bij de première op het filmfestival van Toronto won hij de publieksprijs en dan wacht doorgaans Oscarglorie. Toch geef ik liever vier ballen aan een puike jeugdfilm dan twee of drie aan een half geslaagde tragikomedie. Want innemend is-ie, maar humor en Hitler zijn een delicate combinatie waar Waititi zich aan vertilt.

In Jojo Rabbit bevinden we ons in de herfstdagen van het Derde Rijk. Johannes (Jojo) is tien jaar, eigenlijk veel te oud voor een fantasievriendje – ook als dat vriendje Adolf Hitler heet. Maar de kleine nazi uit Falkenheim is erg timide en de opgewekte hansworst Hitler (Taika Waititi) staat altijd klaar met een troostrijk woord of peptalk. Al keert zijn advies zich vaak tegen Jojo (Roman Griffin Davis). Wanneer de grote jongens hem op Hitlerjugendkamp pesten omdat hij een konijn de nek niet durft om te draaien, belandt hij dankzij Hitler in het hospitaal met een gezicht vol littekens en een kreupel been.

Thuis revaliderend ontdekt Jojo dat moeder Rosie (Scarlett Johansson) een onderduiker verbergt: het Joodse meisje Elsa (Thomasin McKenzie). Verraadt Jojo haar, dan gaat zijn moeder er ook aan. Dus moet hij met haar leren leven, en verandert Jodenhaat in nieuwsgierigheid en toenadering. Jojo’s geloof wankelt.

In Toronto slepen ondanks de bijval van het publiek enkele filmcritici de messen en fileerden Jojo Rabbit als naïeve drek, braaf en tandeloos. Deze ‘antihaat-film’ zou een gemakzuchtig links-liberaal wereldbeeld uitdragen waarin (neo)nazi’s – kinderen én volwassenen – slechts misleid zijn door nare volksmenners en net als Jojo „fuck off, Hitler” roepen zo snel de schellen ze van de ogen vallen. Anno 2019 moet je wel een liberale miljonair uit Hollywood zijn om zo optimistisch over radicaal rechts populisme te denken.

Daar zit iets in. Jojo’s stadje Falkenheim is een gemoedelijke parodie op het Derde Rijk, bevolkt door koddige types: kapitein K. (Sam Rockwell), een Duitse oorlogsheld en kasthomo, de oliedomme Frau Rahm (Rebel Wilson) en een peloton klonen van Gestapoman Herr Flick uit Allo Allo. De humor is kinderlijk: soms innemend, soms melig. Al kan Jojo Rabbit onverwachts grimmig zijn. Een rijtje burgers bungelt dan aan een balk op het marktplein, alsof Falkenheim een bezet Russisch dorp is.

Die mix van nazi-gruwelen en quasi-naïeve humor herinnert aan La vita è bella van de Italiaanse komiek Roberto Benigni, die in 1997 drie Oscars won. Ook toen was de filmkritiek verdeeld, en in zekere zin spiegelen beide films elkaar. In La vita è bella doet een Joodse vader alsof het concentratiekamp een spelletje is om zijn zoon tegen de gure realiteit te beschermen, in Jojo Rabbit moet de realiteit een jochie uit zijn rozige nazidroom wekken.

Joyce Roodnat schreef een kritische kanttekening bij de vele Oscarnominaties voor Benigni’s ‘La Vita è bella’ in 1999. Eerder vond recencent Raymond van den Boogaard dat de film met zijn groteske benadering recht deed aan de onmenselijkheid van de jodenvernietiging

Alleen: de nazi-realiteit van Jojo Rabbit is dus niet guur, eerder gezellig. Dik Trom en de jongens van de Kameleon zouden zich prima thuis voelen in dit Derde Rijk. De toon wordt al gezet bij de begintitels waar bij nazi-propaganda een Duitse cover van I want to hold your hand klinkt: de Führercultus als Beatlemania.

Die in feite onschuldige buitenwereld verhoudt zich moeizaam tot de meer serieuze binnenwereld van de kleine Jojo. De wantrouwige relatie van ouders en gelijkgeschakeld kind in een totalitaire samenleving, een vijandbeeld dat verkruimelt door menselijk contact: Waititi speelt deze thema’s prima uit met hulp van de formidabele Scarlett Johansson, die als moeder Rosie geen zorgzaam geweten is maar een dappere, wat trieste en eenzame vrouw van vlees en bloed. McKenzie is als onderduiker grappig, slim en stekelig: een Anne Frank met scherpe nagels.

Maar Jojo Rabbit zakt door het ijs als de zaken een dramatische wending nemen; de context is te jolig om werkelijk in die tragiek mee te gaan. Regisseur Waititi mist gewoon het temperament: zelfs als Amerikanen en Russen samen een bloedbad aanrichten – Falkenheim is een soort Derde Rijk in miniatuur – blijkt dat vooral komisch.

Taika Waititi’s onbevangen, spontane humor ontwapende me in vampier-realityshow What We Do In The Shadows, Hunt for the Wilderpeople en Marvelfilm Thor: Ragnarok. Bij Jojo Rabbit zou hij me ontwapenen als ik met twaalfjarige ogen keek, zonder me te bekreunen over subtekst, wereldbeeld, consequentie. Door zulke ogen is Waititi’s anti-haatboodschap ook vast inspirerend, niet obligaat. Helaas ben ik al bedorven. Misschien kunt u het nog?