Ghosn ontvlucht Japanse rechter, die niet onfeilbaar is

Nissan-topman Carlos Ghosn nam de benen naar Libanon. Of hij schuldig was aan fraude staat niet vast maar op het Japanse rechtssysteem is het nodige aan te merken.

In Beiroet is er altijd veel steun en bewondering voor Carlos Ghosn geweest. De opname dateert van december 2018.
In Beiroet is er altijd veel steun en bewondering voor Carlos Ghosn geweest. De opname dateert van december 2018. Foto Joseph Eid/AFP

Carlos Ghosn, de gevallen topman van Nissan die maandagavond opeens in Libanon opdook, is niet van plan zich te verbergen als een voortvluchtig crimineel. Integendeel, hij kijkt juist uit naar interviews met journalisten, liet hij weten in een korte verklaring. Dan zal hij uitleggen waarom hij „ontsnapt is aan onrecht en politieke vervolging” in Japan.

Ghosn (65) heeft zich sinds zijn arrestatie in november 2018 geregeld beklaagd over het Japanse rechtssysteem, dat volgens hem de grondrechten van verdachten schendt. Nu zijn proces naderde – het staat gepland voor april – zag hij blijkbaar geen andere uitweg dan stiekem het land te verlaten. Volgens een onbevestigd bericht van een Libanese tv-zender heeft hij zich tijdens zijn vlucht, met een privévliegtuig, verstopt in de doos van een muziekinstrument.

Of Ghosn inderdaad aan een showproces onderworpen zou worden, of dat hij de unieke kenmerken van het Japanse strafrecht slechts aanhaalt om een martelaarsrol te kunnen claimen, zal nog wel even onduidelijk blijven. Libanon heeft geen uitleveringsverdrag met Japan en was altijd trots op Ghosn, die er een groot deel van zijn jeugd doorbracht. In 2017 gaf het land een postzegel met zijn portret uit. Het is dus de vraag of de Braziliaans-Frans-Libanese Ghosn, die zegt onschuldig te zijn, ooit terecht zal staan voor de aanklachten van financieel wangedrag die Japanse aanklagers tegen hem hebben uitgevaardigd.

Achterhaald rechtssysteem

Maar of hij nu schuldig is of niet, Ghosns kritiek op het Japanse strafrecht wordt breder gedeeld. Juristen en mensenrechtenorganisaties menen dat het systeem achterhaald is, waardoor de rechten van verdachten onvoldoende zijn gewaarborgd. De kans op vrijspraak is bijvoorbeeld bijzonder klein: 99 procent van de zaken die voorkomen eindigen in een veroordeling.

In 2014 publiceerde oud-rechter Hiroshi Segi het boek Rechtbanken zonder hoop, waarin hij uiteenzette waarom hij geen deel meer wilde uitmaken van de Japanse rechtspraak. Een van de problematische praktijken, schreef hij, is dat openbaar aanklagers en rechters te zeer op één hand zijn. Aanklagers selecteren alleen zaken die zij vrijwel zeker zullen winnen, waardoor rechters minder kritisch naar het bewijs kijken. „Dit buitensporige leunen op het openbaar ministerie werkt gerechtelijke dwalingen in de hand”, aldus Segi.

Dat is extra problematisch als een land de doodstraf hanteert. Sprekend is het voorbeeld van Iwao Hakamada, een bokser die in 1968 tot de galg werd veroordeeld voor de moord op een gezin. Na bijna 48 jaar in de dodencel – een wereldrecord – werd hij in 2014 alsnog vrijgesproken, toen het mogelijk bleek te zijn dat rechercheurs het bewijs tegen hem hadden vervalst.

Geen borgtocht

Het hoge percentage veroordelingen wordt ook bevorderd door de detentiepraktijk. In tegenstelling tot veel andere ontwikkelde landen mogen verdachten die in voorarrest zitten zonder van een geweldsmisdrijf te worden verdacht niet op borgtocht vrij komen. Het komt veel voor dat aanklagers bewust hun aanklachten verspreid uitserveren, om de voorlopige hechtenis steeds opnieuw te kunnen verlengen.

Zo beginnen moordzaken vaak met de beschuldiging van ‘het verkeerd achterlaten van een lijk’. De verdachte wordt gearresteerd en kan steeds opnieuw ondervraagd worden, zonder bijzijn van een advocaat. Door de moordaanklacht later toe te voegen, wordt het voorarrest verlengd. Dit mechanisme bevordert de neiging om te bekennen en dat maakt de moordaanklacht weer makkelijker te bewijzen.

Wie bekent, kan makkelijker op borgtocht vrijkomen, legde voormalig openbaar aanklager Nobuo Gohara uit aan de krant Japan Times. Wie niet bekent, „wordt in feite gegijzeld tot hij de aanklagers vertelt wat ze willen horen.”

Ook Ghosn werd maanden vastgehouden, volgens zijn advocaten in eenzame opsluiting, en dagelijks urenlang ondervraagd. Enkele weken na zijn vrijlating in maart werd hij opnieuw gearresteerd en tijdelijk opgesloten. Na betaling van miljoenen euro’s aan borg kwam hij in april onder een streng huisarrest te staan. Zo mocht hij geen gebruik maken van het internet, het land niet verlaten en zijn vrouw niet ontmoeten (zij zou nu bij hem zijn in Beiroet). Volgens Ghosns advocaten houdt justitie 6.000 bewijsstukken voor hen achter.

Door deze ontwikkelingen gaat de zaak-Ghosn niet meer over de vraag of een van de kopstukken van de internationale auto-industrie corrupt is, maar over de vraag of het systeem dat hem moet veroordelen wel deugt. Wie daar eenmaal inzit, kan haast niet meer ontsnappen. „Als Japan zijn reputatie van zeer ontwikkelde democratie wil waarmaken, moet het zijn strafrechtsysteem moderniseren”, schreef Human Rights Watch na Ghosns arrestatie.

Zelf verklaarde de topman dinsdag vanuit Libanon: „Ik word niet langer gegijzeld door een gemanipuleerd rechtssysteem waarin schuld het uitgangspunt is, discriminatie wijdverbreid is en basale mensenrechten worden geschonden.” Zijn Japanse advocaat, die zei volledig verrast te zijn door Ghosns vlucht, zit tussen twee vuren. Hij heeft herhaaldelijk namens zijn cliënt bezwaar gemaakt tegen de „gijzelingsrechtspraak”, maar noemde dinsdag Ghosns stunt „onverdedigbaar en verraad van het Japanse rechtssysteem”.