Gaan we nu eindelijk twintig-twintig zeggen?

2020 De cijfercombinatie van het nieuwe jaar doet bij sommigen het hart sneller kloppen. Maar hoe spreek je het uit? En: twintig keer de menselijke, dus vaak onlogische fascinatie met getallen.

Illustratie Martien ter Veen

Het gaat niet meer gebeuren. Acht jaar geleden voorspelde hoogleraar Nederlands Marc van Oostendorp in een blog dat we ‘tweeduizendtwaalf’ zouden gaan uitspreken als ‘twintigtwaalf’. Van Oostendorp, verbonden aan de Radboud Universiteit, had vaak twenty twelve op de Amerikaanse televisie gehoord, in de context van Obama’s herverkiezingscampagne en de Olympische Spelen, en hij dacht: dat komt wel overwaaien, dat gaan we hier ook doen. Maar inmiddels is het 2020 en gelooft hij niet meer in de vertwintigificering der jaartallen. Hij noemt het huidige jaar geen ‘twintigtwintig’, maar ‘tweeduizendtwintig’. „Zo zeg ik het denk ik ook als ik er niet op let.”

Dat doen, waarschijnlijk, de meeste mensen. Vereniging van taalliefhebbers Onze Taal hield er vorig jaar twee enquêtes over: in maart op Twitter (1.530 stemmen) en in november op hun website (2.617 stemmen). In beide polls zei ongeveer driekwart van de mensen ‘tweeduizendtwintig’ te zeggen en ongeveer een kwart ‘twintigtwintig’.

Nu zijn dat natuurlijk geen representatieve onderzoekjes. En je weet ook niet of mensen in de praktijk echt zeggen wat ze zéggen dat ze zeggen. Hoe mensen de jaren van deze eeuw uitspreken en of er enige verschuiving plaatsvindt van ‘tweeduizend…’ naar ‘twintig…’ is niet goed onderzocht. Van Oostendorp keek zelf begin 2016 half voor de grap welke varianten van de uitgeschreven jaartallen 2011 tot en met 2016 hij met Google het meest op internet aantrof. Hij leek pas bij 2016 een forse toename van ‘twintig…’ te zien; bij eerdere jaren was het nog ‘tweeduizend…’ wat de klok sloeg.

Maar dat gegoogel was destijds al geen goede onderzoeksmethode meer, zegt hij: „Een enorm verlies, want een paar jaar eerder kon je nog zelf scriptjes schrijven waarmee je bijvoorbeeld echt dialectonderzoek kon doen met Google. Maar tegenwoordig zijn je zoekresultaten helemaal gepersonaliseerd, volgens een onbekend algoritme.”

Dat blijkt, want toen NRC dit onderzoekje overdeed met de jaren 2010 tot en met 2023, was niet 2016 maar 2018 het jaar waarop ‘twintig…’ flink toenam. Vond Van Oostendorp in 2016 nog 50 procent ‘twintigzestien’-schrijvers, NRC trof nog slechts 5 procent ‘twintigzestien’ en 95 procent ‘tweeduizendzestien’. Aan zulk onderzoek heb je dus helemaal niets.

Wel opvallend: op de een of andere manier lijkt het moment waarop we denken dat veel mensen ‘twintig…’ gaan zeggen, altijd in de nabije toekomst te blijven liggen. Van Oostendorp: „Er zijn nu ook al mensen die zeggen dat het vanaf 2021 gaat gebeuren, omdat je dan niet meer van twintig naar een kleiner getal gaat, zoals bij ‘twintig-negentien’ of ‘twintig-achttien’, maar naar een groter getal: twintig-eenentwintig.”

Dat klinkt als een smoesje? „Ja, alle mogelijke verklaringen klinken als een smoesje.” Van Oostendorp gelooft bijvoorbeeld ook niets van het idee dat twintig-twintig relatief moeilijk uit te spreken zou zijn en dat mensen het daarom niet gebruiken. „Misschien is € 20,20, ‘twintigtwintig’, een raar bedrag, maar je kunt het best zeggen.”

Lees ook: Tegeltjeswijsheden uit 2019, de beste tips en levenslessen uit NRC

Maar waarom zijn we dán niet massaal twintigtwaalf, twintignegentien, twintigtwintig gaan zeggen, een hele lettergreep korter dan de ‘tweeduizend…’-varianten? „Ik ben bang dat het toeval is”, zegt Van Oostendorp. „Het had kunnen gebeuren, maar het is niet gebeurd. Zo werken modes. Misschien concluderen we aan het eind van de eeuw dat we er altijd mee zijn blijven worstelen. Dan beweren mensen in 2097: volgend jaar zeggen we écht ‘twintig-achtennegentig.” Lachend: „Terwijl iedereen zich eind vorige eeuw druk maakte over de millenniumbug hebben we dit probleem over het hoofd gezien.”

  1. Liefde voor getallen is vaak onlogisch

    Ook mensen die niet van wiskunde houden, hebben vaak iets met getallen. Ze vinden het bijvoorbeeld leuk als het een rond jaar is, zoals 2020, als het 12:34 of 22:22 is op de klok, of ze hebben een geluksgetal. Ionica Smeets, wiskundige en hoogleraar wetenschapscommunicatie, publiceerde onlangs het boek Superlogisch: hoe getallen je helpen om de wereld beter te begrijpen. Maar we spraken haar nu vooral over getallenliefde die ónlogisch is.

  2. Op hoeveel manieren je van getallen kunt houden, is onbekend

    Je kunt van een getal houden omdat het je aan een datum doet denken waarop iets bijzonders gebeurde, omdat de cijfervorm je aanstaat, omdat het getal een belangrijke rol in een boek of film speelt, of in een tak van wetenschap, of om de wiskundige eigenschappen. Maar zijn dat alle manieren? Zowel Ionica Smeets als de Britse wiskundeschrijver Alex Bellos heeft zich in soorten getallenliefde verdiept, maar er nog geen definitief getal op geplakt.

  3. Het lievelingsgetal van Ionica Smeets is 1729…

    Begin 20ste eeuw haalde de Britse wiskundige G.H. Hardy het Indiase getallenwonder Srinivasa Ramanujan naar Engeland, vertelt Smeets. „Ramanujan werd er doodziek en Hardy bezocht hem in het ziekenhuis. Hij wilde hem opvrolijken met het nummer van zijn taxi en verontschuldigde zich dat het een saai getal was: 1729. Maar Ramanujan zag meteen dat dat het kleinste getal is dat je op twee manieren als som van twee derdemachten kunt schrijven!” Namelijk 13 + 123 en als 93 + 103.

  4. …maar niet om wiskundige redenen

    Leuk, die derdemachten, maar 1729 is Smeets’ lievelingsgetal omdat het voor haar symboliseert dat schoonheid zelfs in triviale dingen zit.

  5. Zeven is het populairste lievelingsgetal

    In een internetenquête van Alex Bellos, bijvoorbeeld, koos bijna 10 procent van 44.000 deelnemers 7 als lievelingsgetal. Omdat het een buitenbeentje is, denkt Bellos: het enige getal van 1-10 dat je nergens mee kunt vermenigvuldigen of door iets delen waarna het weer een getal van 1-10 is. Mensen willen dus een buitenbeentje zijn, schampert Smeets, „en hebben dan met zijn allen hetzelfde lievelingsgetal.”

  6. Ionica Smeets had ooit een mooie ruzie over het getal 22

    „Ik heb een ex die allerlei kosmische betekenissen toekende aan het getal 22”, vertelt Smeets. „Daar kregen we ruzie over in de supermarkt. Toen moesten we afrekenen en was het 22,22 gulden. Dus hij zei: ‘Het heelal probeert je nu iets te vertellen.’ Maar ik zei: ‘Je hebt het zo vaak over 22, dit moest wel een keer gebeuren.’”

  7. Het Getal van het Jaar 2019 is 498

    Dat is het aantal punten waarmee Duncan Laurence het Eurovisie Songfestival won. „De Getal van het Jaar-verkiezing begon uit irritatie dat er zoveel ‘woord van het jaar’-verkiezingen zijn”, zegt Smeets. „Het leuke is: uit alle belangrijke gebeurtenissen valt wel een getal te halen.”

  8. ‘Harde cijfers’ zijn vaak niet hard

    Getallen lijken hard, waarschuwt Smeets een paar keer in haar boek, maar kijk altijd goed wat en hoe er is gemeten. Hebben mensen van jouw leeftijd gemiddeld een ton spaargeld? Dat zegt weinig: misschien hebben een paar mensen heel veel en anderen bijna niks.

  9. Getallen zijn bevredigend

    Bij de auteur van dit artikel is een uur lopen ongeveer zesduizend stappen en een uur interviewen ongeveer zesduizend woorden. Twitteraars voegden toe: het aantal bladzijden van een filmscript is het aantal minuten dat de film duurt en het geboortegewicht van een baby is ongeveer gelijk aan het gewicht van de as in een urn. Bizar en mooi.

  10. Getallen motiveren!

    „Ik moet altijd een priem-aantal baantjes zwemmen”, zegt Smeets. „Ja, dan kom je aan de andere kant van het zwembad uit, dus daar zet ik mijn tas alvast neer. En nu ik een fitbit heb, moet ik elke dag tienduizend stappen doen. Totaal idioot, maar je gaat wel denken: ik haal zelf wel even thee.”

  11. Getallen dwingen!

    Mensen hebben ook zinloze dwangmatige tics met getallen. „Als iemand zegt dat hij kinderen heeft van 8, 6 en 4, denk ik: waar is die van 2?”, zegt Smeets. „En ik ken mensen die verkering kregen op 4 april, trouwden op 5 mei, maar toen ze gingen scheiden was dat niet op 6 juni. Dat vond ik een gemiste kans. Maar dat heb ik niet gezegd hoor.”

  12. Getallen dwingen soms te veel

    Smeets: „Je bent geneigd een hotel dat op internet gemiddeld een 8,8 krijgt te verkiezen boven een hotel dat een 8,4 krijgt. Maar dat tweede hotel kan voor jou veel beter zijn.”

  13. Schatten is één van de zinnigste dingen om met getallen te doen

    „Veel mensen weten vooraf vrij precies of ze straks bij de kassa 60 of 70 euro moeten afrekenen”, zegt Smeets. „Ik ontmoet regelmatig mensen die zeggen: ik dacht dat ik niet goed met getallen was, maar dit soort dingen doe ik wél vaak. Schatten is een rommelige manier om met getallen om te gaan, maar heel zinnig.”

  14. Soms moet je het vaag houden…

    Van kok Karin Luiten leerde Smeets dat een kwartiertje sudderen prettiger klinkt dan 15 minuten. „En als iemand een uurtje langskomt, is dat fijner dan als hij zegt: ik kom 60 minuten.”

  15. …soms moet het exact

    Een jurkje van 59,99 euro voelt betaalbaarder dan een jurkje van 60 euro. Maar, schrijft Bellos in zijn boek Alex Through the Looking-Glass (2014), een therapeut die 59,99 euro rekent, vertrouw je niet. Dat moet 60 euro zijn, anders lijkt die therapeut oneerlijk.

  16. Naast taalpuristen bestaan er getalpuristen

    Smeets: „Er zijn mensen die zich heel druk maken over de vraag of het nieuwe decennium nu is begonnen of volgend jaar pas. Net als er mensen zijn die vonden dat het millennium pas in 2001 begon. En mensen die tegen pi zijn. Die vinden dat je tau moet gebruiken, dat is twee keer pi en dat komt in meer formules voor. Als je pi toch nodig hebt, zeggen die mensen, doe je maar tau gedeeld door twee.”

  17. Je kunt je BSN checken, maar niet kiezen

    In Smeets’ boek staat een rekentest om te bepalen of een getal een geldig burgerservicenummer is. Vermenigvuldig het 9de cijfer (bij 8 cijfers, zet er een 0 voor) met -1 (bij uitzondering negatief), het 8ste met 2, het 7de met 3, het 6de met 4, en zo verder met positieve getallen. Tel de resultaten op. De uitkomst moet een veelvoud zijn van 11. Toen haar eerste kind geboren werd, hoopte Smeets dat ze een BSN voor hem uit verschillende opties mocht kiezen, en dat hij dan een priemgetal kreeg. Helaas. Nu heeft haar zoon een BSN dat eindigt op 666.

  18. 2020 (het jaar) is geen getal

    Het is een naam, zegt Marc van Oostendorp. „Geen getal, want je kunt tegen het jaar 1918 wel negentien-achttien zeggen, maar je kunt niet zeggen: ik heb negentien-achttien kippen. 2020 is de naam van een jaar, volgens een naamgevingssysteem dat van de getallen is afgeleid. Dat is bijzonder, want de meeste eigennamen zijn niet volgens een systeem gevormd, maar willekeurig.”

  19. 2020 is niet zo’n mooi jaar

    Vind er maar eens een bijzondere trouwdatum in 2020 – 2 februari misschien, maar alleen als je het schrijft als 02022020, en wie doet dat nou. Nee, dan eerdere jaren in deze eeuw, verzucht Van Oostendorp. Met droompalindroomdata als 10022001 of het oktoberrijtje 1102011 tot en met 9102019.

  20. Volgende eeuw is het ‘tweeduizend-of-twintig’ -probleem voorbij

    Want we gaan 2101 uitspreken als eenentwintig-één, niet als eenentwintighonderd-één.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.