Opinie

Apollo verkrachtte met een rochel

Joyce Roodnat Op de tentoonstelling ‘Troy, myth and reality’ in het British Museum ziet Joyce Roodnat dat realiteit mythe wegvaagt: oorlog gaat over grof geweld, man tegen man en mannen tegen vrouwen. En ze ziet parallellen met nu.

Joyce Roodnat

Zo zag zo’n offer er dus uit. Een vrouw wordt languit in bedwang gehouden op de linkerheupen van drie strijders. De vierde rukt haar hoofd achterover en snijdt haar de keel af. Uit haar halsslagader gutst haar bloed in de offerschaal. Het meeste gaat ernaast, want ze spartelt. Een anonieme Griekse kunstenaar penseelde haar horror ruim vijf eeuwen voor Christus op een pot. Ik zie hem in het British Museum op de expositie Troy, myth and reality. De realiteit vaagt hier de mythe weg, ik denk automatisch aan Harvey Weinstein.

Het gaat hier over oorlog. Over grof geweld, man tegen man en mannen tegen vrouwen – zoals het offeren van de vijftienjarige Polyxena, dochter van de Trojaanse koning Priamos. Troje is ingenomen, de Grieken kunnen naar huis. En toch geeft koning Menelaos nog even opdracht voor Polyxena’s dood, zie die pot. Willen jullie zijn smoes horen? Oké, komt-ie: hij vreest de ziel van de gesneuvelde Achilles. Maar vooral vernedert hij zo haar vader, de overwonnen koning. Menelaos’ broer Agamemnon offerde eerder al een jonge vrouw, zijn eigen dochter Ifigineia. Om zich te verzekeren van gunstige wind op weg naar Troje. Ook een smoes. Willen koningen hun macht showen, dan is vrouwen offeren de geëigende methode. Net zo gingen de vrouwen van de Engelse koning Henry VIII eraan.

Het offeren van Polyxena. (570-550 v. Chr.) Foto Erik van Zuylen

En nog altijd worden vrouwen routineus geofferd – door Harvey Weinstein, Bill Cosby, Jeffrey Epstein en al die andere machtige mannen. Dood hoeft niet meer, nu bestaat het ritueel uit seksuele vernedering. Jean-Claude Arnault, culturele topfiguur in Stockholm, was zo gewend om vrouwen te offeren op het blok van zijn machtsvertoon dat hij openlijk rug en billen van de Zweedse kroonprinses betastte.

Wat goed is voor de baas is goed voor het bedrijf en dus werkt de entourage mee. Menelaos’ bedrijf is oorlog voeren. Om Helena. Om zijn eer. Om niks. Bedrijven bestaan om zichzelf in stand te houden – de zin van oorlog is de volgende oorlog.

Lees ook de recensie van de expositie: British Museum toont gruwelijkheden Trojaanse oorlog

Dat accent op het lot van vrouwen, is het mode of is het een geval van eindelijk gerechtigheid? Dat laatste, zie ik. Het ging altijd over de helden, dus ze kregen zelden nadruk. Maar deze stukken waren er altijd al. Zoals het fascinerende reliëf (100 na Christus) met Cassandra. Haar wilde armen waarschuwen de Trojanen – terecht, maar haar woorden worden standaard genegeerd sinds Apollo haar verkrachtte door een rochel in haar mond te deponeren, omdat ze hem seks weigerde. Of die fenomenale Etruskische urn met een tegenstribbelende Helena. Ze wordt op last van Paris ingescheept als buit. Niet als bruid – dat is de romantische visie van dichters. Zesentwintig eeuwen geleden koos een beeldhouwer voor de realiteit.