Accijns op roken gaat in 2020 niet één, maar twee keer omhoog

Fiscale veranderingen Werken moet lonen, hypotheekschulden worden ontmoedigd en wie gezond leeft wordt beloond. Wat zijn de belangrijkste fiscale veranderingen van 2020?

Sigarettenpakjes in een winkel in Den Haag. Bart Maat/ANP
Sigarettenpakjes in een winkel in Den Haag. Bart Maat/ANP

Het was zijn laatste daad voor hij aftrad vanwege de kindertoeslagenaffaire. Een week voor Menno Snel onder druk van de Tweede Kamer zijn ontslag als staatssecretaris aanbood, wist de D66’er het Belastingplan met succes door de Eerste Kamer te loodsen. Op dinsdag 17 december stemde de senaat met alle fiscale wetswijzigingen voor 2020 in. De Tweede Kamer had dat al een maand eerder gedaan.

Dat plan was politiek minder controversieel dan in eerdere jaren; de debatten erover aanzienlijk minder spannend. Het kabinet kreeg uiteindelijk, in zowel de Tweede als de Eerste Kamer steun van GroenLinks en SGP en had daarmee een meerderheid in beide Kamers.

Het pakket is niet minder ingrijpend of ingewikkeld. Het gehele pakket aan wijzigingen omvat zes wetsvoorstellen met ruim vijftig fiscale maatregelen.

NRC zette een paar opvallende op een rij.

Inkomstenbelasting

Zoals twee jaar geleden al in het Regeerakkoord aangekondigd, gaat het schijvenstelsel voor de inkomstenbelasting veranderen.

Het systeem van vier schijven wordt vereenvoudigd naar twee schijven – al blijft er nog een extra schijf bestaan voor AOW’ers met een laag inkomen. Het tweeschijvenstelsel wordt vervroegd per 1 januari 2020 ingevoerd. De eerste schijf geldt voor inkomens tot 68.507 euro bruto per jaar – met een geharmoniseerd tarief van 37,35 procent. Mensen met een inkomen boven die 68.507 euro per jaar betalen, in de tweede schijf, voortaan nog maar 49,50 procent. Daarmee duikt het ‘toptarief’ onder de 50 procent. Ooit, toen er in de tweede helft van de vorige eeuw nog zeven schijven bestonden, bedroeg het toptarief 78 procent.

Niet alleen door de verlaging van de inkomstenbelasting zal de koopkracht voor de meeste huishoudens komend jaar toenemen; twee vaste fiscale douceurtjes zullen komend jaar stijgen. Zo zal de zogeheten algemene heffingskorting voor belastingplichtigen met een laag inkomen met 234 euro stijgen tot 2.711 euro. Vanaf een jaarinkomen van 20.711 euro wordt de korting langzaam maar zeker afgebouwd. Wie 68.507 euro of meer verdient krijgt deze korting niet meer. Voor mensen met een baan bestaat daarnaast de arbeidskorting die volgens hetzelfde principe loopt: hoe lager het inkomen hoe hoger deze korting – vooral voor inkomens tussen 20.000 en 35.000 euro. Ook de arbeidskorting stijgt komend jaar iets. De afbouw tot nul loopt tot een bruto jaarinkomen van 98.604 euro.

Hypotheekrenteaftrek

Parallel met de verlaging van de inkomstenbelasting wordt de hypotheekrenteaftrek verder beperkt – ook dit plan is al in het Regeerakkoord bepaald. Voor huizenbezitters die in het hoogste tarief zitten (met een inkomen dus van meer dan 68.507 euro) wordt renteaftrek op de hypotheeklening met 3 procentpunt verlaagd tot 46 procent. De komende jaren daalt deze verder tot uiteindelijk 37,05 procent in 2023.

Zzp’ers

Om de verschillen tussen werknemers in loondienst en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) te verkleinen wordt de voor de laatste groep gunstige belastingkorting de komende jaren flink teruggebracht. De zelfstandigenaftrek wordt uiteindelijk verlaagd van de huidige 7.280 euro tot 5.000. Dit jaar vindt daarvan de eerste stap plaats: een daling van ruim 3,4 procent tot 7.030 euro.

BTW en accijnzen

De politiek omstreden btw-verhoging, althans van het lage tarief van 6 naar 9 procent, vond al vorig jaar plaats. Dit jaar heeft het kabinet voor één categorie indirecte belastingen een verlaging in petto: het tarief voor elektronische publicaties, zoals digitale kranten en e-books gaat omlaag van het hoge tarief van 21 procent naar het lage van 9 procent. Hierdoor wordt het verschil tussen digitale uitgaven en papieren publicaties weggenomen; die vallen al onder het lage tarief. Als het goed is zullen abonnees van digitale kranten merken dat de prijzen worden verlaagd; de tariefdaling is nadrukkelijk niet bedoeld om de winstmarge van uitgevers op te krikken.

Accijnzen op roken gaan opnieuw omhoog, en wel twee keer: eerst op 1 januari (14 cent op een pakje sigaretten, 35 cent op een pakje shag), vervolgens nog eens op 1 april (1 euro respectievelijk 2,50). Omgerekend: verstokte rokers met een gemiddelde van één pakje per dag gaan er 287,74 euro op achteruit. Omgekeerd: wie op 1 januari weet te stoppen met roken zal er dus zoveel op vooruit uitgaan.

Fiets van de zaak

In het streven naar een betere gezondheid van de burger maakt het kabinet de aanschaf van een fiets door de werkgever opnieuw aantrekkelijker. Analoog aan het systeem van de leaseauto zal de werknemer voortaan niet meer zelf voor honderden of duizenden euro’s een fiets hoeven aan te schaffen – dat doet de werkgever voor hem of haar. De fiscale bijtelling van die nieuwe fiets, die dan ook privé mag worden gebruikt, is bepaald op 7 procent. Dat betekent dat er bij de werknemer per maand enkele euro’s op het loonstrookje worden ingehouden. Even dreigde er een financieel nadeel voor dit gunstige voorstel: wat gebeurt er met de vaste reiskostenvergoeding voor iemand die zo’n leasefiets aanschaft? Maar het kabinet bepaalde dat de werkgever die gewoon mag blijven uitkeren als men niet alle dagen op de fiets naar het werk gaat.