Vergeet collega van Hans Worst niet

Ewoud Sanders

Woordhoek

Ik wil pleiten voor het behoud van een bedreigd woord: hansop. Dat hoor en lees je steeds minder omdat het concurrentie heeft gekregen van het Engelse onesie (spreek uit wan-sie). Alleen al omdat het een interessante geschiedenis heeft wil ik hansop voor de ondergang behoeden. Wij kennen het sinds het begin van de zeventiende eeuw. Hans Sop was toen een bekend toneelpersonage, een potsenmaker overgewaaid uit Duitsland, waar hij Hans Supp werd genoemd. De Duitsers hadden hem weer overgenomen uit het Frans, waar deze harlekijn bekendstond als Jean Potage en wijde kleding droeg. Een pop met deze kleding werd hansop genoemd, men danste de hansopdans, in kledingwinkels kon je kiezen tussen een hansopkleed, een hansopbroek of een kinderhansopje. Lang werden al die woorden overigens met dubbel-s geschreven, toen men nog paraat had dat ze allemaal terug te voeren waren op het toneelpersonage Hans Sop, een directe collega van Hans Worst.

Onesie is een stuk jonger. Het is ontstaan in het Amerikaans-Engels aan het begin van de jaren tachtig. Aanvankelijk werd het gebruikt voor ‘nachtkleding voor kinderen’, sinds het begin van de 21ste eeuw ook voor een slobberig huispak of pyjamapak uit één deel dat hoofd, handen en voeten vrijlaat, meestal met een rits aan de voorkant en soms met capuchon of hoodie.

Bij mijn weten is het woord onesie vooral geliefd onder jongeren, maar aan de ouderen onder u vraag ik: blijf hansop gebruiken!

En dan is er een werkwoord dat ik een ruimere verspreiding toewens: meisjetochen. Ik las het onlangs voor het eerst in de tv-rubriek ‘Zap’ van Arjen Fortuin in NRC. Aanleiding was een opmerking van Adriaan van Dis in DWDD over een documentaire van Lize Korpershoek. Fortuin: „Daar vroeg Van Dis (72) vaderlijk bezorgd, maar ook een beetje ongepast, of Korpershoek (34) niet vreesde dat haar eventuele toekomstige kinderen (…) gepest zouden worden met de openhartigheid van hun moeder over haar ontbrekende lust. Het had iets weg van wat wij thuis ‘meisjetochen’ noemen, de neiging van oudere mannen (en vrouwen) om bij persoonlijke problemen van jonge vrouwen een meewarige toon aan te slaan, hun zorgen te relativeren en te suggereren dat ze overal later om zullen glimlachen: ‘Meisje toch…’”

Meisjetochen – wat een heerlijk werkwoord! Voor een zeer herkenbaar verschijnsel. Dat zich volgens mij vaker voordoet tussen oudere mannen en jonge vrouwen dan tussen oudere en jonge vrouwen onderling. Bij mijn weten doen oudere mannen ook aan jochietochen. En dat terwijl het meestal gaat om volwassen mensen. Waardoor zowel meisje als jochie, hoe goedbedoeld ook, een behoorlijk neerbuigend effect heeft.

Ewoud Sanders schrijft elke week over taal. Frits Abrahams is afwezig tot 3 januari.