‘Trump troostte ons wél goed na El Paso’

Tito en Gilbert Anchondo Hun Mexicaans-Amerikaanse familie werd hard geraakt bij de racistische aanslag, deze zomer in El Paso. Toen ze president Trump de hand schudden, leverde hun dat een lading haatberichten op.

Melania en Donald Trump poseren met overlevenden van de schietpartij.
Melania en Donald Trump poseren met overlevenden van de schietpartij. Foto EPA

Vanzelfsprekend wilde Donald Trump ook baby Paul ontmoeten. Van alle 21 slachtoffers die begin augustus dit jaar vielen bij de racistische aanslag op een supermarkt in El Paso, trokken Pauls ouders Andre en Jordan Anchondo die week de meeste media-aandacht. Dus toen de Amerikaanse president vijf dagen later naar de Texaanse grensstad reisde, kon een fotomoment met de twee maanden oude baby niet ontbreken.

„‘Dit is een wonderbaby’, zei Trump terwijl Melania hem oppakte”, vertelt Tito Anchondo, de oudere broer van Andre terugblikkend in de autogarage van de familie in El Paso. „De first lady zei dat ze baby fever kreeg en dat ze hem wel wilde meenemen. Toen grapte de president dat ze maar snel moesten gaan.”

Het jonge gezin-Anchondo was zaterdag 3 augustus in de Walmart toen Patrick Crusius het vuur opende. Andre (23) probeerde de schutter nog af te leiden, vertelden ooggetuigen later, terwijl Jordan (24) hun kind met haar lichaam afschermde. Beiden stierven in de kogelregen. Paul Anchondo bracht het er met twee gebroken vingers levend van af.

El Paso stemt overwegend Democratisch en veel lokale politici riepen Trump op weg te blijven. Zijn anti-migratieretoriek zou Crusius’ racistische haat tegen latino’s hebben aangejaagd. Dat de Anchondo’s toch ingingen op de uitnodiging van het Witte Huis leverden hun een barrage aan haatberichten en een enkel dreigtelefoontje op. Waarom gunde de familie van Mexicaanse komaf de president dit fotomoment?

Lees ook: El Paso geen warm bad voor Trump

„Ik heb zelf niet op hem gestemd, maar hij is de president van de natie, de opperbevelhebber”, stelt vader Gilbert. „Als ik de uitnodiging had afgewezen, was dat lomp geweest. Het had Mexicanen in een kwaad licht gesteld. Maar ik wist ook: als ik wel ga, krijg ik verwijten dat ik een racist ontmoet.”

Veel media oordeelden dat de president in El Paso faalde in zijn rol als consoler-in-chief (oppertrooster), omdat hij op weg erheen bleef uithalen naar critici. Tito voelde zich wel degelijk getroost door de ontmoeting met de president, zegt hij. „Trump kreeg bijvoorbeeld al kritiek omdat hij op de foto met ons en de baby zijn duim opstak. Dat zou ongepast zijn. Maar ik stond naast hem en hij deed het op een moment dat hij zei: ‘Deze baby is oké’. Daarom stak hij die duim op.”

Vader en zoon denken verschillend over de president. Gilbert (59) vindt dat Trump „te agressief praat en niet naar de gevolgen kijkt”. Tito (26) vindt ook dat Trump zich fel uit, maar meent tegelijk dat hij zo „dingen op de agenda zet en het land verandert”. Gilbert noemt zich a-politiek en stemt niet. Tito is overtuigd Republikein, „net als mijn broer was”.

Eerste en tweede generatie

Het is deels het verschil tussen een eerste- en een tweede-generatie-migrant. Gilbert groeide op in Ciudad Juárez, de zusterstad aan Mexicaanse zijde van de grens, maar werd geboren in een ziekenhuis in El Paso. Dat leverde hem automatisch een Amerikaans paspoort op dat hij in de jaren zeventig gebruikte om naar de VS te verhuizen en er zijn autowerkplaats te openen. „Ik heb Mexicaans bloed, maar ook de Amerikaanse nationaliteit”, zegt hij in het Spaans, de taal waarin hij zich tijdens het gesprek het vaakst uitdrukt. Zijn zoon, die Engels prefereert, noemt zich „Amerikaan, maar bovenal Texaan”.

Ze houden van El Paso als smeltkroes van culturen. Tegelijkertijd zijn ze het met Trump eens dat de zuidgrens hier strenger bewaakt moet worden. Gilbert weet uit eigen ervaring hoe groot de verschillen tussen de VS en Mexico zijn. „Ik weet wat in Mexico ontbreekt en wat ze hier wel hebben. Dit is Disneyland”.

Zo viel hem laatst op dat hij al meerdere Mexicanen met een grote pleister op hun onderarm in zijn wijk zag lopen. „Die blijken bloed te doneren bij klinieken in El Paso. Een liter bloed geven, levert evenveel op als twee weken werken in Mexico.”

Beide steden blijven nauw verweven, maar in zijn jeugd stak Gilbert veel makkelijker over dan nu. Dagloners zwommen door de rivier om Amerikaanse akkers te bewerken en keerden ’s avonds weer terug. Met het begin van de drugssmokkel, in de jaren tachtig, werd de bewaking opgevoerd. En nog veel strenger gemaakt na de aanslagen van 11 september 2001. In 2008 liet president Bush een stalen hek optrekken. Trump wil deze barrière verder uitbreiden en ophogen.

Een deel van de monteurs in hun autowerkplaats woont in Juárez en forenst elke dag de grens over. Ze moeten voor zonsondergang opstaan om op tijd te komen. In de spits kan de wachttijd aan de grens oplopen tot anderhalf uur. Zeker nu het al maanden chaos is aan Mexicaanse zijde. In Juárez zitten veel Midden-Amerikaanse asielzoekers, die door de regering-Trump bijna categorisch geweerd worden. Zij bivakkeren nu vlakbij de grensovergangen, waardoor de Amerikanen de bewaking hebben opgeschroefd.

‘Keten van haat doorbreken’

Ook de moordenaar van Jordan en Andre sprak zich in het manifest, dat hij vlak voor zijn daad online zette, uit tegen ‘de hispanic-invasie’ van Texas. Tito heeft het document gelezen, zegt hij. „Deze man was helemaal niet goed in zijn hoofd. Hij was depressief. Dat hij deze ideeën oppikte, heeft niks met Trump te maken.”

Het manifest gaat ook uitgebreid in op het verlies van banen door globalisering en automatisering. Crusius vreesde nooit werk te vinden. Volgens Gilbert zijn dat de werkelijke ontwikkelingen die maken dat racisme en vreemdelingenhaat een voedingsbodem vinden. „Dat banen naar Mexico gaan, of zelfs nog zuidelijker, dát creëert spanningen.”

Lees ook dit profiel van Crussius: Boos op iedereen, maar vooral bang van migranten

Gilbert ging begin oktober in de rechtszaal kijken bij Crusius’ voorgeleiding. „Ik zag een lege, grauwe man, een lopende dode. Hij moet duidelijk door de duivel bezeten zijn geweest.” Al daags na de schietpartij zei hij in de lokale pers Crusius daarom te vergeven. „Alleen zo kan je de keten van haat doorbreken.”

Boven op de pijn van het verlies van Andre en Jordan, deert het hen dat de aanslag meteen politiek beladen werd. „Zoals alles in dit land”, verzucht Gilbert. „Alles wordt politiek gemaakt om de ander de schuld te geven en niet naar jezelf te kijken.”