Analyse

Oostenrijk begint aan politiek experiment: Groenen met conservatieven

Principeakkoord Oud-premier Kurz heeft bijna een regeerakkoord bereikt met de Groenen. Ook elders in Europa komen zulke coalities dichterbij. Maar bij de Groenen bestaan wel aarzelingen over samenwerking met de conservatieven.

Oud-premier Kurz heeft drie maanden onderhandeld met leider van de Groenen, Werner Kogler (rechts). Zij hebben nu een principeakkoord bereikt.
Oud-premier Kurz heeft drie maanden onderhandeld met leider van de Groenen, Werner Kogler (rechts). Zij hebben nu een principeakkoord bereikt. Foto Michael Gruber/EPA

Oostenrijk heeft bijna een nieuwe regering. Op de kop af twee jaar nadat de conservatieve wonder boy Sebastian Kurz een regering vormde met de radicaal-rechtse FPÖ, waarmee hij achttien maanden lang tevreden regeerde, is hij erin geslaagd een regeerakkoord te sluiten met de tegenpool van de FPÖ – de Groenen.

Wat er exact in dat akkoord staat, wordt pas op 2 of 3 januari bekend. Aan sommige details wordt nog geslepen. Maar de grote lijnen zijn duidelijk: de ÖVP wordt verantwoordelijk voor de onderwerpen die haar conservatieve kiezers belangrijk vinden, zoals het gevecht tegen illegale immigratie, belastingverlaging en veiligheid, en de Groenen worden verantwoordelijk voor onderwerpen waar hún kiezers aan hechten, zoals het klimaat en sociale rechtvaardigheid. Elke partij krijgt vrij veel speelruimte. In principe zal de een zich niet met onderwerpen van de ander bemoeien. Deze formule heeft Kurz eerder met de FPÖ toegepast.

„De grootste obstakels aan beide kanten zijn uit de weg geruimd”, zei Kurz zaterdag, na drie maanden onderhandelen. Werner Kogler, de Groene leider die waarschijnlijk vicekanselier wordt, verstuurde zaterdag uitnodigingen voor een partijcongres op 5 januari. Dit congres, met 267 afgevaardigden, moet het regeerakkoord goedkeuren. Als dat gebeurt, wordt de regering op 7 januari door de president geïnstalleerd.

Wordt Oostenrijk een voorbeeld?

Dat Kurz en Kogler het eens zijn geworden, is interessant voor heel Europa. In diverse landen, waaronder Oostenrijks buurlanden Duitsland en Zwitserland, scoren conservatieven en Groenen goed, terwijl de traditionele sociaal-democraten klappen krijgen. Omdat de Groenen vaak sterke principes hebben maar weinig of geen regeringservaring, kan het Oostenrijkse voorbeeld aangeven hoe andere partijen werkbare compromissen met hen kunnen sluiten.

Per e-mail waarschuwde Kogler partijgenoten dat regeren betekent dat je compromissen moet sluiten én verdedigen: „Democratie betekent ook dat je compromissen niet afkraakt.”

De eerste regering-Kurz liep in mei op de klippen, toen vicekanselier en FPÖ-leider Heinz-Christian Strache in een stiekem gefilmde video op Ibiza een rijke Russin (in werkelijkheid een lokvogel) onderhandse overheidscontracten aanbood in ruil voor illegale partijfinanciering. Er werden verkiezingen uitgeschreven voor eind september. Kurz wilde liefst weer een regering met de FPÖ vormen. Hij kon dan het oude regeerakkoord gebruiken, met extra concessies van de door ‘Ibiza’ verzwakte FPÖ.

Lees ook: dit profiel van de extreem-rechtse politicus Heinz-Christian Strache, die in opspraak kwam wegens Ibizagate.

Maar in de zomer raakte Strache in diverse schandalen verwikkeld. Onlangs werd hij uit de partij gezet wegens corruptie en bedrog. Nu probeert hij de partij te beschadigen. Het regent onthullingen en verdachtmakingen over en weer. Opnieuw met de FPÖ in zee gaan was voor Kurz teveel risico: elk moment kan er wéér een lijk uit de kast vallen.

De ÖVP won de verkiezingen met 37,5 procent, een stevige score. De Groenen, die ten tijde van het Ibizaschandaal niet eens in het parlement zaten, haalden 13,9 procent. De FPÖ kelderde naar 16 procent. Kurz had ook een meerderheid kunnen vormen met de sociaal-democratische SPÖ (21 procent). Maar na decennialange coalitieregeringen zijn ÖVP en SPÖ totaal op elkaar uitgekeken. Dus probeerde Kurz het met de Groenen.

Geen excuus-Truus

Binnen de partij hielden velen hun hart vast. „We laten ons niet afschepen met een milieuminister”, zei een prominente Groene in september, „dan zijn we een soort excuus-Truus”.

Die sentimenten leven nog steeds. Veel Groenen verafschuwden Kurz’ harde migratiebeleid en zijn gehamer op belastingverlaging. Dat hij Europese regels schond door allochtonen minder kinderbijslag te geven, vonden ze ook onverteerbaar.

Maar er zijn ook Groenen die ervaring hebben met regionale coalities met de ÖVP. Zij zijn positiever. Kennelijk proberen zij nu collega’s voor het partijcongres over de streep te trekken.

Sinds mei is Oostenrijk bestuurd door een technocratische regering, geleid door de partijloze oud-rechter Brigitte Bierlein. 63 procent was tevreden over deze regering, bleek uit peilingen. Dat zijn in Oostenrijk ongekende scores. Volgens analisten kwam dat doordat deze regering niet ruziede, geen campagne voerde en niet door schandalen werd getroffen. De ministers deden gewoon hun werk en krikten de Oostenrijkse reputatie in het buitenland weer op, die gehavend was geraakt door de anti-vreemdelingen- en pro-Russische standpunten van de FPÖ.

De professionele sfeer rond de Bierlein-regering zal, denken velen, overslaan op de conservatief-Groene regering. Kurz zat, vóór zijn debacle met de FPÖ, in een regering met de sociaal-democraten. Het was constant ruzie. Die regering liet hij springen. Kurz heeft nu een coalitie nodig die langer overeind blijft. De FPÖ kwam steeds met omstreden voorstellen en hakte op politieke rivalen in. Nu hakt FPÖ-voorzitter Hofer in op de „Greta-dictatuur”. Werner Kogler staat als professioneel en integer bekend.

Volgens gelekte informatie krijgt de ÖVP in de nieuwe regering Binnenlandse en Buitenlandse Zaken, Financiën, Economie en Landbouw. Dit zijn zware posten. Kurz wil zelf, zoals voorheen, Europese zaken blijven doen. Om te voorkomen dat de Groenen alleen ‘softe’ posten krijgen zoals Milieu, Cultuur en Sociale Zaken, is hun ook Justitie toegewezen. En het Milieuministerie wordt een ‘superministerie’ met een stevig budget, waar onder andere Energie, Infrastructuur en Verkeer onder vallen. Als de Groene achterban dit accepteert, is Europa in 2020 alvast een politiek experiment rijker.