Reportage

Niet de vuren zijn het punt, het is de saamhorigheid

Vreugdevuren Sinds de beslissing viel om de vreugdevuren niet door te laten gaan, wordt er gereld in Den Haag. Maar op Oudejaarsnacht kan het echt goed misgaan, voorspelt bijna iedereen in een Haags koffiehuis. „Er wordt ons iets afgepakt.” En dat ‘afpakken’ gaat niet alleen om de vuren.

Foto’s Remko de Waal/ANP

‘Eén team, één taak. We doen het voor elkaar.” Het protestnummer van Outsiders & De Kraaien schalt – op repeat – door Scheveningen-Dorp.

In optocht trekken de Scheveningse bouwers van de vreugdevuren met brandende fakkels door de straten. Het is de zaterdagavond na Kerst: normaal zouden ze al twee dagen aan het bouwen zijn aan hun vuurstapel. „Samen sjouwen, samen bouwen, iedereen splinters in je hand”, zingen de bouwers mee met de muziek.

„Eén team, één taak. Jullie noemen het gevaar. Eén team, één taak. Aan het eind van elk jaar.”

Uit de ramen hangen mensen: sommigen zwaaien. De stoet loopt naar het strand en bouwt daar, onder toeziend oog van de politie, een feestje. Er is vuurwerk. Bier, veel bier. En cola voor de kleintjes. Hele generaties zijn er. Een oud-visser vertelt trots dat zijn acht achterkleinkinderen hier rondlopen. Wijzend op het feestje zegt hij dat de gemeente dat „heeft afgepakt”.

Lees ook de reportage van nieuwjaarsdag 2019: Dit vuur moest rotzooi voorkomen

Afgepakt. In de vier buurten waar tot vorige jaarwisseling nog gedoogde vreugdevuren waren, naast Scheveningen-Dorp en Duindorp ook Laakkwartier-Oost en Leyenburg, is dat wat de bewoners zeggen. En ja, ze begrijpen dat Scheveningen vorig jaar aan een ramp ontsnapte en dat vuurstapels van 45 meter hoog té hoog was.

Maar er is hun iets afgepakt, vinden ze.

Saamhorigheid

Wie doorpraat, hoort dat dat ‘afpakken’ niet alleen om vreugdevuren gaat. Die zijn misschien het meest tastbare dat is verdwenen. Maar in die vier buurten verdwijnt ook iets anders, vrezen de bewoners: saamhorigheid. En alles wat herkenbaar was.

Op het Van Sint Aldegondeplein op Scheveningen, waar de fakkeloptocht begint, zeggen vier buurtbewoners tegen elkaar: „Dit is net zoals vroeger.” Ze willen niet met hun namen in de krant; net zoals in Duindorp zijn veel aanhangers van de vreugdevuren niet meer zo happig op journalisten – zoals tegenstanders, en die zijn er ook, zich niet met naam durven te uiten uit angst voor represailles.

De vier, drie vrouwen en een man, vertellen over de sfeer van vroeger met Oud en Nieuw. Waar nu een voetbalkooi is en een speeltuin met houten klimtoren, werd midden jaren tachtig nog een vreugdevuur gebouwd. Net als op meer dan zestig plekken door heel Den Haag. „Ze proberen alles de kop in te drukken”, zegt een van de vrouwen.

‘Ze’ dat zijn niet alleen de gemeente, maar volgens hen ook welgesteldere Hagenaars en expats, die in het naastgelegen, chique Statenkwartier geen huis meer kunnen vinden en deze hoek van Scheveningen hebben ontdekt. Zoals surfers en studenten de vissershuisjes elders in het dorp ontdekten. „Ik ken mijn naaste buren niet meer”, zegt een andere vrouw.

Ze vertellen over de nieuwbouw aan de haven, waar ooit de veerboten van Norfolk naar het Engelse Felixstowe voeren. „Eén-komma-vijf-miljoen kostten die huizen”, benadrukt de man. „Een flatje is 4,5 ton”, zegt de man. Zijn echtgenote zegt: „Het grote geld ruikt het strand.”

Ze zijn bang dat het oliestrandje aan de haven straks een privéstrand wordt. Nu staat daar nog een oud, ijzeren gebouwtje, een hangplek voor oud-vissers. Het staat er blauw van de sigarettenrook. Hier kan dat nog.

Van de drie Scheveningse havens is de Norfolkhaven het meest veranderd. Blinkende zevenlaags flats – niet alleen koop, maar ook sociale huur – kijken over Duindorp heen, waar de huizen tegen de duinrand aan één verdieping hoog zijn. Aan de andere kant van de haven is de vuurtoren te zien. Ook daar moet een flat komen. Op ramen daar hangen protestposters, van mensen die vrezen dat de vuurtoren straks niet meer te zien is.

Koffiehuis

Laakkwartier-Oost, net tegen Rijswijk aan, is ook veranderd, zeggen de bewoners. Op het Lorentzplein zijn de winkels Turks geworden, of Pools. In Leo’s Koffiehuis, het kloppend hart van deze buurt, vertelt iemand hoe zijn nieuwe buurvrouw meteen naar de woningbouwvereniging ging om te klagen over een te grote boom. Dat doe je niet, vinden ze hier. Je lost alles eerst samen op.

De fietsnietjes voor de deur zijn in het groen-geel van ADO gespoten. Binnen zitten een man of tien in een kring tegen de muur – zoals het hoort in Haagse koffiehuizen. Koffie, of blikjes en flesjes bier voor zich. De kratten staan onder de tafeltjes opgestapeld.

Het is enkele dagen voor Kerst, en Leo Dommanschet van Leo’s Koffiehuis en Kelly Dekker van de zonnebank op de andere hoek van de Oudemansstraat sjouwen met knuffels en zakken vol speelgoed. Met dozen vol van Sinterklaas overgebleven chocolade. Met een plastic loopfietsje, een groene, opblaasbare draak en een poffertjespan.

Het zijn kerstcadeaus voor de voedselbank. Ingezameld door de bewoners – die het zelf ook niet breed hebben. „Dit is de ene kant van de wijk. Op 1 januari zie je de andere kant”, voorspelt Dommanschet. Want, zo denkt vrijwel iedereen in zijn koffiehuis, in Oudejaarsnacht „breekt de pleuris uit”.

Lees ook over de oorsprong van de vreugdevuren: ‘In het collectieve geheugen van Den Haag zitten Oud-en-Nieuw-rellen’

Hij waarschuwde daar al een maand geleden voor. Tegen waarnemend burgemeester Johan Remkes zei hij „signalen” op te pikken dat er illegale vuren zouden komen als het oudejaarsvuur niet mocht worden gebouwd. De vuurstapel in Laak was „een ienieminiversie”, zegt Dommanschet. Zes meter hoog, zo hoog als de dakrand. „Gezellig met z’n allen ging je kijken”, zegt Kelly Dekker. „Nu verbieden ze iets wat je samen kon gaan doen.” Voor het eerst sinds iedereen zich kan herinneren, sluit Leo’s Koffiehuis met Oud en Nieuw de deuren.

Broodje halfom

Eveneens voor het eerst breekt Sjaak Oudenbroek van Koffiehuis Sjaak in Leyenburg het plastic tentje aan zijn houten kiosk af. Leyenburg had ook een stapel van zes meter, bij de Heiloostraat. Op een groen stukje tussen de enorme galerijflats rondom een winkelcentrum uit de jaren zeventig, in het midden van een naoorlogse wijk.

Sinds de beslissing viel dat het vreugdevuur niet doorgaat, wordt er in de buurt gereld. Vuilcontainers werden in brand gestoken en zwaar vuurwerk afgestoken. Een groep van 45 jongeren trapt rotzooi, zegt hij. „Ze komen niet uit de wijk. Die uit de wijk weten dat je niet aan mijn spullen moet zitten.” Vanuit zijn flat kan hij zijn koffiehuis zien. Hij smeert er broodjes halfom voor zijn stamgasten: schilders, aannemers.

Leyenburg is een sociale wijk, zeggen die. Maar ook een waar de bewoners zich zorgen maken. Ze schreven een brandbrief aan de gemeenteraad. Beleggers kopen op grote schaal huizen op en splitsen die, zodat er veel arbeidsmigranten en studenten in kunnen wonen. Dat betekent niet alleen meer auto’s, meer fietsen, meer troep op straat en geluidsoverlast, maar ook een constante doorloop van nieuwe bewoners.

„Het vuur gaf een gevoel van saamhorigheid”, zegt raadslid Richard de Mos, wiens achterban in de vier wijken zit. Hij heeft het over „een dorpsgevoel”. De oud-wethouder was nooit zelf vreugdevuurbouwer, maar zijn partij sponsorde de vuren. De Mos treedt op in de videoclip van Outsiders & De Kraaien. Hij zingt: „Eén team, één taak.”

Hij zegt: „Die jongeren die nu rotzooi trappen, die zetten dit alles onder druk.”