Opinie

Moederschap als een schrijversavontuur

Essay Literatuur wekte mijn interesse voor het moederschap, maar kunnen boeken je ook leren een goede moeder te zijn, vraagt .
Illustratie Olivia Ettema

„Je leest er te veel over”, zegt mijn moeder door de telefoon, als ik haar de theorie voorleg dat ik de baby misschien niet goed heb gevoed en dat hij daarom huilt. Hij moet niet alleen de zoete voormelk drinken, weet ik nu, maar ook de vette achtermelk. Mijn moeder schudt haar hoofd. Dat kan ik natuurlijk niet zien, maar ik weet dat ze het doet. Melk is melk, wat het internet ook beweert.

Mijn moeder zegt vaker dat ik er te veel over lees, en ze is niet de enige. Alsof op schrift gestelde kennis mijn sluimerende moederinstincten in de weg gaat zitten. Zelf ben ik blij dat er babyboeken en -sites bestaan. Wat weet je van bevallen en borstvoeden als je het nooit eerder hebt gedaan? Wat doe je als je kindje pijn lijkt te hebben? Je wilt helpen, maar hoe?

Misschien bedoelt mijn moeder dat dit soort wijsheid eigenlijk van háár moet komen, en van haar moeder. Hoe onze lichamen werken is meer een familiale aangelegenheid dan dat van modieuze opvoedboeken, of, nog erger, het hysterische internet, het domein van Jan en alleman. Houd die er maar buiten. Ze vergeet dat ze zelf ook dingen leest en dat ze mij met een Tourette-achtige dwang verbiedt om E-nummers te eten.

Misschien is erover lezen nog tot daaraan toe. Wat te denken van erover schrijven? Elke literair auteur denkt daar goed over na, want moeder zijn is zo’n algemene ervaring, dat hij onmogelijk kan leiden tot hoogstaande literatuur. Dat is het gangbare idee. Toch was het vooral de literatuur die mijn interesse voor het moederschap heeft gewekt.

Mijn vriendinnen waren mij al voorgegaan. Hun lieve, enthousiaste reacties op het nieuws dat ik even geen wijntjes dronk, deed me beseffen dat ik destijds met hen maar matig heb meegeleefd. Ik was al tante van een hoop neefjes en nichtjes, wist hoe baby’s eruitzagen en hoe ze je opslokken. Eerlijk gezegd begreep ik niet hoe mijn intelligente en ambitieuze vriendinnen ertoe kwamen te denken dat er ook op hen nog ergens een babyziel lag te wachten.

Omdat we altijd ’s avonds in de kroeg afspraken, zag ik hun kinderen ook nooit en ze waren ook geen gespreksonderwerp. Het is dan ook niet dankzij hen dat ik van gedachten ben veranderd. Eerder dankzij een paar recente boeken.

Schrijfsters over moeder zijn

Want tot mijn verrassing kwamen mijn favoriete schrijfsters een voor een met nieuw werk over de ervaring van het moeder zijn. Ze behandelen het thema soms terloops, zoals Zadie Smith, Lauren Groff en Elisabeth Strout, maar soms ook behoorlijk grondig, zoals Jenny Offil, Valeria Luiselli, Leni Zumas, Anne Enright, Samanta Schweblin en Maggie Nelson. Dat is opvallend, en gedurfd. Toen schrijfster Rachel Cusk in 2001 met A Life’s Work: On Becoming a Mother uitkwam, vond men haar ervaringen veel te particulier (en Cusk zelf vanwege de scènes over vervreemding een slechte moeder). Een jaar later deed de Franse pers laatdunkend over Le bébé van de literaire auteur Marie Darrieussecq. Schrijfsters zouden geen kinderen moeten hebben, en als ze ze toch hebben, moeten ze er niet over beginnen. Ze kunnen het beter houden bij historische romans en stoute pornografie.

Ook vrouwen zelf, zo goed in staat zich tegen de eigen sekse te keren, zagen (of zien) moederschapsthema’s niet als levenskwesties, maar als vrouwelijke wissewasjes. Ik zag dat ook zo. Had de Oostenrijkse Nobelprijswinnaar Elfriede Jelinek niet gezegd dat ze geen vrouwelijke kunstenaars kende met kinderen én een belangwekkend oeuvre? Virginia Woolf had ze ook expres niet, zo gaat het verhaal, omdat ze bang was de gezamenlijke huiskamer niet meer te kunnen ontstijgen. Gedachtenexperiment: stel je in To the Lighthouse smeuïge passages voor over luiers, snot en spuug.

Maar luiers, snot en spuug zijn geen verplichte nummers, en de semi-lollige toon die al zo lang gebruikelijk is in boeken over de realiteit van het ouderschap is ook nergens voor nodig. Hoe hard wil je schreeuwen: neem ons, moeders, vooral niet serieus. Het zijn maar observaties en gedachten van wezens die het leven schenken aan nieuwe wezens. Als je iets belangrijks wilt lezen, pak dan een oorlogsboek (waarin wezens elkaar naar het leven staan).

Ik dreigde iets mis te lopen

Moederschap is een waanzinnig avontuur, zo las ik in de boeken van bovenstaande schrijfsters. Ze thematiseren onder meer lichamelijkheid, liefde, verantwoordelijkheid, afhankelijkheid, alledaagse toewijding, het ongeloof dat zoiets moois zomaar in je binnenste kan ontstaan, maar ook zelftwijfel, zelfverlies, het nooit meer alleen zijn. Kostbare momenten en momenten van totale wanhoop, alles op zo’n manier, dat bij mij het besef begon te ontstaan dat ik iets wezenlijks dreigde mis te lopen. Een beetje zoals Madame Bovary romantiek in haar leven miste na het verslinden van een reeks liefdesromans. Vooral moest ik mijn eigen vooroordelen inslikken: een kind krijgen betekent niet noodzakelijk capitulatie. Ervaringen met kinderen kunnen evengoed zorgen voor een nieuw reservoir aan creativiteit.

Dat geldt trouwens ook voor mannen. Het verzorgen van een klein kind is in essentie geen vrouwelijke ervaring. Wanneer mannen en vrouwen echte gelijkheid bereiken in de zorg voor kinderen, wordt de baby vanzelf ook een universeel literair thema.

In zowel persoonlijke bespiegelingen als praktische handleidingen is de hedendaagse moeder dus ruimschoots voorzien. Beide genres voelen voor mij noodzakelijk aan. De ene om je te motiveren überhaupt aan het avontuur te beginnen in een tijd waarin je het meer dan ooit ook aan je voorbij kunt laten gaan, en, niet te vergeten, om tijdens dat weergaloze, meedogenloze traject enigszins gezelschap te hebben.

De vrouwen op het internet

Mijn keuze voor het moederschap was weloverwogen, maar dat maakte me nog niet ter zake kundig. Gelukkig zijn er de handleidingen met nuchtere adviezen voor de momenten van wanhoop en de dodelijke angst dat je iets verkeerd hebt gedaan. Althans, wanneer je de juiste raadpleegt. Het is een vergissing te denken dat je bij een ‘crisis’ of in het holst van de nacht op online fora moet zijn om fout in goed te veranderen, of om vergeven te worden. De vrouwen op het internet zullen niet nalaten te bevestigen dat je inderdaad een slechte moeder bent. Zelf zouden ze nooit een gram paté eten tijdens de zwangerschap, of een kat aaien. Ze zouden nooit koffie drinken of knoflook door de pastasaus doen wanneer ze borstvoeding gaven, ze zouden hun baby geen seconde op hun buik leggen of in een straal van honderd meter laten van iemand met een snotneus.

Achter al die stelligheid zitten adviezen van dokters, van het Voedingscentrum of van ervaren oma’s, al dan niet wetenschappelijk onderbouwd. En voor de baby’s is het goed dat ze bestaan, wat het enige is dat telt. De moeder is in deze fase van haar leven onbelangrijk. Haar (angst)gevoelens – terwijl ik dit schrijf zijn we bijna door de kwetsbare eerste dertig dagen heen – zijn totaal irrelevant vergeleken met haar lichaamsfuncties. Als ze maar blijft voeden, verschonen, warm aankleden, troosten en in de gaten houden, en als ze geluk heeft, ontvangt zij als beloning een verzaligd glimlachje van haar pasgeborene, al kan het best zijn dat dat gericht was tegen het spuugdoekje op haar schouder.

Mijn gedachten gaan naar tijden waarin vrouwen het zonder lectuur moesten doen, omdat het hun aan leesvaardigheid en of boeken ontbrak. Hoe is het om over dit onderwerp geen voorbeelden van reflectie te hebben? Hoe is het, wanneer het taboe op het spreken over schaamdelen niet kan worden opgevangen door lectuur met alle plastische details?

Denk aan de prehistorische mens zonder taal, die zo ver van ons afstaat, behalve nou juist wat voortplanting betreft. Denk aan het immense aantal vrouwen dat sindsdien overrompeld moet zijn geweest door het rauwe geweld waarmee een baby zich plotsklaps aandient.

Overvallen worden

Als boerendochter kreeg ik al vroeg mee dat de geboorte van kalfjes iets geweldig moois was, maar als ik dan – opgewonden om het ophanden zijnde gebeuren – mee naar de wei ging om het schouwspel bij te wonen, bekroop me altijd een onheilspellend gevoel bij het akelige geloei van het moederdier. Ze leed overduidelijk pijn, een pijn die nooit benoemd werd, en natuurlijk al helemaal niet door het beest zelf.

Lees ook dit verhaal: Een bibliotheek bij de ladder van James Joyce

Wat moet dat zijn om zo zwijgend en zonder enige voorkennis overvallen te worden? Zelfs als je goed bent voorgelicht, word je er nog door overvallen.

Ik ben opgegroeid met het scheppingsverhaal, en ook ten aanzien van de eerste menselijke voortplanting werd altijd gezwegen, terwijl daar toch een paar interessante raadsels liggen. Hoe ging Eva om met de ochtendmisselijkheid, zonder iemand die haar kon vertellen dat het iets tijdelijks is? Hoe keek ze naar het eindeloze zwellen van haar buik, zonder te weten of en zo ja wanneer het zou stoppen, zonder überhaupt te weten wat er van binnen aan de hand was? Had ze een vermoeden toen er van binnen zachtjes werd geschopt? In bijbeltaal: toen het kindeke opsprong in haar buik?

Maar het was natuurlijk ook de tijd dat God nog met de mensen converseerde. Hij had hun al uitgelegd dat het smartelijke baren een straf was voor Eva’s ongehoorzaamheid. Misschien kreeg de oermoeder ook wel voorlichting over zwangerschap, bevallen en borstvoeden van de grote Bedenker ervan zelf!

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.