Hoe 2019 de belegger verbijsterde

Terugblik Gedeprimeerd gingen de beurzen 2019 in, dat vervolgens uitgroeide tot een van de beste beleggingsjaren sinds de crisis.

De Amsterdamse effectenbeurs. 2019 was een uitstekend jaar voor aandelen.
De Amsterdamse effectenbeurs. 2019 was een uitstekend jaar voor aandelen. Foto’s Merlin Daleman

Het viel misschien niet iedereen meteen op, maar nu Christine Lagarde per november president is geworden van de Europese Centrale Bank, worden de twee belangrijkste centrale banken van de wereld geleid door niet-economen. Jerome Powell, aangesteld door president Trump bij de Amerikaanse Federal Reserve, is net als Lagarde jurist.

Maakt het iets uit? Paul Donovan, chef-econoom van de Zwitserse bank UBS denkt van wel. Beleggers kenden niet anders dan economen als baas van de centrale bank, waar zij het intellectuele debat leidden. En er zijn de afgelopen tien jaar nogal wat grote tournures gemaakt, van kwantitatief aankoopbeleid tot negatieve rentes. Mario Draghi, Janet Yellen en Ben Bernanke waren uitstekend in staat om dat debat aan te voeren. Maar op de financiële markten moet nu rekening worden gehouden met een meer collegiale wijze van bestuur, waarbij de voorzitter zich laat leiden door zijn of haar medebestuurders. En dat wordt een stuk onoverzichtelijker.

Misschien dat een van de belangrijkste gebeurtenissen op de beurzen van 2019 er wel mee te maken had. Nadat de ‘Fed’ de rente in 2018 viermaal had verhoogd, maakte Powell in februari plots pas op de plaats, en zou in de rest van 2019 de rente driemaal verlagen. Daar zat zorg over (te lage) inflatie en de werkgelegenheid achter, maar op de financiële markten werd de ongekende ommezwaai gevierd.

Aandelen uit de startblokken

Aandelen, die 2018 zwaar in de min waren geëindigd, kwamen sprintend uit de startblokken, om de rest van het jaar nauwelijks meer om te kijken. In de VS eindigden de koersen (in euro’s) 26,2 procent hoger, in de EU 26,3 procent.

Was het blinde optimisme daarmee terug op de beurzen? Voor de echte hoogvliegers was het een beroerd jaar. Taxidienst Uber verloor na zijn beursintroductie in mei 32 procent van zijn waarde. Concurrent Lyft deed het met een daling van 36,5 procent nog slechter.

De grootste calamiteit was ongetwijfeld WeWork. Deze snel gegroeide reus in kantoorruimtedeling was op papier nog 47 miljard dollar waard in augustus. Maar toen beleggers het prospectus voor de beursgang onder ogen kregen, volgde een koude douche. Onverkoopbaar, zo luidde het oordeel. De beursgang werd uitgesteld, de papieren waarde kelderde tot 8 miljard. En tot ontsteltenis van vooral het geplaagde personeel werd oprichter Adam Neumann uitgekocht voor een bedrag van minstens 1,6 miljard dollar. Dat is minder dan Uber-oprichter Travis Kalanick, die zijn aandelen inmiddels heeft verkocht voor 2,5 miljard.

En er was nóg een rijkaard die er ternauwernood mee wegkwam: kroonprins Mohammed bin Salman. Hij was het brein achter de beursgang van de Saoedische staatsoliemaatschappij Aramaco, die voor de Tweede Wereldoorlog nog was opgericht door de Rockefeller-dynastie van oliemagnaten. 2.000 miljard moest het bedrijf waard zijn en beleggers van over de gehele wereld zouden dringen voor de 5 procent van de aandelen Aramco die op de internationale beurzen zouden worden verkocht.

Maar de rest van de wereld had er geen trek in: te duur, te veel in ongenade en te riskant. Uiteindelijk werd slechts iets meer dan 2,5 procent verkocht aan hoofdzakelijk Saoedische beleggers op alleen de Saoedische beurs. Ja, het werd de grootste beursgang ooit. En inderdaad, die 2.000 miljard aan beurswaarde werd gehaald. Maar alleen met kunst- en vliegwerk. Alles om de kroonprins maar niet te ontrieven.

Straf op goud verviel

Het neemt niet weg dat 2019 een prima jaar was voor aandelen. De grondstoffenmarkten waren opmerkelijk kalm, behalve voor edelmetalen en dan vooral goud. Dat steeg met 18 procent in waarde.

De straf van goud – het levert geen opbrengst, maar alleen waardeverandering – verviel nu geld zelf óók niets meer opleverde. Op de valutamarkt, waar de relatieve prijs van geld wordt bepaald, gebeurde hoegenaamd niets. Die rust was opmerkelijk, in een wereldeconomie die werd opgeschud door handelsconflicten en geopolitiek geschuif.

De koers tussen dollar en euro, veruit het belangrijkste valutapaar ter wereld, kwam vrijwel niet van zijn plaats. Het is hier even nagerekend: 2019 was het rustigste jaar voor dollar/euro (vóór 1999 synthetisch berekend) sinds 1977 – vier jaar na het opbreken van het Bretton-Woodsstelsel van vaste wisselkoersen.

Ja, de Chinese renminbi stootte even door de ‘magische’ grens van 7 renminbi per dollar. Dat werd gezien als een Chinese waarschuwing dat de Amerikanen, als die te ver gingen, een valutaoorlog konden uitlokken. Maar zelfs de koersschommeling van de renminbi was, met nog geen 2 procent, uiteindelijk klein.

Rente negatief? Obligaties positief

2019 viel ook goed uit voor obligaties, waarvan de koersen over vrijwel de gehele linie stegen. Als de koers van een obligatie stijgt, dan daalt zijn effectieve rente. En sommige koersen gingen dermate ver omhoog dat de effectieve rente zelfs onder de nul dook. Duitsland, en Nederland, spanden hier de kroon. Op het hoogtepunt (of dieptepunt) in augustus bedroeg de effectieve rente op de tienjarige Nederlandse staatslening bijna -0,6 procent.

Nooit eerder leende een minister van Financiën zo goedkoop als Wopke Hoekstra. Of beter gezegd: nog nooit kréég hij, theoretisch, zo veel rente op een lening. In augustus van 2019, berekende databureau Bloomberg, stond er voor 17.000 miljard dollar aan leningen uit met een negatieve rente. Maar tegen het eind van het jaar daalden de obligatiekoersen, stegen dus de rentes, en stond nog maar voor 11.000 miljard negatief uit.

Hoeveel was er voor beleggers te halen in 2019? Veel. Aandelen gaven wereldwijd, inclusief herbelegging van dividend, een opbrengst van ruim 31 procent, in euro’s gerekend (MSCI-index). Obligaties wereldwijd, met herbelegging van rente, brachten 6,3 procent op (Barclays-Bloomberg-index). Vastgoed wereldwijd: maar liefst 22,1 procent (MSCI real estate). Alleen grondstoffen deden het, samen, slecht, met een daling van 2,6 procent (CRB-index).

Desondanks: 2020 oogt wankel

Wat er bij aanvang uitzag als een mager jaar, pakte uit als een van de beste beleggingsjaren sinds de crisis. Dat maakt specialisten voorzichtig voor het komende jaar. Veel risico’s zijn bekend: de aanloop naar en uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen is een belangrijke. En de vraag of de handelsconflicten van de VS met andere landen vreedzaam worden beslecht of niet.

En blijven de rentes van de centrale banken lower for longer? Het ziet er wel naar uit. Maar vlak voor de Kerst verhoogde de Zweedse Riksbank de rente van -0,25 procent naar 0 procent. Niet dat Zweden zo belangrijk is, maar de zet illustreert wel dat er verrassingen mogelijk zijn. China’s economie blijft zorgen baren, met zijn hoge schulden en vertragende groei. Maar Chinese implosiescenario’s zijn er elk jaar wel, en tot nu werden die gelogenstraft.

Veel hangt samen met de toestand van de internationale economie. De OESO, de organisatie die de recentste wereldwijde voorspellingen deed in november, typeert de wereldeconomie als ‘instabiel’, maar ziet geen recessiegevaar in 2020. Wél blijft de economische groei ver beneden normaal. ABN Amro verwoordde vorige week dan ook de mening van veel beleggingsstrategen met de vraag of de aandelenkoersen in 2019 al meer dan genoeg op de economie vooruitgelopen zijn. Dat zou impliceren dat er voor 2020 weinig meer in het vat zit – op zijn best. Maar de bank heeft ook een scenario dat rooskleuriger is.

Eén ding lijkt vast te staan: aandelen zijn relatief duur, vastgoed ook. Mocht de rente weer wat verder stijgen, dan lijden de obligatiekoersen daaronder. Maar wie weet pakt 2020 andermaal goed uit. 2019 moet voorspellers nederig hebben gemaakt. Maar zo gunstig als in het afgelopen jaar zal het niet snel meer worden.