Opinie

De blijmoedigheid van kameraad Jaap

Jannetje Koelewijn

De lamp boven de tafel verspreidt een fel wit licht, waardoor de Bijbelse taferelen op de wanden van de keuken goed zichtbaar zijn. Boven de gietijzeren kachel zie ik de val van Jericho en de intocht van Jezus in Jeruzalem. Aan de andere kant vliegt de profeet Elia op zijn vurige wagen de hemel in. „Wil je nog een koekje?”, vraagt Jaap Dorland (90) terwijl hij het pakje kerstkransjes van de bakker naar me toe schuift. Zelf pakt hij er ook nog eentje en neemt er met smaak een hap van.

Hij was zestig jaar de kameraad van dominee Hans Schouten, die drie jaar geleden is gestorven, en vorige week schreef ik al dat hij sinds zijn beroerte in augustus goeddeels verzorgd wordt door zijn buren. Iemand van de thuiszorg komt hem ’s morgens zijn steunkousen aantrekken, maar ’s avonds voor het slapengaan trekken de buurvrouwen die weer uit. Rond zessen brengen ze hem om beurten een bord warm eten. „En als je dat op hebt?”, vraag ik. „Wat doe je dan? Televisiekijken?”

„Niet meer”, zegt hij. „Al die narigheid.” Er trekt een schaduw over zijn gezicht, meteen daarna lacht hij weer. „Ik lees in de Bijbel. Jesaja heb ik net uit en nu ben ik begonnen met de profeet Jeremia. De Bijbel is mijn literatuur.”

Ja, zestig jaar lang deed hij dat samen met Hans Schouten, die zich trouwens op zijn tachtigste tot het katholicisme bekeerde en priester werd, en dan bespraken ze de betekenis van wat ze gelezen hadden. „En nu, Jaap?”, vraag ik.

„Nu doe ik dat in gedachten met Hans”, zegt hij, gebarend naar de stoel tegenover hem, alsof Hans Schouten daar nog gewoon zit. „Hij is eigenlijk altijd bij me, ook als ik niet aan hem denk.”

Lees ook De dominee en zijn kameraad, waarin Jannetje Koelewijn Hans Schouten en Jaap Dorland opzoekt

Hij staat op om nog een keer koffie in te schenken. Nee, ik hoef hem niet te helpen, liever niet. De fysiotherapeut heeft gezegd dat hij in beweging moet blijven, dus doet hij dat. Met bevende hand zet hij een voor een de kopjes weer op tafel en hij kijkt me triomfantelijk aan. Dat heeft hij ’m maar weer mooi geflikt. Terwijl hij een slok neemt, denk ik aan de dood die ongetwijfeld al achter de deur staat, hier in dit tot woonhuis verbouwde boerderijtje in Baambrugge, en ik vraag aan Jaap wat hij van de toekomst verwacht. „Dat ik zal sterven”, zegt hij. En dan? „Dat ik weer bij Hans zal zijn.” Hij neemt nog een slok van zijn koffie. „Je weet niet hoe het zal gaan en wat je te zien krijgt, maar ik vertrouw erop dat het goed komt.” En heel even voel ik mijn eigen ongeloof verdwijnen en denk: ja, natuurlijk komt het goed met hem.

Jannetje Koelewijn(j.koelewijn@nrc.nl) vervangt deze week Lotfi el Hamidi