Urker visser: 'toen ik die baby aanpakte dacht ik wel even ‘wow’'

Redding in de winternacht Tegen hun gewoonte in gingen de Urker vissers tussen Kerst en Oudjaar de zee op. De vangst mocht er zijn. Toen kwam de oproep van de Franse kustwacht.

Op krakkemikkige en veel te kleine scheepjes proberen migranten over Het Kanaal naar Engeland te komen. De foto toont een onderschepte boot waarmee 19 mensen de overtocht waagden.
Op krakkemikkige en veel te kleine scheepjes proberen migranten over Het Kanaal naar Engeland te komen. De foto toont een onderschepte boot waarmee 19 mensen de overtocht waagden. Foto AFP

Tevreden stoomde de vijfkoppige bemanning zondagavond terug naar de kust. Het was de eerste keer vissen op inktvis dit jaar, in Het Kanaal, waar deze diersoort bij kou graag heen zwemt, en in drie dagen tijd had de Urker kotter Z-182 zesduizend kilo opgehaald.

Nu vond de schipper het welletjes. Hij toog na de maaltijd naar boven en riep „Ik ga effe een uurtje liggen!” Ook de anderen gingen naar bed. „Prima”, riep Klaas-Andries Kramer, „ik hou ’m wel effe vast!”

En zo had Kramer de wacht toen tien minuten later een noodoproep binnenkwam. Hij kreeg de Franse kustwacht aan de lijn, in gebrekkig Engels, en hoorde dat vijf zeemijl verderop een bootje in nood was. Een „dinky”, noemde de kustwacht het bootje. Er waren mogelijk kinderen aan boord. Direct maakte Kramer iedereen wakker. „Eropaf!”

Meeste kotters aan wal

Rond deze tijd liggen de meeste Urker kotters aan wal. De festiviteiten in het dorp rond Kerst willen de meeste vissers niet missen. Maar nu was er bemanning gevraagd voor de Z-182, die permanent vanuit Oostende vist, en dacht de 28-jarige Klaas-Andries Kramer ‘ach, waarom ook niet’.

Hij is geboren Urker en zijn vader vist al zijn hele leven, hijzelf pas een jaar. Voorheen werkte hij bij Defensie en in een tapijtfabriek, totdat het vrije leven op zee hem riep. „Het is uitdagend, en het is altijd spannend wat er weer boven komt.”

Vol adrenaline

Maar dit had hij nog niet eerder meegemaakt. Vol adrenaline zette de bemanning van de Z-182 koers naar de opgegeven positie. Op het voordek tuurde hij met drie collega’s over de donkere zee. Ze hielden via het open raam contact met de schipper. Die probeerde aan de hand van de windrichting en de krachtige stroming te berekenen waar het bootje moest liggen. Maar hij zag ook een zandbank naderen en als het bootje door de stroming daarachter was gedreven, riep hij, dan was de reddingspoging zeker mislukt.

„Na een half uur zagen we licht”, zegt Kramer, inmiddels per busje terug op Urk. „We zagen drie man op een klein motorbootje flitsen met hun mobiel.” Eenmaal dichtbij gooiden de Urker vissers een touw uit en brachten hun schip langszij. De beelden daarna zal Kramer niet snel vergeten.

„Ik zag een klein, krakkemikkig bootje vól mensen. Als één te veel naar links stond, helde het hele bootje. Ik zag mensen in paniek, huilend, maar ook blijdschap. Ik kreeg meteen een baby aangereikt. Toen ik die aanpakte dacht ik wel even ‘wow’. De kleding van de baby voelde vochtig aan. Later hoorde ik dat de baby pas zes weken oud was.”

Het bootje dobberde stuurloos op volle zee. Kramer zag dat het tot enkelhoogte gevuld stond met water. En terwijl het buiten ijskoud was, en zelfs híj, met de beschermde kleding, nog bibberde, zag hij daar mensen in dunne kleding, één op blote voeten. Op het dek lag een man met een brace om een gebroken been. Eén voor één haalden vissers de mensen aan boord. Eerst de kinderen en een vrouw, daarna de mannen. Het paste amper. De bemanningsleden zochten naar broeken en truien en de meest onderkoelden kregen een plekje bij de grote kachel in het halletje. Kramer zette koffie en zijn collega deed de frituurpan aan. Daar gingen frikandellen en kroketten in. „Binnen vijf minuten was alles op.”

Twee spraken gebrekkig Engels. Kramer: „Ze zeiden de hele tijd ‘thank you, thank you’ en maakten bid-gebaren naar ons. Ze zeiden dat ze uit Irak kwamen en dat ze deze week al vaker hadden geprobeerd Het Kanaal over te steken.”

Beter leven in Engeland

Ditmaal was de motor uitgevallen en na twee uur ronddobberen hadden ze zelf de Franse kustwacht gebeld. Kramer begreep dat de migranten hadden gehoopt op een beter leven in Engeland. „In hun geval had ik me van tevoren toch wat beter ingelezen. Ze hadden één jerrycan gasolie aan boord, ze hadden het nooit gehaald.”

Niet veel later arriveerde de Franse kustwacht. Die nam de migranten over en telde de koppen: 21 in totaal.

Daarna was het een haastklus voor kotter Z-182 om alle inktvis nog op tijd op de Urker visveiling te krijgen. Het lukte, met één uur speling. Maandagmorgen kregen ze bericht van de Franse kustwacht, over de migranten. „We hoorden dat het oké met ze ging.”