Opinie

Bèta’s in de politiek: is er iemand die luistert?

Petra de Koning

De politiek, vindt Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66, is één grote scheikundedoos aan het worden. Dus als je weet waar het om draait bij PFAS, stikstofdepositie, CO2-uitstoot? Handig. Of misschien zelfs: dringend nodig. In de Tweede Kamer heeft de overgrote meerderheid géén bèta-opleiding gedaan en dat zij zich met die doos bemoeien, ziet Van Meenen als „serieus risico”. „Er is de neiging om te zeggen dat iets ‘ook maar een mening’ is. Maar het feit dat stikstofverbinding zwaar giftig kan zijn, kun je niet ter discussie stellen.” Politici die zelf bèta’s zijn, snappen volgens hem ook eerder dat je juist ook in de bèta-hoek naar oplossingen moet zoeken. Net als eerder bij zure regen en het gat in de ozonlaag.

Van Meenen is wiskundige en als hij het zegt moet hij lachen, maar toch: „In de Tweede Kamer ben ik de enige échte bèta.” Dicht bij hem in de buurt komt Eppo Bruins van de ChristenUnie, experimenteel natuurkundige. En wie zich door en door een bèta voelt is Mustafa Amhaouch van het CDA, hts’er meet- en regeltechniek. Uit gegevens van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) blijkt dat er onder de 150 Tweede Kamerleden ook nog twee econometristen zijn, een bioloog, een farmaceut, twee bouwkundigen. Ex-VVD’er Wybren van Haga studeerde elektrotechniek, SGP’er Chris Stoffer civiele techniek.

In zijn werkkamer tekent CDA’er Mustafa Amhaouch een grafiekje voor me – over de risico’s van een rechte lijn omhoog naar de doelstelling van 49 procent CO2-reductie in 2030. Hij vertelt ook over berekeningen die hij maakt: hoeveel brandstofpompen zijn er in Nederland en hoe lang duurt een gemiddelde tankbeurt? Pas dan kun je, vindt hij, iets zeggen over het aantal laadpalen dat je nodig hebt om de ambitieuze klimaatplannen van de Europese Commissie uit te voeren. En of dat wel kan. „Daar heb je meer aan”, zegt Amhaouch, „dan zomaar roepen ‘er moeten meer laadpalen komen’.”

Zomaar roepen. Kijken de bèta’s in de Tweede Kamer neer op de anderen? Amhaouch denkt dat het eerder andersom is. „Zij blazen hoger van de toren en denken sneller dat ze alles wel weten.” En waarom, zegt hij, maken partijen er zo’n punt van dat er op z’n minst één financieel specialist in een fractie moet zitten en hoor je ze nooit over het nut van een bèta?

In de politiek heb je prominente bèta’s als bondskanselier (en natuurkundige) Angela Merkel. En ook net zo goed bèta’s met weinig succes, zoals oud-PvdA-minister (en bioloog) Ronald Plasterk.

„Wij voelen ons geen betere politici”, zegt Eppo Bruins van de ChristenUnie. „We zijn anders.” En als je met weinig bent, voel je je „een rare”. „Het zou goed zijn als een derde van de Kamerleden bèta was. Mijn ideaal is een meerdimensionaal assenstelsel, want op allerlei assen heb je diversiteit nodig.”

D66’er Paul van Meenen vindt: het hoeven er niet veel te zijn. „Als je maar naar ze luistert.”

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) vervangt deze week Tom-Jan Meeus.