Jezelf niet al te serieus nemen

De overledenen van 2019 hadden grote dromen. Maar juist de mislukte ambities zorgen voor weemoed en ontroering.

Rutger Hauer als Floris. Hauer overleed in juli na een kort ziekbed.
Rutger Hauer als Floris. Hauer overleed in juli na een kort ziekbed. Anefo

‘Succes is niet definitief. Mislukking is niet fataal. Wat telt is de moed om door te gaan.” Je kunt deze uitspraak van Winston Churchill een cliché noemen, maar wie kijkt naar de loop van een mensenleven, kan niet anders dan concluderen dat Churchill een punt had.

Neem de Franse wielerheld Raymond Poulidor – bijgenaamd Poupou – die afgelopen november overleed. Gedurende zijn carrière werd hij vaak tweede, maar een gele trui won hij nooit.

Treurig? Welnee. Op een dronken avond bij de wielrenner thuis bedacht een aantal van zijn vrienden een ludieke oplossing. Toen iedereen ‘al zo blauw als een toeter was’, en Poupou in slaap gesukkeld, trokken ze hem alsnog een gele trui aan en zetten hem op de foto. Dat moet een gedenkwaardig beeld zijn geworden: de bijna-held ineens een held maar vanwege zijn dronken toestand overduidelijk weer geen held.

Of denk aan de Russische kosmonaut Aleksej Leonov, die in oktober op 85-jarige leeftijd overleed. Leonov was de eerste mens die een ruimtewandeling maakte, een avontuur dat hij bijna niet overleefde omdat zijn opgeblazen ruimtepak, na terugkomst bij de ruimtecapsule, niet meer in de luchtsluis paste.

Lullig, om door zo’n praktisch foutje de pijp uit te gaan. Gelukkig overleefde hij het en had hij dus een steengoed verhaal te vertellen. Hij werd dan ook een geëerd Sovjet-burger. Toch kreeg Leonov als geen ander ook teleurstellingen te verwerken: het was de bedoeling dat hij als eerste mens een rondje rond de maan zou maken. Een missie die werd afgeblazen vanwege een maanraket die nog niet klaar was, waarna de Apollo 8 hem versloeg. Ook zou hij de eerste kosmonaut zijn die een voet op de maan zou zetten. Helaas. Ook dat lukte niet.

Het zijn maar twee voorbeelden uit de levens van degenen die het afgelopen jaar zijn heengegaan. Maar die zeggen veel.

Een mens heeft dromen. Grote ambities. Sommige lukken, andere mislukken. Maar is dat erg? Wat als Poupou wél de gele trui had gewonnen? Dan hadden zijn vrienden hem niet, halfdronken door alcohol en slaap, op de foto gezet. Wat als het ruimtepak van Leonov niet was opgeblazen? Dan werd de anekdote nooit meer verteld. En dan was er misschien ook veel minder gelachen tijdens zijn begrafenis.

Want is dat niet ook waar zo’n afscheid voor is bedoeld? Het draait natuurlijk om het bewijzen van de laatste eer, maar misschien belangrijker is het om – vooral in de uren na de begrafenis, tijdens de borrel – nog eens flink te kunnen lachen.

Vlek tomatensaus

Want juist mislukte ambities, karakterzwakheden, pogingen te ontsnappen aan de condition humaine zorgen voor momenten van weemoed en ontroering.

Iets soortgelijks beweert ook cabaretier Tim Fransen, die eerder dit jaar het filosofisch essay Het leven als tragikomedie publiceerde. Hierin betoogt hij dat het komische niet een tegenpool is van het tragische, maar dat humor een alternatief perspectief kan bieden op ons onvermijdelijke falen.

Een komisch verhaal of een anekdote helpt ons herinneren wat we eigenlijk al weten. „Dat we gebrekkige, sterfelijke wezens zijn”, aldus Fransen. „Dat we het hier op aarde moeten stellen zonder absolute antwoorden over wat de bedoeling is. We worden ziek, we takelen af, […] we struikelen, we hebben een vlek tomatensaus op ons shirt, we worden verkeerd begrepen of begrijpen de ander verkeerd, we vallen door de mand […].”

Als mens ondernemen we nu eenmaal pogingen die gedoemd zijn te mislukken. Dat schept volgens Fransen weer een ruimte waarin troost en compassie kunnen bestaan. „Het legt onze destructieve en verwaande neiging tot superioriteit het zwijgen op, doordat het ons inpepert dat we uiteindelijk allemaal tot falen gedoemd zijn.”

Dat is wat al te stellig geformuleerd, maar ja, inderdaad, we stuntelen ons een weg door het leven. Misschien is het wel de grootste kunst om dit tijdens het leven al te beseffen. De in juli overleden Rutger Hauer, een van de succesvolste filmsterren uit de Nederlandse filmgeschiedenis ooit, moet dit geweten hebben. Ondanks zijn roem koos hij ook vaak voor onverwachte of kleine rollen. Hij speelde grootse schurken en slechteriken, verkreeg eeuwige roem door zijn rol als replicant Roy Batty in Blade Runner (1982), maar was op z’n best als er ‘een beetje tongue in cheek’ bij kon. Bij Confessions of a Dangerous Mind (2002) hing hij ineens als een sjofele spion aan een Berlijnse bar. En in een van zijn laatste optredens, in Jacques Audiards western The Sisters Brothers (2018), koos hij ervoor om alleen nog maar een schim achter een raam te spelen. Zo wist hij al tijdens het leven zichzelf en zijn rol te relativeren.

Blauwig bolletje

Net als de in mei overleden cabaretière Martine Bijl. Tijdens haar succesvolle carrière trad ze 27 jaar lang op in reclamespotjes voor het groentemerk Hak. Zonder gêne. En toen de fabrikant vond dat er maar eens een einde aan moest komen, merkte ze met de nodige zelfspot op geen last te hebben van „het lege-potsyndroom”.

Jezelf niet al te serieus nemen. Weten dat je op deze aardbol maar wat aanklooit. Het is misschien wel de belangrijkste boodschap die we met elkaar kunnen delen. Fransen stelt in zijn essay niet voor niets de vraag: wat betekent het om een mens te zijn op dit minuscule blauwige bolletje, omringd door een uitgestrekt vacuüm? Jules Deelder, die deze maand overleed, heeft ons hier een toepasselijk antwoord op kunnen geven, samengevat in het korte gedicht ‘Heelal’:

Hoe verder men keek,

Hoe groter het leek

Waarschijnlijk moet Leonov ook zoiets hebben gedacht, daar, hulpeloos rondzwevend, in zijn opgeblazen ruimtepak. Gelukkig was er een ventiel waardoor zijn pak kon krimpen en hij uiteindelijk toch nog wat langer op dat blauwige bolletje mocht verblijven. Het is een mooie gedachte, een mensenleven, gered door een ventiel.