Reportage

In Zuid-Afrika doen ze maar wat als het om privacy gaat

Surveillance Bedrijven uit China en andere landen hebben Afrika in het vizier als afzetmarkt voor surveillancesoftware. Maar activisten verzetten zich, met succes.

Straatbeeld van Johannesburg in de omgeving van het Nelson Mandela Museum, 2013.
Straatbeeld van Johannesburg in de omgeving van het Nelson Mandela Museum, 2013. Foto Chip Somodevilla/Getty

‘Met surveillance is het als met klimaatverandering”, zegt Murray Hunter, dataonderzoeker, schrijver en activist. „We zijn er bang voor. Maar we zijn niet in staat ons gedrag zo aan te passen dat het ook maar iets verandert.”

Neem hem als voorbeeld. Begin vorig jaar, na de onthullingen over Cambridge Analytica en de door nepnieuws op Facebook en andere sociale media geholpen overwinning van Donald Trump en Brexit, besloot hij zijn account op Facebook te vernietigen. Maar nu hij een jaar later een kinderboek over – nota bene – de gevaren van surveillance moet verkopen, is hij toch maar weer lid geworden.

Boris the Babybot, heet dat boek. A little book about Big Data. Het eerste kinderboek dat kinderen vanaf geboorte „niet bang maar bewust maakt” over privacy en het gespioneer van grote bedrijven en overheden tot in de kribbe. Nee, die Boris is niet genoemd naar de premier, maar het boek genereert door die titel wel veel belangstelling uit Groot-Brittannië.

Boris de robot scant neus, oren en ogen en leest wat de baby vrolijk of verdrietig maakt en stuurt de gegevens vervolgens door naar een fabriek. Op basis van al die data besluit de fabriek van Boris of we te maken hebben met goede of slechte baby’s. De baby in het boek is de enige die zich – met succes – verzet tegen al die ongevraagde data-analyse en zich niet laat tracken door de babybot.

„Het boek geeft geen instructies aan kinderen of jonge ouders”, zegt Hunter, aan een kop koffie in een hippe bar in Kaapstad. „Ik wil alleen maar laten zien dat verzet nog steeds mogelijk is.”

Als dat verzet ergens op het continent van de grond komt, dan is het hier in lawaailand Zuid-Afrika. Niet alleen met kinderboeken, maar ook met onderzoeksjournalistiek en rechtszaken die de privacy van burgers moeten beschermen.

Blik vol data

Want de grote techbedrijven hebben Afrika in het vizier. Vooral Chinese bedrijven, maar ook uit andere landen zoals Israël, de Verenigde Staten, Duitsland en Groot-Brittannië. Angstige autocraten en zwakke privacywetgeving maken Afrikaanse landen een gemakkelijk doelwit. Zo maakten de nieuwe leiders van Zimbabwe na de staatsgreep tegen president Mugabe in 2017 een technologische sprong voorwaarts door de aankoop van gezichtsherkenningstechnologie van een Chinees bedrijf met de naam Cloudwalk Technology. De Zimbabwaanse autoriteiten kregen de software voor weinig geld maar gaven de Chinezen er iets belangrijks voor terug: een blik vol data.

Gezichtsherkenningstechnologie is inmiddels zo ver gevorderd dat de foutmarge met witte en Aziatische gezichten inmiddels minder dan 1 procent is. Maar met zwarte gezichten blijkt die nog altijd meer dan 30 procent te zijn.

Gaten in het systeem

De Zimbabwanen zijn niet de enigen die deze informatie met Chinese bedrijven delen om zwaktes in de bewakingssystemen te dichten. Uit onderzoek van The Wall Street Journal bleek eerder dat medewerkers van Huawei de autoriteiten in Oeganda en Zambia helpen met het bespioneren van activisten en oppositieaanhangers. Zo wisten Oegandese autoriteiten met hulp van Huawei te achterhalen wanneer aanhangers van de activistische zanger Bobbi Wine bijeenkomsten organiseerden, door zichzelf met spyware toegang te verschaffen tot WhatsApp-groepen en privéchats op Skype en Facebook te hacken.

In Zuid-Afrika maken activisten gebruik van de grondwet, de meest progressieve constitutie op het continent, die actief wordt beschermd door een uitgesproken rechterlijke macht. Afgelopen september oordeelde het Hooggerechtshof dat het op grote schaal verzamelen en analyseren van informatie, bulk-surveillance, over eigen burgers „onwettig” is en „ongeldig” zal zijn als bewijslast in rechtszaken.

In Zuid-Afrika is een potentiële crimineel altijd zwart

De zaak was aangespannen door het onderzoeksjournalistencollectief Amabhungane en de actiegroep Right2Know. Zij ontdekten dat gesprekken tussen een bron en een onderzoeksjournalist waren afgeluisterd. Daar kwamen ze achter omdat die gesprekken als bewijsmateriaal dienden in een rechtszaak waarin de gevallen president Jacob Zuma probeerde aan te tonen dat justitie, politie en journalisten tegen hem samenzweerden.

„Zuid-Afrika is de nieuwe frontlinie in activisme tegen schendingen van privacy”, zegt Hunter. „Privacy gaat over sociale rechtvaardigheid. Gemarginaliseerde mensen dreigen het grootste slachtoffer van die schendingen te worden, omdat ze geen bescherming hebben. Misschien hebben we hier in het zuiden van de wereld niet zulke goede wetgeving en onderzoeken als in het noorden, maar we zijn er wel degelijk bezorgd over.”

Laboratorium

Zuid-Afrika is als grootste economie op het continent eveneens een laboratorium waar nieuwe technologieën worden uitgetest. Begin dit jaar maakte het bedrijf Vumacam bekend 15.000 bewakingscamera’s te gaan installeren in Johannesburg en het plan is dat andere grote steden als Durban en Kaapstad dit voorbeeld volgen. In de afgelopen vijf jaar zijn in de grote steden glasvezelkabels gelegd. Daarmee kreeg de Zuid-Afrikaanse middenklasse niet alleen snel internet, maar werd ook de infrastructuur gelegd die de bewakingscamera’s van Vumacam nodig hebben.

Het bedrijf dat daarvoor verantwoordelijk is heet Vumatel, waar het bewakingscamerabedrijf Vumacam uit ontsproot. Ze bieden een voor Zuid-Afrikanen eerste levensbehoefte: veiligheid. In een land waar vorig jaar meer dan 22.000 moorden werden gepleegd, worden camera’s gezien als een noodzakelijk kwaad. „Hoewel nog altijd niet is bewezen dat camera’s ook werkelijk misdaad tegengaan”, zegt Hunter. „Ze helpen hooguit achteraf een misdrijf op te lossen.”

Verschillende onderzoeken wezen de afgelopen maanden op de mogelijke problemen die de komst van de camera’s in de nog altijd volgens rassen diep verdeelde steden in Zuid-Afrika met zich meebrengen. Activist Thami Nkosi van de actiegroep Right2Know wijst op de terugkeer van het ‘Dompas-systeem’ waarmee het racistische apartheidsregime tientallen jaren zwarte Zuid-Afrikanen weerde uit witte woonwijken. Wie geen pas had, kon worden opgepakt.

Hoewel de Zuid-Afrikaanse wet deze discriminatie streng verbiedt, dreigen particuliere techbedrijven die praktijken nu terug te brengen. „Die camera’s detecteren ‘verdacht gedrag’. Wie is in dit land verdacht?”, vraagt Nkosi zich af. „In Zuid-Afrika is een potentiële crimineel altijd zwart. Onlangs was een zwarte journaliste aan het wachten in een door bewakingscamera’s beveiligde wijk in Johannesburg, Fourways. Ze zat een boek te lezen in haar auto. Binnen enkele minuten stond het particuliere bewakingsbedrijf in die wijk naast haar auto. Mijn vraag: wat zou er zijn gebeurd als zij wit was geweest?”

1.500 bewakingscamera’s

Nkosi spreekt tijdens de lunch van een groep activisten die in een hotel in Kaapstad bijeen zijn gekomen om over de gevaren van nieuwe technologieën te praten. In Kaapstad hangen nu 1.500 bewakingscamera’s, waarvan het gros in handen is van particulieren en buurtwachten. „Waar gaan al die beelden heen. Wie heeft toegang? Aan wie worden ze verkocht? Dat is wat we willen weten”, zegt Mark Wineberg, nationaal coördinator van Right2Know. „We bevinden ons nu op een terrein dat nog door geen enkele wet wordt bewaakt. Iedereen doet maar wat.”

Dat is volgens onderzoeker Murray Hunter het stadium waarin Zuid-Afrika nu verkeert. Verkoopt Zuid-Afrika camerabeelden door aan Chinese techbedrijven, die de camera’s voor de bewakingsbedrijven leveren? Het zou kunnen. Is er sprake van etnisch profileren door particuliere bewakingsbedrijven? Het zou kunnen. „Daarom moeten we nu dit gesprek hebben over de mogelijke gevaren. Het ergste scenario speelt zich nu al af in Hongkong [en China], waar mensen met gezichtsherkenningstechnologie worden opgepikt. Maar wij hebben hier andere democratische waarden. Op het moment dat je hun systemen gaat gebruiken is het niet langer de vraag of er misbruik van gemaakt wordt, maar wanneer. Daarom moeten wij dit als activisten in de gaten houden.”