Foto Bastiaan Heus

Interview

Geletruidrager Mike Teunissen: ‘Het is zo groot en surreëel, ga dat maar uitleggen’

Interview | Mike Teunissen Op 6 juli van dit jaar veranderde het leven van Mike Teunissen voorgoed, toen hij de eerste Touretappe en de gele trui won. „Ja, misschien was ik zelf ook wel in shock.”

In vier minuten tijd wordt hij van teleurstelling naar euforie geslingerd en terwijl hij nog niet eens de tijd heeft gehad om die grote emoties überhaupt op te merken, wordt hij geacht te vertellen wat hij voelt, wat hij denkt, en hoe het in vredesnaam kan dat hij hier dadelijk de gele trui krijgt omgehangen, en niet zijn ploegmakker, wiens grote dag het eigenlijk had moeten worden. Hij zou een belangrijke bijrol vervullen, maar is nu ineens zelf de grote man. Zijn hoofd ontploft, slaat op hol. „Je zou voor minder gek worden.”

Het leven van Mike Teunissen (27) uit het Limburgse Ysselsteyn verandert op 6 juli 2019 even na vijven voorgoed als hij er op de Avenue de Madrid in Brussel in slaagt zijn voorwiel een centimeter of tien eerder over de finishlijn te duwen dan dat van de grote Peter Sagan. Hij wint niet alleen de eerste etappe van de 106de Tour de France, maar pakt ook de gele trui, als eerste Nederlander in dertig jaar. Daar was geen mens op voorbereid. Hijzelf nog wel het minst.

De man die zich prettiger voelt als voetnoot, heeft in de vaderlandse sportgeschiedenis ineens een hoofdstuk gekregen, en hoewel hij dat wel degelijk probeert te beseffen, kan hij de omvang ervan nog lang niet doorgronden. Bij Jumbo-Visma zijn ze in het eerste halfjaar van 2019 „gek gemaakt” met die mogelijke gele trui, die voorbestemd was voor de snelste van het stel, de Amsterdamse sprintbom Dylan Groenewegen. Maar die viel, op anderhalve kilometer van het einde.

Minutieus voorbereid

Teunissen gelooft eerst niet wat er gebeurt. Het zal toch niet dat de sprint die ze zes maanden lang minutieus hebben voorbereid zo eindigt? Zijn gedachten dwalen af, hij vraagt zich af wat hij hier nog aan het doen is. Zijn snelheid zakt in, hij wordt links en rechts ingehaald. Sebastiaan Langeveld komt hem voorbij, en roept dat hij voor zich moet kijken. Dan ineens voelt hij frustratie. Dit is niet waar hij zo voor heeft afgezien, waar hij sinds november zijn dagen aan heeft gewijd. In een paar tellen zet hij negativiteit om in voorwaartse energie, ook omdat hij bij donderslag voor eigen kans mag gaan. Zo vaak gebeurt dat een helper niet. En dus stampt hij zijn pedalen omlaag en mengt hij zich in de strijd. „Ik leef volgens het motto: als er kansen liggen, moet je ze pakken. Al was dit wel een heel extreem voorbeeld, met een heel extreme uitkomst. Het was totaal ondenkbaar dat ik die rit ging winnen.”

Hij doet het toch, in een hoekige stijl waar nog veel aan te verbeteren valt, maar waar hij wel goed zijn kracht mee kwijt kan. Hij smijt zijn fiets precies op het goede moment naar voren. En dan begint het circus.

De mediabelangstelling in de Tour de France is overweldigend, zeker voor een jonge vent die geen rekening had gehouden met dit scenario. Hij moet langs tientallen camera’s, en steeds krijgt hij dezelfde vragen, van journalisten die nog nooit hebben gehoord van Mike Teunissen. Hoe hij zich voelt, of hij de laatste kilometer wil beschrijven. Zijn beste vriend Ike laat zijn tranen de vrije loop, en ook zijn vriendin Corinne houdt het niet droog. Zij krijgt een vip-pasje en mag richting podium. „Ik was totaal in shock”, blikt ze terug. Zelf blijft Teunissen uiterlijk koel, hoewel hij het zelf „misschien ook wel was”, zegt hij nu. Hij viert zijn feestje ingetogen, dat is zijn persoon, maar ook omdat hij weet dat zijn kamergenoot zijn wonden likt. „Ik kon me van zijn naasten het best voorstellen hoe teleurgesteld hij moest zijn.”

Jongensdroom

Een dag en een korte nacht later zegt hij het idee te hebben dat hij zijn eigen jongensdroom is binnengewandeld. „Iedere jeugdrenner doet wel eens een wedstrijdje en roept dan dat hij de gele trui heeft gewonnen. De beste op straat mag het geel aan.” Hij vertelt over het klassieke beeld dat hij als jochie had van de dagelijkse huldiging in de Tour de France, gefilmd van voren, een privilege voorbehouden aan de allergrootsten.Ineens is hij het zelf die in het geel al die helden van weleer in de coulissen een handje geeft, het gele leeuwtje in de lucht houdt en wordt toegejuicht, als beste wielrenner van een groep toch al heel goede wielrenners. Dit heb je toch maar mooi geflikt, denkt hij.

Daarna moet-ie door, een dag later is er een ploegentijdrit te rijden. In de Tour is geen tijd voor reflectie op de dingen, ook niet als ze zo overrompelend zijn dat de meeste mensen er op z’n minst een paar dagen van uit balans zouden raken. Dat ervaren zijn naasten, die alleen maar kunnen toekijken hoe hun Mike met één sprint de wielerwereld heeft veroverd.

Foto Bastiaan Heus

Pas in rit drie wordt Teunissen uit het geel gereden, als hij in de heuvels naar Epernay na twee onrustige nachten de kracht voelt wegvloeien. Het is weer „business as usual”, zegt hij – sprinten voor Dylan. Maar die gele truien pakken ze hem nooit meer af. Hij laat ze lang na de Tour inlijsten bij een lijstenmaker in Deurne, en geeft er een aan zijn ouders. Zij hangen het tricot vol in het zicht, in de woonkamer. Twee andere krijgen thuis in Rosmalen een plek op de gang. Als Teunissen naar bed gaat, kan hij er even naar kijken. Hij krijgt nog altijd kippenvel.

Zijn er dingen veranderd sinds die dag?

„Wat mij betreft niet. Ik moet wat meer interviews geven, word wat vaker gevraagd voor wielercafés en openingen.”

En financieel?

„Toevallig heb ik dat afgelopen week aan de ploeg gevraagd. Ik zei: dit is natuurlijk wel groter geworden dan we vooraf hadden kunnen bedenken. Kan er niet alsnog iets gedaan worden? De ploeg was het daarmee eens en heeft me een beter contract aangeboden.”

Word je op straat herkend?

„Sporadisch. Laatst in de supermarkt. Maar verder weinig.”

En heeft het mentaal iets gedaan?

„Eh, ja, het geeft wel vertrouwen.”

Je vriend Ike zei: voor het grote publiek moet hij zich nu nog eens bewijzen, herbevestigen. Die druk neemt toe.

„Ja, dat is in principe wel zo. Die druk voel ik. Want als ik nu niets meer zou laten zien tot het einde van mijn carrière zou het ook teleurstellend zijn.”

En toch zei je laatst tegen je vriendin dat je carrière eigenlijk al geslaagd is.

„Nou, dat is toch een lekker idee? Dan kan ik nu het voorjaar in, en als daarin niets lukt, heb ik die gele trui nog.”

Bij thuiskomst na de Tour de France hebben zijn vrienden zijn woning versierd. Het eerste wat hij vraagt is: „Ruimen jullie het ook weer op?” Hij staat niet graag in de belangstelling.„De Tour was al bombastisch genoeg.” Die weken rijdt hij zeven criteriums, waarin hij beter dan ooit verdient omdat hij als geletruidrager voor veel Nederlandse organisatoren „de hoofdact” is. Tussendoor neemt hij geen vrij, hij koerst tot diep in oktober.

Hij zegt die doldwaze dagen in juli „prima” te hebben verwerkt, hoewel hij er met bijvoorbeeld zijn vader nog niet uitgebreid op heeft teruggeblikt. Martin Teunissen vertelt dat hij die julidagen wel heeft ervaren, maar nog niet beseft.

Na het seizoen is Teunissen twee weken naar Curaçao geweest met zijn vriendin. Dylan Groenewegen was er ook. Toen hebben ze de beelden van de sprint teruggekeken, en besproken hoe bijzonder die dag is geweest. Meer hoeft van hem ook niet.

Is het de mooiste dag uit je leven geweest?

„In principe wel, ja.”

Kan je uitleggen waarom?

„Het is een gevoel dat ik iedereen kan aanbevelen, maar dat niet te omschrijven is. Het is zó groot. Kijk, ieder mens heeft andere dromen en andere doelen. Je pakt een droom of een doel, en je verdubbelt die, je maakt het twee keer zo moeilijk, en dan ga je ’m in één keer pakken. Ga dan maar eens uitleggen hoe dat voelt. Dat is zo surreëel.”

Hij vertelt dat hij nog het meest genoten heeft van de berichten die hij drie weken lang kreeg tijdens de Tour, in het peloton en ook daarbuiten, van mensen die hem complimenteerden met zijn sprint, maar ook met zijn uitstraling op televisie. „Dat vind ik nou echt leuk om te horen, dat ze me zo normaal vinden, down to earth.” Maar dat het aan het eind van het jaar nog steeds over Teunissen de geletruidrager gaat, hoeft van hem niet zo. Hij heeft voldoende erkenning gehad. „Er zitten vier of vijf renners in mijn team die meer hebben gepresteerd. Ik heb niet het gevoel dat ik met mijn gele trui te koop moet lopen.”

Hij kwam laatst voor in de spelshow ‘Met het Mes op Tafel’, van Omroep Max. Wie de gele trui in Brussel had gewonnen. Een speler had het goed, de ander fout. „Ik vind het niet zo gek dat iemand het niet weet”, zegt hij. „Misschien is het allemaal niet zo groot. Die trui geeft mij rust, omdat ik nu weet dat ik dit kan op het allerhoogste niveau. Dat is genoeg.”

Bij een jeugdtraining op de club waar hij al tien jaar lid is, Wielervereniging Schijndel, werd hij aangekondigd als de grote geletruidrager. „Dan zie je dat ontzag in de ogen van die jongens. Dat vind ik mooi. Ik denk dan: goh, als ik nu jeugdrennertje was geweest en er kwam een geletruidrager bij me op training, dan was ik geïnspireerd geraakt. Ik ben ook vanuit die droom op de fiets gestapt.”