Opinie

#geenvuurwerkvoormij

Marcel van Roosmalen

Nee, voor mij ook geen vuurwerk. Ik haat vuurwerk. De laatste keer dat ik genoot van vuurwerk was ik veertien. Ik ben de enige niet. Opeens is #geenvuurwerkvoormij trending op Twitter.

Ik heb moeite met mensen die #geenvuurwerkvoormij delen, maar er meteen achteraan zeggen dat anderen vooral hun gang moeten gaan. Ze kennen de bezwaren en de overlast, maar willen niet bekendstaan als degene die met het vingertje wijst. Ze gebruiken liever de middelvinger als iemand ze iets oplegt, bijvoorbeeld dat je niet meer hard mag rijden op de snelweg. Ze snappen dat de vrijheid van de een de overlast voor de ander is, maar zeggen dat liever niet hardop.

Als je van zwarte piet, barbecueën, vuurwerk, hard rijden, roken en drinken houdt was 2019 geen fijn jaar. Als je dan ook nog eens boer bent was het zelfs ronduit een kutjaar. Dan kwam het maatschappelijk debat met zevenmijlslaarzen je stal binnenstappen, dan werden je door ‘de publieke opinie’ en ‘de machthebbers’ de duimschroeven aangedraaid, dan restte je niets anders dan het persoonlijk te nemen. Daar word je actiebereid van, want wat heeft het leven nog voor zin als ze je hele leven willen verbieden?

Hoe vaak komt het nou voor dat je en van zwarte piet en van barbecue en van hard rijden en van vuurwerk houdt en rookt en drinkt en boer bent?

Dat ligt er maar aan waar je woont.

In mijn omgeving heel vaak.

Gisternacht om twaalf uur precies begonnen ze tegenover ons huis met het afsteken van vuurwerk. Geen rotjes of pijlen, maar hele dozen die uit een bestelbusje werden gehaald. Iedereen wakker. Eerst dacht ik dat ze zich een paar dagen vergist hadden, maar vandaag werd mij door dorpsgenoten uitgelegd dat er nogal wat zijn die te enthousiast hebben ingekocht onder het mom van ‘nu kan het nog’. Ze hebben zoveel vuurwerk dat het te veel is voor oudejaarsavond, eigenlijk moest ik het zien als een training voor een belangrijke wedstrijd. Er zouden nog wel meer trainingen volgen. Openbare trainingen, liefst voor andermans huis.

Later dacht ik dat het leven in Nederland steeds vaker een openbare training is waarvan iedereen mag meegenieten. Meningen en tradities worden hier als vrijheid opgediend. Ze gaan rond met de schaal en als je zegt dat je het niet meer blieft worden ze boos. Je kunt je vrijheid van meningsuiting maar beter half gebruiken: #geenvuurwerkvoormij. En dan maar hopen dat de vuurpijl van de buren niet op jouw poes komt.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.