Profiel

Frenkie de Jong, meester van de tijd en ruimte

Profiel | Frenkie de Jong Hij vestigde in 2019 zijn naam als middenvelder van wereldklasse. Frenkie de Jong: op zijn plek bij Barça, spil van Oranje. De bijna complete voetballer doorgelicht.

Frenkie de Jong in actie tijdens de ‘Clásico’ tegen rivaal Real Madrid in Camp Nou deze maand.
Frenkie de Jong in actie tijdens de ‘Clásico’ tegen rivaal Real Madrid in Camp Nou deze maand. Foto Jose Breton/Getty Images

Het zijn korte, zachte tikjes. Verfijnd. Altijd gecontroleerd, in balans. De bal als het ware aan een touwtje. Lichtvoetig. Losjes, met buitenkant rechts, dan weer binnenkant voet. Vertragen, verplaatsen, versnellen, de diepte zoeken.

Hij is onbevreesd, kiest bijna altijd het avontuur. Met zijn dribbels, het middenveld over. Hij ziet oplossingen, waar anderen problemen zien. Intuïtie als wapen – soms als valkuil. De omgeving scannend met die korte hoofdknikjes opzij – om de wedstrijd te lezen, de looplijnen van medespelers en tegenstanders in te schatten. Meester van de tijd en ruimte.

Het fascinerende samenspel tussen voet, bal en veld is bij Frenkie de Jong anders dan bij vele anderen. Risicovoller, dwingender, verrassender, sierlijker.

De opkomst van De Jong (22), uit het Zuid-Hollandse Arkel, loopt parallel met het herstel van het Nederlands elftal – en in breder perspectief met die van het totale Nederlandse voetbal. Zijn invloed op het spel bij Oranje, sinds zijn debuut in september 2018, is onmiskenbaar groot. Hij zaait verwarring bij tegenstanders en creëert openingen, waardoor medespelers beter tot hun recht komen.

Louis van Gaal twijfelde deze zomer of De Jong wel zou gaan spelen bij FC Barcelona, na zijn overstap van Ajax, gezien de concurrentie op het middenveld. Maar hij is uitgegroeid tot vaste waarde. Van alle veldspelers maakte hij, na Gerard Piqué, de meeste minuten in de eerste seizoenshelft: 24 duels, 1.840 minuten.

Schakelspeler bij Barça, spil van Oranje. Frenkie de Jong doorgelicht, in het jaar waarin hij definitief zijn naam vestigde als middenvelder van wereldklasse.

Klein maar slim

Terwijl het voetbal steeds fysieker en sneller wordt, toont De Jong dat buitengewone techniek en spelintelligentie het verschil blijven maken. De Jong – 1,81 meter, 74 kilo – is in de jeugd nooit de langste en sterkste geweest. Hij probeerde het anders op te lossen en vermeed lichamelijke duels met tegenstanders. Jeugdtrainers vertellen erover in het boek Frenkie, van Cyril Collot en Luca Caioli, het Frans-Italiaanse duo dat ook biografieën schreef over Kylian Mbappé, Paul Pogba en Mohamed Salah. Ze spraken familie, vrienden en oud-trainers van De Jong.

„Het feit dat hij zo klein was, zowel ten opzichte van zijn tegenstanders als zijn teamgenoten, heeft hem geholpen”, zegt Jos Bogers, jeugdtrainer bij Willem II. „Daardoor moest hij zijn techniek en anticipatievermogen ontwikkelen. Fysiek kon hij het niet winnen, maar hij kreeg al snel door dat hij ze te slim af kon zijn met zijn bewegingen en zijn inzicht.” Daarmee was hij tegenstanders steeds een stap voor. „Terwijl op die leeftijd kinderen normaal met zijn allen op een kluitje spelen, zorgde Frenkie dat hij altijd ruimte genoeg om zich heen had”, zegt Robby Hendriks, ook zijn jeugdtrainer bij Willem II, in het boek.

Verdedigend vermogen

Bepaalde facetten van zijn spel moet De Jong nog verbeteren, als hij in de zomer van 2016 aansluit bij de selectie van Ajax onder leiding van Peter Bosz. Hij is 19, is een half jaar eerder overgekomen van Willem II en speelt zijn duels bij Jong Ajax in de eerste divisie.

De Jong is nog te passief bij balverlies. In balbezit is hij dan al „heel actief en dominant”, zegt Bosz nu. Maar bij balverlies moet hij „agressiever” worden in het druk zetten op de tegenstander – destijds een van de speerpunten bij Bosz’ team. Daarnaast kan hij zich nog ontwikkelen in het verdedigend positie kiezen en moet hij „fysiek nog een grote stap” maken.

Het blijft dat seizoen bij enkele basisplaatsen en invalbeurten. Bosz is nu onder de indruk van de progressie die De Jong in de ruim twee jaar erna maakte, met name verdedigend. Hij denkt dat De Jong op dit gebied „veel heeft geleerd” in de periode dat hij als centrale verdediger speelde bij Ajax, eerst onder Marcel Keizer en vervolgens onder Erik ten Hag.

Lees ook: Het kon allemaal, bij het Ajax van 2019

Een kleine twintig duels stond hij op die positie – als ‘libero’. Bosz: „Je zag dat hij opeens kopduels ging winnen en positioneel goed ging staan. Dat geeft aan dat hij een zeer intelligente speler is, die zich ontwikkelt op het moment dat hij in zulke situaties terechtkomt.” In de Europa League-finale tegen Manchester United, in 2017, bracht Bosz hem acht minuten voor tijd in als libero, met als doel hem te laten ‘indribbelen’ op het middenveld. Maar het stond al 0-2 – en dat bleef het.

De wegdraaiactie

Het speelse in zijn spel is gebleven, ook na de hype. Het onbevangene, de bravoure – de ogenschijnlijke arrogantie. The New York Times schrijft in april een lofzang over het ‘onverschrokken’ Ajax, toegespitst op De Jongs eerste balbehandeling in het eerste duel in de halve finale van de Champions League bij Tottenham Hotspur. Ajax wint met 1-0. De Jong krijgt de bal na de aftrap, maakt een schijnbeweging als Fernando Llorente van de Spurs op hem afrent en houdt de bal zo’n 1,5 seconde vast. The New York Times: „Op het laatste moment, met zijn prooi in de val, trapte hij de bal kalm zijwaarts. Hij had laten zien wie de baas was.”

De Jong wacht vaak met de bal aan de voet, tot zich een betere afspeelmogelijkheid aandient. „Ik heb hem zo vaak gezegd: Frenk, pas op jongen. Als jij de verkeerde tegenkomt, breekt die je been”, zegt Bosz. „Door zo lang te wachten met afspelen, breng je soms ook ploeggenoten in de problemen.” Maar het zit in zijn spel, het lokken van tegenstanders om ze vervolgens van zich af te schudden. Zijn specialiteit: hij draait op de eigen helft, met een speler die dicht op hem zit, heel kort terug richting eigen goal, lijkt dan even in de problemen, maar met zijn voortreffelijke techniek kapt hij vervolgens razendsnel weg en is dan los.

Vergelijk het met een draaideur, waarbij de tegenstander de as is waar De Jong omheen draait. Het is kenmerkend voor zijn vermogen om onder druk in balbezit te blijven. Het is niet zonder risico. Tegen Real Madrid, in de achtste finale van de Champions League, gaat het bijna mis tegen Karim Benzema. Die pakt de bal af, maar faalt vervolgens in de afwerking.

De Jong is „heel elastisch” en zit laag met zijn knieën, waardoor hij in staat is „makkelijk” te wenden en keren, zegt Randy Sedoc, looptrainer en oud-atleet. Hij trainde De Jong in het verleden extra, in de voorbereiding op het seizoen.

Vaak volgt na zijn wegdraaiactie een rush over de as van het veld, zijn andere handelsmerk. De Jong schiet als het ware weg. Sedoc: „Hij is dodelijk snel op de eerste meters.” Bosz: „Als hij dat doet [indribbelen], is dat zeer gevaarlijk. Zo creëert hij een man meer op het middenveld. Daar is hij ongelofelijk goed in.”

Niet doeltreffend

De Jong kan op meerdere sleutelposities uit de voeten. Bij Ajax speelde hij vrijwel altijd als verdedigende middenvelder (‘op zes’) en verzorgde in die rol de opbouw. Bij Barcelona speelt hij in een meer aanvallende rol, vaak vanaf links.

Bij Ajax kon hij op die positie het spel naar zijn hand zetten, vertelt De Jong in Zeist, begin oktober voor een training van Oranje. Dat is als linkshalf bij Barcelona anders. „Dan krijg je wat dieper op het veld de bal, dus moet je iets meer geduld hebben. Daardoor heb ik iets minder balcontact af en toe en kan ik het spel iets minder naar mij toetrekken.”

Daarom is er kritiek op Barcelona-coach Ernesto Valverde: laat hij De Jong wel in zijn kracht spelen? Maar die zegt zelf, half december in een interview met Ziggo Sport, dat hij in die rol zijn draai gevonden heeft. „Ik denk dat ik het best tot mijn recht kom als ik net voor de laatste fase in balbezit kom en dan mensen in goede posities breng, zodat die het verschil kunnen maken.”

De Jong is geen speler die zich in de laatste fase nadrukkelijk manifesteert en via een assist het ‘eindproduct’ verzorgt. „Hij is meer degene die het spel stabiliseert en een vóór-assist geeft”, zegt journalist Domagoj Kostanjšak, die voor vakblad Total Football Analysis Magazine enkele analyses schreef over De Jong.

In eerdere interviews zei De Jong dat hij vaker de beslissende pass wil geven. Nu is zijn invloed op het spel niet terug te zien in de meest tastbare statistieken: goals en assists. Bij Barça scoorde hij tot nu toe één keer en gaf hij twee assists, vorig seizoen bij Ajax was dat vier om vier.

Hij is niet doelgericht. „Echt totaal niet”, zegt De Jong tegen Ziggo Sport. „Het gekke is, op trainingen scoor ik wel vaak, en ik kan best prima schieten. Maar als ik in de wedstrijd in die positie kom, schiet ik bijna nooit. En als ik schiet, gaat hij vaak niet op doel. Ik denk dat het met een mentaliteitsswitch te maken heeft.”

Lees ook: Mohamed Ihattaren, de zwervende regisseur van PSV

De overige statistieken van De Jong zijn goed in de eerste seizoenshelft bij Barcelona, alle competities meegerekend. Hij lijdt zelden balverlies, heeft een passnauwkeurigheid van 94 procent. Bij de meer risicovolle passes, in het strafschopgebied van de tegenstander, is 74 procent succesvol. Gemiddeld maakt hij drie aanvallende runs per duel.

Het Barcelona-dna

„De eerste keer dat je zo’n rondootje meedoet, ben je toch benieuwd hoe het gaat, als ik maar niet te veel panna’s krijg of in het midden loop. Dat viel wel mee.” De Jong lacht. „De rondo’s verlopen goed tot nu toe.” Het is september. In Zeist, waar hij traint met de selectie van Oranje, vertelt De Jong over de eerste weken bij Barcelona, die zomer. Hij heeft snel zijn plek gevonden. „Die jongens bij Barcelona proberen mij echt te helpen en me thuis te laten voelen. Echt fijn, dat ze je meteen in de groep opnemen.”

Hij maakt zich niet druk over de vele veranderingen – de cultuur, de taal, het eten, het voetbal, de grootte van de club, het weer. Nuchter: „Tuurlijk wel effe een nieuwe omgeving en dat soort dingen, maar ik denk niet dat we dat veel groter moeten maken dan het is.”

Een maand later oogt hij moe, na een late wedstrijd bij Barcelona en een vroege vlucht naar Nederland. Met zijn handen in de zakken van een winterjas staat hij in Zeist langs het veld. Spaanse kranten zijn lyrisch over hem, na de 4-0 zege op Sevilla. Hij heeft dan voor het eerst twee wedstrijden op rij met Lionel Messi gespeeld, die ook hij als de beste speler van dit tijdperk ziet. „Hij maakt het ook makkelijker voor je, je kan hem altijd aanspelen”, zegt De Jong „En hij speelt je altijd op een goede manier terug aan.”

De Jong heeft het „Barcelona-dna”, zegt Kostanjšak. „Ik houd niet van die term, maar het klopt wel. Hij heeft alle kwaliteiten om te slagen bij Barcelona.” Hij somt op: slim, snel, behendig – in lijn met de Barcelona-traditie van vloeiend combinatievoetbal. „Hij is drukbestendig bij balbezit. Dat moet iedere Barcelona-middenvelder zijn.”

Frenkie de Jong, de bijna complete voetballer die in veel gevallen het moeilijke zo makkelijk doet lijken, is bezig zijn droom bij Barcelona te verwerkelijken.