Reportage

Ouderwets carbidknallen, da’s toch prachtig

Carbidschieten In het oosten van het land is het een traditie die honderd jaar terug gaat. Maar wat is er zo mooi aan schieten met een melkbus?

Het Open NK Carbiddarten. „Er komt best wat tactiek bij kijken.”
Het Open NK Carbiddarten. „Er komt best wat tactiek bij kijken.” Foto's Kees van de Veen

Op een vroege maandagochtend klinkt in de mist gedreun vanuit een weiland. Zo’n vijftig mensen, van jong tot oud, laten melkbussen knallen bij een oude boerderij in het Drentse land. Dit is de start van de ‘Bewust Oplettende Carbid Knaller-campagne’. Het initiatief van stichting Carbid Schieten Drenthe heet in de volksmond de ‘BOCK-campagne’.

Het motto is: ‘Een echte BOCK heeft doppen op’. „De knal van een melkbus met bal zorgt voor zo’n 130 decibel”, zegt Christina Fuller, KNO-arts in Hoogeveen, die ook naar de ‘knalboerderij’ is gekomen. „Dat is enorm schadelijk.” De doppen noemt ze „oorbehoedsmiddelen”, die ervoor zorgen dat het volume met zo’n 30 decibel wordt gereduceerd. Dat voorkomt volgens Fuller blijvende gehoorschade en oorsuizen.

Jetta Klijnsma (PvdA), commissaris van de koning in Drenthe, loopt vol bewondering langs de melkbussen die op een ‘bok’ klaarliggen om afgeschoten te worden. „Alleen maar jeugdherinneringen”, lacht Klijnsma. „Toen ik jong was, deed ik dit ook met mijn vader”, vertelt ze. „Hij werd wel doof. Die doppen hadden we toen jammer genoeg nog niet.”

Klijnsma is blij dat ze in „zo’n authentieke provincie” woont. „Voor ons zijn tradities erg belangrijk”, vertelt ze. „Carbid is een typisch Drents gebruik. Dat moet behouden blijven.” Volgens Klijnsma kunnen tradities blijven bestaan zolang ze maar meegroeien met de tijd. „Je ziet het bij de vreugdevuren in Den Haag. Omdat daar te stevig vast wordt gehouden aan de óude traditie, is de hele traditie nu verdwenen.” Dat moet volgens Klijnsma in Drenthe voorkomen worden. Met zo’n campagne kan dat, verwacht ze.

‘Het steentje in de melkbus’

Cultuurhistoricus Jonn van Zuthem heeft zich de afgelopen jaren ondergedompeld in de geschiedenis van ‘het steentje in de melkbus’ en schrijft een boek over carbid. Het schieten met het goedje is volgens hem al zo’n 100 jaar oud. Daarvoor werd carbid veelal gebruikt door smeden als lasmateriaal. Het schieten werd groot na de Eerste Wereldoorlog, als een relatief onschuldige bezigheid voor de jeugd, vertelt Van Zuthem. „In het begin was carbid heel schaars, dus er werd weinig geschoten”, zegt hij. „Later werd het goedkoper, en nam het gebruik toe.”

„Het carbidschieten is onderdeel van een identiteit”, vertelt Van Zuthem. Het knallen is volgens hem een manier om jezelf extra status te geven. „Als je kon knallen, dan had je het gemaakt”, zegt van Zuthem. Maar de populariteit van het carbidschieten neemt in zijn woonplaats Kampen af. „Het schuttersvolk wordt ouder en jongeren worden amper bij de traditie betrokken”, vertelt Van Zuthem.

Foto’s Kees van de Veen

Om de neergang te doorbreken, is in Kampen het Schuttersgilde opgericht. Ondernemer Richard Bottenberg (38) nam het initiatief daarvoor een jaar geleden met zijn buurman. „De gemeenten begrijpen onze tradities vaak niet”, vertelt Bottenberg. „Maar prachtige gewoonten willen we nog wel door kunnen geven.” Met een petitie heeft hij de geplande afschaffing van het melkbusschieten weten te voorkomen.

„De gemeente zag in dat het met een gilde een stuk veiliger werd”, zegt hij. „Dat is een vorm van sociale controle tussen mensen die niet van de melkbus af kunnen blijven op oudejaarsdag”, zegt Bottenberg. „We zorgen er ook voor dat mensen met angst voor de knal of bange huisdieren een leuke jaarwisseling hebben, door rekening te houden met de afstand waarop we van hun huis staan te schieten.”

De geur, de dreun en de spanning

Op de ‘knalboerderij’ in Fluitenberg loopt de aftrap van de campagne op z’n einde. „Mijn hobby is een beetje uit de hand gelopen, maar het is gewoon té leuk”, zegt ‘Mr. Carbid’ John Schoonheim (51), voorzitter van de BOCK-campagne. „De geur, de dreun en de spanning.” In 2014 werd carbidschieten opgenomen in de lijst van het immaterieel erfgoed. „Nu kunnen ze het ons in ieder geval niet meer afpakken”, meent Schoonheim.

Carbid valt niet onder de regels voor vuurwerk, die vanaf 2014 strenger werden. Het aantal onervaren carbidgebruikers nam daarna snel toe. Tijdens de jaarwisseling van 2013-2014 raakten drie mensen zwaargewond door toedoen van carbid, ze werden opgenomen in het brandwondencentrum in Groningen. Bij de jaarwisseling van 2014-2015 waren er tien gewonden. Door deze stijging ontstond volgens Schoonheim direct het idee dat carbid onveilig is en afgeschaft zou moeten worden. „Daarop besloten wij dat onze traditie veiliger moest”, zegt hij en werd de BOCK-campagne gestart.

Het carbidschieten is onderdeel van een identiteit

Hij ging samenwerken met de brandweer en het brandwondencentrum. Bianca Habing werkt bij dat centrum in Groningen. „Veel mensen vinden het raar dat wij ons aansluiten bij een groep carbidknallers, maar ik denk dat dit volkomen logisch is. Een stukje preventie kan geen kwaad.” De brandwonden die zij ziet, bestaan veelal uit letsel in het gezicht. „Maar wij zien echt alleen de ergste gevallen.” Over de veiligheid van het carbidschieten nu is Schoonheim stellig: „Het is georganiseerde chaos. En dat werkt perfect.”

Geen rotte melkbus

Volgens carbidimporteur Willem van den Bosch uit Lippenhuizen is de traditie niet alleen enorm gegroeid, maar ook de spreiding ervan is veranderd. „Vijf jaar geleden leverde ik alleen in het noorden en het oosten van het land, maar tegenwoordig steeds vaker op andere plekken, zoals Limburg of zelfs Zeeland”, vertelt Van den Bosch. Het toenemende enthousiasme voor carbid wordt volgens hem veroorzaakt door de strengere regels voor vuurwerk. „Overdag mag er geen vuurwerk afgestoken worden. Carbid wel”, zegt hij. „Dat trekt de aandacht van knallers in andere delen van Nederland.”

Dat veiligheid en gezelligheid hand in hand kunnen gaan, bleek afgelopen zaterdag in Tiendeveen. Oorkappen dragend liepen naar schatting 200 van de 655 inwoners van het dorp uit voor de tiende editie van het ‘Open NK carbiddarten’. Het lokale voetbalveld werd eenmalig omgetoverd tot ‘knalgebied’.

Organisator Bé IJmker (58) legt uit: „Het veld is verdeeld in lijnen waarbinnen de deelnemers 1 tot en met 10 punten kunnen halen. Hoe dichter bij het midden, hoe meer punten. Simpel én veilig.” Toch komt daar volgens deelnemer Michiel Zilverberg (25) best wat tactiek bij kijken. „Je moet rekening houden met de wind, de hoek waarmee je de bal wegschiet en het goede mengsel in de melkbus”, vertelt hij zenuwachtig trappelend, wachtend op zijn volgende schot. Samen met zijn oude basisschoolvrienden doet hij al jaren mee met team Nieuw-Balinge. „Het is ook belangrijk dat je geen rotte melkbus gebruikt. Dan is de onderkant verroest, waardoor de bodem er uit kan vliegen bij een knal”, vertelt hij. Zijn team koopt elk jaar een nieuwe.

Er wordt hier op elkaar gelet. Dat moet wel als er kinderen meedoen, zoals Bjorn IJmker (11), die een team vormt met zijn oom. „Ik doe het al sinds m’n zevende, maar mijn ouders vinden het maar niks”, lacht hij. Elk jaar oefent hij met zijn oom. „Eerst doe ik de steentjes in de bus, dan genoeg water erbij, maar niet te veel, want dan verzuipen ze. Vervolgens druk ik de slappe bal goed op de bus. Het gat aan de onderkant houden we dicht, en dan veertig seconden wachten. Vuurtje erbij en boem.”

Van het team van de gebroeders Dwarshuis uit Godlinze, Groningen, straalt de professionaliteit af. De tweeling Peter en Dirk (47) en Johan (44) gebruiken een timer. „Dat is nodig voor de perfecte verhouding tussen gas en zuurstof in de bus”, vertelt Peter. Precies 23 seconden later knalt de voetbal van de bus. 3 punten. Te laag. „Het gaat om de gezelligheid, hè.”