SCP: Nederlander van andere komaf is niet geïntegreerd, volgens de autochtoon

SCP-rapport Nederlanders met een migratieachtergrond vinden zelf dat ze goed geïntegreerd zijn, blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Autochtonen zien dat anders.

Foto Bart Maat/ANP

De Nederlander met een migratieachtergrond vindt zichzelf voldoende geïntegreerd. De autochtone Nederlander vindt dat helemaal niet; ‘die ander’ zou nog veel meer naar hem toe moeten bewegen.

Dat blijkt uit een enquête onder ruim duizend Nederlanders en acht groepsgesprekken naar de publieke opinie over integratie die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) maandag naar buiten brengt.

Slechts een derde van de autochtone Nederlanders vindt dat mensen met een migratieachtergrond voldoende hun best doen om te integreren in Nederland. „Daar zijn deze mensen het zelf niet mee eens”, zegt Emily Miltenburg, onderzoeker integratie van het SCP, tevens auteur van het rapport. „Zij voelen juist dat autochtone Nederlanders niet openstaan voor hen. Het gaat niet om meedoen, maar om mee kúnnen doen.” In deze groep zijn er veel zorgen over uitsluiting, discriminatie en ongelijkheid.

Tweedegeneratiemigranten vinden zelf dat ze helemaal niet zo veel te integreren hebben: ze zijn hier geboren en spreken de taal. Toch hebben ze het gevoel dat autochtone Nederlanders dit anders zien. „Het voelt voor hen alsof ze niet gezien worden als ‘echte’ Nederlanders”, zegt Miltenburg. „Ze denken dat ze zich moeten verantwoorden voor hun geloof en huidskleur.”

De bal bij de ander leggen

Over de definitie van integratie zijn autochtone Nederlanders en mensen met een migratieachtergrond het eens. „De taal, werk en het houden aan de wet zijn de drie belangrijkste pijlers van dit begrip”, zegt Miltenburg. De autochtonen vinden dat mensen met een migratieachtergrond deze drie factoren te weinig omarmen. Hierdoor zouden, in hun ogen, de Nederlandse normen en waarden onder druk komen te staan.

Acht op de tien Nederlandse autochtonen vinden dat mensen met een migratieachtergrond Nederlandse normen en waarden zouden moeten overnemen, aldus het SCP-rapport. Een meerderheid (56 procent) van de autochtonen vindt dat mensen met een migratieachtergrond hun gebruiken meer moeten loslaten dan ze nu doen.

„Het probleem is dat beide groepen de bal telkens bij de ander neerleggen”, zegt Miltenburg. Beide groepen vinden dat de ander extra moeite moet doen om de integratie te verbeteren. „Dan krijg je een soort impasse.” De enige oplossing: „Meer contact en meer openheid. Van beide kanten.”

Meer de verkeerde kant op

Ook het zogeheten ‘nationaal probleembesef’ is in het SCP-rapport, dat rapporteert over het laatste kwartaal van 2019, onder de loep genomen. Ruim de helft (54 procent) van de mensen vindt dat Nederland meer de verkéérde kant dan de goede kant op gaat. Slechts een derde (35 procent) vindt dat het land meer de goede kant op gaat. Eerdere metingen in 2019 lieten hetzelfde zien.

Grote veranderingen zijn er wel te zien in de zorgen over klimaat en milieu. Een derde (33 procent) van de mensen maakt zich zorgen over dit thema. Vorig kwartaal was dit nog 22 procent. Mensen maken zich volgens het rapport zorgen over klimaatverandering, milieuvervuiling, maar ook juist over de maatregelen die genomen worden vóór een groener klimaatbeleid.

De groeiende zorgen over de groene thematiek komen volgens het rapport vooral door de stikstofdiscussie en klimaatdemonstraties. Maar de stijging van het aantal demonstraties heeft volgens het rapport niets te maken met maatschappelijke onrust: het hangt vooral samen met persoonlijke factoren en de context, zoals een incident dat mensen mobiliseert.