Opinie

Wil Nederland meer arbeidsmigratie?

Menno Tamminga

De toekomst verrast, telkens weer. Neem de basis van de samenleving: wij met z’n allen. De veronderstellingen van rustige bevolkingsgroei kloppen niet meer. Dat schrijven zes onderzoeksinstituten die in opdracht van negen ministeries een bevolkingsverkenning tot 2050 uitvoeren. „De afgelopen jaren heeft de immigratie een niet voorziene recordomvang bereikt, is de ontwikkeling van het gemiddelde kindertal achtergebleven bij de verwachtingen en stagneert de stijging van de levensverwachting.” Zelfs de deskundigen klinken verrast.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde vorige week bevolkingsprognoses. De groei versnelt. Hoofdoorzaak: immigratie. De migratie (niet-Europese asielzoekers, werknemers uit de Europese Unie en India) wordt steeds onderschat.

Tussen 2000 en 2009 telde het CBS 119.000 immigranten gemiddeld per jaar. Tussen 2010 en 2019 was dat gestegen naar 201.000. De komende tien jaar raamt het CBS hun aantal op gemiddeld 296.000 per jaar.

Lees ook deze column van Maarten ‘t Hart over klimaatpolitiek en overbevolking: Cassandra Thunberg

Welke consequenties heeft dat? Denk aan arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden (migranten doen eerder flexwerk, vuil werk en gevaarlijk werk, een ruim aanbod van goedkope arbeid drukt de loonstijgingen). Migratie raakt ook volkshuisvesting (wie bouwt wat en waar?) en onderwijs (de prestaties van Nederlandse scholieren worden in internationale vergelijkingen slechter, niet beter). Kortom: wat zijn de gevolgen voor de welvaart?

Nog een citaat uit de rapporten van de onderzoeksinstituten die vorige week zonder tamtam naar de Tweede Kamer gingen. Er is een knappe voorraad demografische kennis, „maar weinig studies gaan specifiek in op de gevolgen van ontwikkelingen in kindertal, levensverwachting en migratie wanneer deze zich niet gematigd ontwikkelen maar juist sterk stijgen of dalen.” En dat is wat nu gebeurt.

Bevolkingspolitiek spreekt niet zo tot de verbeelding als klimaat. Terwijl ze wel wat gemeen hebben: zoals de langetermijnoriëntatie. En er is ook samenhang. Logischerwijs zou klimaatpolitiek beginnen met bevolkingspolitiek: minder mensen erbij op aarde betekent minder vervuiling. Maar dat is om religieuze, culturele en economische redenen een taboe. Wat ook niet helpt: klimaatpolitiek heeft een ‘links’ imago (anti-oliegiganten, hogere lastendruk), bevolkingspolitiek heeft een ‘rechts’ imago (antimoslim). De politieke polarisatie maakt gemeenschappelijk beleid op beide onderwerpen tot nu toe een fata morgana.

Toch zal het moeten. Bevolkingsomvang en klimaat zijn actualiteiten die iedereen raken en waaraan geen burger zich kan onttrekken. Hoe dat beleid eruit moet zien? Niks doen is altijd een optie. Je kunt met migratiequota werken. Je kunt eisen stellen aan opleidingsniveaus.

Kom je in conflict met de Europese Commissie en het Europees Parlement als je het vrije verkeer van personen in de Europese Unie aan de orde stelt? Uiteraard. Maar ook ruzie is een Europese kernwaarde. Bovendien is er altijd weer die mogelijkheid, of dat politieke gevaar, dat bevolkings- en immigratiepolitiek kiezers wél in vuur en vlam zet. Zoals hoogleraar Paul Scheffer vorige week in de Volkskrant zei: „Kijk naar de Brexit. Die is een direct gevolg van onsamenhangend immigratiebeleid.”

Marike Stellinga is afwezig.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.