Opinie

Tobberig ogend kabinet moet komend jaar standvastigheid tonen

binnenlandse politiek

Commentaar

Tijdens zijn laatste persconferentie van het jaar somde premier Mark Rutte (VVD) vorige week nog maar eens enkele positieve data op. De werkloosheid in Nederland is historisch laag, de koopkracht zal volgens onafhankelijke bureaus de komende maand waarneembare plussen te zien geven, in het buitenland wordt gezegd dat Nederland het op één na beste zorgstelsel ter wereld heeft, het pensioenstelsel is het beste ter wereld, terwijl het stelsel van sociale voorzieningen en het onderwijs ook tot de wereldtop behoren.

Het is zonder meer een indrukwekkende opsomming waar menig land jaloers op kan zijn. Hierop afgaande is Nederland geen „gaaf land” zoals de premier zo vaak uitroept, maar zelfs een supergaaf land. Maar toch. De stemming in het land met zijn morrende menigten op het Malieveld en zich anderszins uitende ontevredenen lijkt het tegenovergestelde uit te stralen. Zie hier de paradox: Nederland, krom getrokken van de welvaart, bol van het chagrijn. Ga er maar aan staan, politicus.

Vlak na de eeuwwisseling in de nadagen van de paarse kabinetten deed zich hetzelfde voor. Ook toen positieve macro-economische grootheden versus publiek ongenoegen. Het leidde tot de komeetachtige opkomst van Pim Fortuyn die zich tolk maakte van de zich niet gehoord geachte boze burger. Nu zijn het de zelfbenoemde nazaten van Pim die beloven de ‘puinhopen’ te zullen gaan aanpakken.

Het verschil met achttien jaar geleden is dat de ‘oude politiek’ niet meer verrast is door het ongenoegen. Het was premier Rutte zelf die vorige week constateerde dat er heel veel mensen zijn die zich ondanks de mooie cijfers „grote zorgen” maken. Zorgen die volgens hem „reëel en terecht” zijn. Omdat, aldus nog steeds Rutte, vertrouwen in de toekomst niet alleen in cijfers is te vatten. Er is dus wat geleerd. Wat Pim Fortuyn indertijd de „verweesde samenleving” noemde, wordt niet langer ontkend maar benoemd. Of het materieel voor de ontevredenen iets uitmaakt valt te bezien. In beide gevallen staan zij voor hun gevoel met lege handen.

En juist het gevoel is steeds meer een voor de politiek bepalende factor en een verklaring voor de proteststem. Er wordt gevoelsmatig niet voor, maar tegen iets gestemd. Natuurlijk zijn het nog altijd de feiten die dat gevoel weten te voeden, maar daarnaast is er de per definitie subjectieve beeldvorming die het humeur en handelen beïnvloedt. Meest recente voorbeeld is staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) die vorige week aftrad omdat de Belastingdienst waarvoor hij verantwoordelijk was volgens hem een beeld had weten op te wekken „dat we niet willen hebben”. Geen feiten, maar beeld.

Het door beeld gevoede gevoel is medeveroorzaker van de tegenwoordig zo snelle politieke stemmingswisselingen in het land. Halverwege dit jaar ging de regeringscoalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie na moeizaam bereikte pensioen- en klimaatakkoorden haast fluitend de zomer in. Het vertaalde zich op Prinsjesdag in hogere waarderingscijfers voor het kabinet. Maar de afgelopen maanden zorgden stikstofcrisis en incidenten variërend van toeslagencontrole tot inkomens voor politici ervoor dat van de zomereuforie nog maar weinig over was. Rutte III is in de publieke opinie nu weer de tobberige ploeg.

Als er niets tussenkomt en het kabinet gewoon zijn wettelijke zittingsperiode uitzit, vinden de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats op 17 maart 2021. Dat is een kleine vijftien maanden vanaf dit moment. Het betekent dat de tweede helft van het komend jaar voor een belangrijk deel in het teken zal staan van de nieuwe verkiezingen. Nieuwe lijsttrekkers moeten worden aangewezen en partijen gaan zich buigen over nieuwe verkiezingsprogramma’s. Partijen in de coalitie zullen behoefte hebben zich extra te profileren.

Onder dit gesternte moet het kabinet nog een flink aantal belangrijke maatregelen nemen. Zowel in het klimaat- als het pensioenakkoord zijn maatregelen aangekondigd die nog wel in wetgeving moeten worden omgezet. Hoe moeilijk het is hiervoor maatschappelijk draagvlak te vinden, heeft de recente stikstof- en PFAS-crisis laten zien. Inleveren dan wel inschikken bleek onder druk van oprukkende trekkers een moeilijk te vertellen boodschap. Ook hier moeten de échte besluiten nog volgen.

Nog moeilijker zal dit worden als verkiezingen aanstaande zijn. Iedereen tevreden houden kan niet langer. Er zullen ingrijpende keuzes moeten worden gemaakt. Daarom is leiding durven geven en standvastigheid tonen voor het jaar 2020 de opgave voor de politicus met verantwoordelijkheidsgevoel.