Opinie

Overvloed en onbehagen

Auke Kok

Vanwege onze verhuizing van groot naar klein – en van Oost naar West, maar dat terzijde – stuitte ik op een pijnlijk gebrek. Omdat ons nieuwe onderkomen slechts een beperkte kastruimte bevat, moest ik van wat kleren af. Wat heet: van een hoop kleren. En van stapels boeken en kratten servies en nog veel meer. Er kwam geen einde aan de spullen die weg moesten en zo betrapte ik mezelf op de aandoening die hoarding schijnt te heten. Verzamelwoede. Ziedaar het probleem dat zich voordoet als je ruim woont: je gooit niets weg. Tegenover de pijn van het weggooien stond altijd weer de geruststellende idee dat er ruimte genoeg was. Nieuwe overhemden hingen jarenlang naast de in geen eeuwigheid gedragen exemplaren, boeken die ik nooit meer zou raadplegen verzamelden stof of het niets was.

Het overvloed en onbehagen manifesteert zich aldus in volle glorie in de kringloopwinkels van Amsterdam

Die tijd was nu voorbij. Ik moest afscheid nemen van broeken en jasjes die ik voor geen goud meer zou aantrekken, maar waarvan de aanblik me bij het openen van mijn kledingkast – pardon, kledingkasten – meermaals een goed gevoel had gegeven.

De ene na de andere vuilniszak vulde ik met pakken en schoenen. Iedere beweging bracht een onaangenaam soort knagen in mijn achterhoofd teweeg. Hup, niet piepen nu, doorzetten. Tot ik met mijn zwaar bepakte fiets half vallend tot stilstand kwam voor het Leger des Heils. Daar hield het knagen op. Ik kwam altijd al graag bij die winkel aan de Middenweg – ik kocht er ooit een perfect zittende broek voor acht euro – maar nu was het er écht een feest. De kerstlichtjes, de lachjes achter de toonbank als ik weer eens zwetend langs kwam struikelen: haast een eer hier even deel van te mogen uitmaken.

Steeds was het uitermate gezellig in de winkel. En druk, want ik bleek niet de enige te zijn die juist tegen het jaareinde spullen kwam brengen. Alsof de Amsterdammers wie het goed ging nog snel met een onberispelijke moraal afscheid van 2019 wilden nemen. Door al die, al dan niet oprechte, goedheid konden de minder fortuinlijken de mooiste feestkleding uitzoeken voor een prikkie. Ze liepen verlangend langs de rekken met glitterjurken en smokings, maar ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat er meer binnenkwam dan eruit ging. De winkel van het Leger des Heils was overvol met prachtige dvd’s en lampen en vooral kleren, hele dozen stonden er nog onuitgepakt – als charitatief grof vuil.

Het overvloed en onbehagen manifesteert zich aldus in volle glorie in de kringloopwinkels van Amsterdam. Complete huisraden kun je er aanschaffen tegen meeneemprijzen. De mensen weten niet wat ze ermee aan moeten en geven het dus maar weg.

Mijn hoarding-complex is voorbij. Kan niet anders: onze nieuwe woning biedt alleen plek voor het noodzakelijke. De rest gaat naar goede doelen. Waar ik nu alleen nog vanaf moet, is de gêne dat ik al die hopen textiel, en boeken en bekers en borden, zo idioot lang voor mezelf heb gehouden.

Auke Kok is schrijver en journalist.