Opinie

Laatste lezersvragen van 2019: geweld, geld en een krant zonder lidwoord

De ombudsman

Is de situatie in Nederland revolutionair, nog net prerevolutionair of eindelijk postrevolutionair? Het lijkt me een fijne vraag om na wat glazen champagne de gasten straks het nieuwe jaar mee in te jagen.

Bijna twintig jaar na de Fortuyn-revolte zou je een post-situatie verwachten, maar door die lange colonne trekkers en de bulderende ongehoorden die op tv willen, ga je toch twijfelen.

Vandaar misschien dat ik de afgelopen weken wat in ademnood kwam in deze rubriek en geen ruimte liet voor de wekelijkse Lezer Schrijft. Om die schade op de valreep in te halen, volgen in deze laatste rubriek van 2019 openstaande lezersvragen die te lang op antwoord moesten wachten.

Allereerst een over oorlog.

Mooie kop over desinteresse in burgerdoden (Niemand vroeg door na de bom op Hawija, 26 november), schrijft Ko Ruijter uit Maarssen, maar slaat die niet ook op de krant zelf? Reuters noemde in 2015 al wel het getal van 70 doden. „Het lijkt er sterk op dat er totaal geen interesse was in Iraakse burgerdoden veroorzaakt door onze Nederlandse bommen.”

Redacteur Kees Versteegh, een van de auteurs van het onthullende stuk over het Nederlandse bombardement van Hawija, vindt dat hij een punt heeft. Versteegh: „Zoals ik ook aanstip in dat stuk: burgerdoden waren lang geen onderwerp voor de journalistiek, ook niet in deze krant. Dat werden ze eerst in de VS en later in Europa pas vanaf 2017, na de bloedige bevrijding van steden als Mosul en Raqqa.”

Toch zijn al enkele jaren geleden WOB-verzoeken gedaan door media als NOS en RTL, onderstreept Versteegh, om meer te weten te komen over burgerslachtoffers. „Zowel Defensie, rechters als de Raad van State hielden de boel potdicht. Verslaggeving ter plaatse was lange tijd onmogelijk en ook daarna nog gevaarlijk. Bovendien was de steun voor de oorlog groot. Mede daardoor werd er ook minder gelekt.” Bij NRC was de huidige correspondent in Israël, Jannie Schipper, de eerste die over een incident met burgerdoden schreef, in juli 2017.

Die correspondent en de krant krijgen op een ander front deze vraag: „NRC schrijft nu eens over ‘Joodse’ nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en dan weer over ‘Israëlische’, soms kort na elkaar”, schrijft E.A. Rodrigues Pereira uit Arnhem. „Deze nederzettingen zijn onderdeel van het beleid van de staat Israël. Hoezeer men het daar ook mee oneens kan zijn, laat het joodse geloof erbuiten, dat is alleen maar munitie voor kwaadwilligen.”

Inderdaad, Israëlisch is niet per se Joods, of andersom. En ook al voert de staat Israël een ‘nederzettingenbeleid’, niet alle nederzettingen worden gesticht met steun of instemming van de staat. Daar komt iets anders bij: NRC schrijft Joods (met kapitaal) als het om mensen of het volk gaat, en joods over de religie; net als christelijk of islamitisch.

Dat was voor de vorige correspondent in Israël Derk Walters dan ook reden om van ‘Joodse’ nederzettingen te spreken: het gaat niet om de religie maar om de mensen die er wonen, en voor wie de nederzettingen exclusief zijn bedoeld. Joden mogen zich in een nederzetting vestigen, niet elke Israëlische burger.

Correspondent Jannie Schipper deelt niettemin het ongemak van de lezer – en ik ook, zeker in koppen: spreken van Joodse nederzettingen kan suggereren dat het hele volk hier achter staat, terwijl ‘Israëlische’ meer de nadruk legt op het handelen van de staat of van staatsburgers. Anderzijds willen de kolonisten én de staat zelf nadrukkelijk de Joodse aanwezigheid in het gebied bevorderen, ook in religieuze zin.

Er is dus voor beide aanduidingen iets te zeggen, vindt ook de hoofdredactie – en dat blijft ook de lijn van de krant.

Taalkwesties houden lezers onverminderd bezig (tijd dus om ook het na jaren weer vernieuwde Stijlboek online te zetten; alvast een eerste goede wens voor het nieuwe jaar).

Waarom schrijft de krant bijvoorbeeld over de „moordaanslag” op advocaat Derk Wiersum (Italiaanse maffia-experts: Nederland is naïef, 19 december), vraagt Albert Appelo uit Groningen. „Ik dacht dat dit woord zowel een geslaagde als een niet-geslaagde moordpoging kan betekenen. Om die dubbelzinnigheid te voorkomen kan de krant beter ‘moord’ gebruiken. Dat woord komt ook veel harder binnen. Volgens mijn woordenboek (Koenen, 1974) betekent ‘moordaanslag zelfs enkel en alleen ‘poging tot moord’. Waarom het dan gebruiken?”

Eindredacteur Hans Wammes zegt: „Ook de elektronische Van Dale die wij gebruiken geeft bij ‘moordaanslag’ maar één betekenis: ‘poging tot moord’. Als die slaagt, is er dus sprake van moord. De verwarring kan ontstaan door de combinatie van juist deze twee woorden; in ‘moord’ zit al de betekenis van ‘een geslaagde poging’. Dat ligt anders bij combinaties als ‘terreuraanslag’ – een aanslag met een bepaald motief – of een ‘bomaanslag’, een aanslag met een bepaald wapen.”

Naast geweld is er natuurlijk ook een vraag over geld.

Lezer R.M. Ulmann uit Wolfheze maakt bezwaar tegen het meervoud ‘valuta’s’ dat hij niet alleen elders in de krant maar ook in het katern Economie tegenkomt. „Valuta is mijns inziens een plurale tantum oftewel het alleen als meervoud bestaande zelfstandig naamwoord”, meent hij.

Nu gebeurt dit al jaren; in 2004 kopte NRC een keer met ‘valuta’s’. Is het een valide valuta-punt? Volgens de eindredactie is dit een opmerking die mensen met kennis van Latijn vaker maken. In de taal waar het woord uit stamt is dit een meervoud. Maar het Nederlands kent, terecht of niet, wel degelijk het meervoud ‘valuta’s’, meldt Van Dale al in de editie van 1864. En in de ‘witte spelling’ die NRC volgt wordt naast het meervoud ‘valuta’s’ ook nog het verkleinwoord ‘valutaatje’ vermeld, dat in Rome volgens mijn schoolkennis evenmin in omloop was (valutulus?).

Tot slot kan nog deze lezer uit Maurik bediend worden, die zich afvraagt hoe de krant zichzelf inmiddels ziet, als ‘NRC’ of als ‘de NRC’. Jan Kamphuis hoorde onlangs op Radio 1: „Dat las ik in het NRC.” Maar bij de NOS hoort hij ook wel: „Dat meldt NRC.” Hoe zit dat? „Als in NRC de C staat voor ‘courant’ – van de Nieuwe Rotterdamse Courant – dan moet er een lidwoord bij. Je zegt ook niet: ‘Ik las in Volkskrant’. Help mij in mijn verwarring!”

Het geschiedkundige antwoord is in het kort dit: het landelijke NRC Handelsblad (1970) is ontstaan uit een fusie van de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Amsterdamse Algemeen Handelsblad. Daarna konden lezers naar voorkeur spreken van dé NRC of hét Handelsblad (nog wel te horen in sommige Amsterdamse cafés).

Maar omdat naast die krant alweer jaren tal van andere journalistieke uitingen verschijnen – de site nrc.nl, waar alle artikelen nu eerst worden gepubliceerd, de ochtendeditie nrc.next, nieuwsbrieven, de podcast NRC Vandaag – en het bedrijf NRC Media heet, is het gebruik geworden om te spreken van ‘NRC’ en niet van ‘de NRC’ (de papieren krant).

Ook de NOS kan dus beslist nog veel lezen in ‘de NRC’ (de krant), maar tegelijk in het Journaal melden dat ‘NRC’ iets meldt. Voor oudgedienden als ondergetekende (en oudere abonnees) was of is dat wennen – maar het heeft dus een zekere logica. Een revolutie is het niet, al zijn de tijden ook voor de krant sterk veranderd.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.