De twee buitenstaanders die in 2019 de Haagse agenda kaapten

Deze week: een terugblik op de politiek van 2019.

Ofwel: de verlate zege van Pechtold, Ruttes moment van ontreddering, het kikker-incident in FVD, gevaarlijke gelijkenissen tussen Rutte III en Paars II, en: hoe een oud-bankier en voormalig adviseur van Volkert van G. de Haagse agenda kaapten.

Het was het jaar van Wösten en Otten. Het jaar van buitenstaanders die de Haagse politiek hun werkelijkheid opdrongen.

En het bijzondere was: na maanden van weerzin en ongeloof had Den Haag zich naar de heren te schikken.

Wösten was Valentijn Wösten (52), een knokige man met een licht Haags accent. Als eigenaar van het Haagse eenmansbedrijf Wösten juridisch advies was hij het juridische brein achter de rechtszaak die leidde tot de stikstofuitspraak van de Raad van State in mei.

De uitspraak die de politiek de tweede helft van 2019 vrijwel verlamde.

Otten was Henk Otten (52), een voormalige advocaat en bankier (Rabo, Lehman Brothers) die opgroeide op een boerderij in Drenthe. Als medeoprichter en lijsttrekker voor de Eerste Kamer was hij het brein achter de FVD-campagne voor de Statenverkiezingen in maart.

Verkiezingen die een schok in het politieke establishment teweegbrachten, en dan vooral in de VVD.

De Haagse invloeden van deze buitenstaanders symboliseerden de hele politiek van 2019. Terwijl het kabinet-Rutte III korte momenten van kracht afwisselde met maandenlange besluiteloosheid, waren het steeds niet-ingewijden die de Haagse agenda overnamen.

Boeren, klimaatstakers, leraren: ze hadden zoveel impact dat zelfs de meest gewiekste lobbyisten van Den Haag, zoals voorman Maxime Verhagen van Bouwend Nederland, zich als demonstrant vermomden om hun invloed te behouden.

In 2019 wilden ook de insiders buitenstaanders zijn.

Het was allemaal het gevolg van politieke overmoed bij CDA en VVD in de formatie van 2017. En Rutte III dat innerlijk verscheurd bleef over afspraken die toen werden gemaakt.

Want dat was een voornaam politiek inzicht van 2019: dit jaar kwam vast te staan dat die formatie met vlag en wimpel was gewonnen door toenmalig D66-voorman Alexander Pechtold en zijn secondant Wouter Koolmees.

De afspraken die destijds werden gemaakt over klimaat- en natuurbeleid legden in 2019 een deken over Den Haag, omdat VVD, CDA en soms de ChristenUnie bleven aanhikken tegen de gevolgen. En toen de vergaande stikstofuitspraak van de Raad van State daar bovenop kwam, ontstond in de coalitie een impasse die verdacht veel leek op onvermogen. Niet-regeren om de regering in stand te houden.

Die afspraken uit de formatie waren er gekomen toen informateur Gerrit Zalm Pechtold en Sybrand Buma, nu beide vertrokken, opdroeg een klimaattekst voor de onderhandelingstafel te schrijven. De twee vroegen advies van het Planbureau voor de Leefomgeving, en zo ging Buma akkoord met 49 procent CO2-reductie in 2030 en 95 procent in 2050. De CU was het ermee eens. Toen kon de VVD geen kant meer op.

Alleen: in VVD én CDA namen ze die percentages destijds niet erg serieus. Ze vertrouwden op het voorbehoud in het regeerakkoord dat omringende landen gelijktijdig vergelijkbare doelen moesten formuleren.

Maar dat gebeurde – en toen hadden de twee grootste coalitiepartijen een enorm probleem. Eerst Buma, vorig jaar zomer, en daarna Klaas Dijkhoff (VVD), afgelopen januari, sloegen alarm. Zij keerden zich nu tegen de kosten van het klimaatbeleid. Gesubsidieerde Teslarijders en de gewone man die er in zijn tweedehandsje voor opdraaide.

Vooral Dijkhoffs kritiek, via De Telegraaf, gaf reuring. Er volgden weken van hoogspanning. De coalitie wankelde.

Later dit jaar onthulde Dijkhoff, in een gesprek dat de Nijmeegse hoogleraar Carla van Baalen en ik voor het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis met hem voerden, dat hij als VVD-voorman geen idee had hoe zich in het klimaatdebat te positioneren. Zijn partij had er geen discussie over gevoerd, in het verkiezingsprogramma stonden onuitvoerbare voornemens, en „we hadden geen plan B”.

Zo creëerden CDA en VVD ideale omstandigheden voor buitenstaanders om in de Haagse orde in te breken: hun partijleiders geloofden zelf niet in hun klimaatbeleid.

En FVD, een politieke startup, zag het gat meteen. Vaak met absurdistische claims – het klimaatbeleid zou ‘duizend miljard euro’ kosten – maar dat deed er minder toe: Thierry Baudet was de man die het nieuws bracht dat CDA en VVD niet meer aandurfden.

En Henk Otten was zijn regisseur op de achtergrond.

Otten was in het bedrijfsleven gewend aan dominant opereren. Iemand moest de baas zijn. Hij leidde de campagne. Hij ontwierp de strategie, genaamd KIK – klimaat, immigratie, koopkracht. Hij was de enige met toegang tot het FVD-Twitteraccount. Hij investeerde 1,5 à 2 miljoen euro in de Facebookpagina, zodat het bereik van FVD dat van de publieke omroep benaderde. Hij huurde billboards langs de snelwegen en adverteerde de laatste week volop in traditionele media.

Hij wist hoe je inbreekt.

Het was een effectief gebruik van de ruimte die VVD en CDA boden. Toen volgde 20 maart de doorbraak: FVD grootste partij.

Het wonderlijke was alleen: op dat moment dreigde datzelfde FVD al te bezwijken onder onmin. Binnenskamers was allang duidelijk dat Otten te realistisch was voor Baudets flirts met extreemrechts.

Zo was er in 2018 op de Kamerfractie het kikker-incident. Een fan deed Baudet een porseleinen kikker cadeau die leek op Pepe the Frog, symbool van de Amerikaanse alt-rightbeweging. Het ergerde Otten dat de kikker steeds weer op zijn bureau belandde, en op een dag smeet hij de kikker in één beweging de prullenbak in. Het „kutding”, zoals Otten het noemde, viel in duizend stukjes uit elkaar.

Baudet raakte buiten zinnen van woede, vernamen FVD’ers later. Zozeer dat hij die avond weigerde met Otten in de partijauto naar Amsterdam te rijden: Baudet nam een Uber die achter de partijauto aanreed.

Het werd erger. Toen de twee 20 maart na alle campagnesuccessen naar de uitslagenavond reden, was dat de laatste keer dat Baudet en Otten samen in de partijauto zaten. Een maand later legde Otten in NRC uit, in het beste politieke interview van het jaar, dat Baudet radicaliseerde – en in de zomer gooide Baudet hem uit de partij.

Voor de coalitie puur keepersgeluk. Helemaal als je later hoorde hoe ontredderd Mark Rutte daags na de Statenverkiezingen in Brussel met intimi sprak. Ik ben voor het eerst mijn greep op Den Haag kwijt, had hij laten weten.

Even kreeg Rutte III hierna vaart. Dijkhoff begon met de herpositionering van de VVD – de partij van het bedrijfsleven werd de partij van de middenklasse. Koolmees (D66) sloot met hulp van Rutte en de linkse oppositie een pensioenakkoord. En CDA en VVD stemden ’s zomers alsnog in met het Klimaatakkoord waar zij zolang tegen aanhikten.

Wel had de coalitie geleerd. Door klimaatbeleid gingen zaken veranderen, zeiden partijen – maar het leven bleef zoals het was.

Intussen was een nieuw bommetje ontploft. Je zag de paniek al in de weken na 29 mei ontstaan, toen de Raad van State een streep haalde door de stikstofregels (PAS). Jaren stonden overheden bouwprojecten of nieuwe veehouderij toe als de daardoor verhoogde stikstofproductie later werd gecompenseerd. Maar de Raad van State zei: die compensatie moet voortaan metéén.

En de buitenstaander die deze politieke realiteit creëerde was dus Valentijn Wösten, die sinds 2016 tegen de stikstofregels procedeerde namens een actiegroep uit Deurne. Hij baseerde zich op artikel 6, derde lid, van de Europese Habitat-richtlijn: de overheid mag geen beleid toestaan waardoor de natuur verslechtert.

Voor Wösten een onwaarschijnlijk succes na een half leven juridisch vechten met de overheid. Hij was begaan met natuur en dieren sinds hij in de jaren negentig, na tien jaar, was afgestudeerd aan de Universiteit van Maastricht. Daar leerde hij Frank Wassenberg kennen, nu Kamerlid van de Partij voor de Dieren. Wassenberg wist van de Vereniging Milieu Offensief, waar een zekere Volkert van der G. procedeerde tegen overheden die veehouders onterechte vergunningen gaven; Wösten werd juridisch adviseur van Milieu Offensief.

Zijn afkeer van Van der G.’s moord op Fortuyn belette hem niet daarna voor andere groepen dóór te procederen. Het was een hard idealisme; zijn inkomsten uit de strijd tegen de overheid waren minimaal. Bestuursrecht was volgens hem schizofreen: je bestreed overheden die zichzelf beoordelen, en rechters stonden zelden tegen hen op.

In de jaren nul woonde hij in Amsterdam en sloot zich aan bij de PvdA. Hij vond die partij te toegeeflijk inzake milieu en natuur, mentaal paste hij beter bij de Dierenpartij. Dus dit was geen liefde, zei hij, dit was onderzoek: kijken hoe het in die partij toegaat.

Het interessante was: kort nadat toenmalig Kamerlid Diederik Samsom met een CDA-collega het principe van de PAS-stikstofregels in 2009 ontwikkelde, mailde Wösten hem een voorspelling. En de ironie was: het was precies de analyse die in mei door de Raad van State werd erkend: Samsoms aanpak was „strijdig met het Europees recht”, mailde hij de latere PvdA-leider 24 december 2010.

Na Wöstens zege bij de Raad van State hoorde je al in juni onderhands van ambtenaren en coalitiepolitici welke oplossingen er waren, zoals het verlagen van de maximumsnelheid en krimp van de veestapel.

Maar zoals eerder bij het klimaat kon de coalitie de politieke werkelijkheid wéér niet aan. Dus vormde minister Carola Schouten (Landbouw, CU) eerst ambtelijke crisisteams en toen de commissie-Remkes. Tijd kopen.

Ook Wösten mocht langskomen bij Remkes. Het werd een vruchteloze confrontatie tussen de buitenstaander en de bestuurlijke binnenwereld. Wösten zag pas een oplossing als het bestuur brak met de landbouwlobby. Ook wist hij niet of „deze generatie” politici dit nog kan oplossen.

Als een brug wegens wanbeleid instort, zei hij tegen de commissie, vraag je toch ook niet dezelfde politici een nieuwe brug te bouwen?

De ellende voor de coalitie was: ook Remkes’ rapport bracht eind september geen oplossing. Het heette Niet alles kan. De coalitie kon er niets mee.

Zo zou de herhaling van de stroperige coalitiediscussie over het klimaatbeleid met het stikstofbeleid maanden voortduren, zij het met een andere rolverdeling: VVD en CDA stonden nu vaak gelijktijdig met de CU van landbouwminister Schouten op de rem.

Alleen D66 liet vroeg weten dat het wilde doorpakken met halvering van de veestapel. De coalitie nam er meteen afstand van, en D66-Kamerlid Tjeerd de Groot werd de Kop van Jut van protesterende boeren.

En bij uitblijvende beslissingen verhevigden de boerenprotesten, de bouwers kwamen erbij, en pas half november presenteerde het kabinet een schamele aanzet om te beletten dat de bouw stilviel: de maximumsnelheid gaat overdag terug naar 100 kilometer per uur.

Een gevoelige aderlating voor de VVD – maar volgens een bekend stramien in deze coalitie: net als in de formatie en bij zaken als het kinderpardon en de CO2-heffing eisten de drie andere partners dat de VVD de eerste en zwaarste pijn incasseerde. Ze gingen Rutte niet opnieuw aan een eenvoudige verkiezingszege helpen.

Maar het pakte nogal eenzijdig uit, want de lastigste maatregel voor vooral CDA en CU, krimp van de veestapel, liet eind december nog stééds op zich wachten.

Het bestuursmodel van Rutte III speelde ook mee, waarbij de fractievoorzitters in moeilijke dossiers details van beleidsbeslissingen uitwerken en bewindslieden alleen een uitvoerende rol hebben. Dit supermonisme versterkte nu de impasse.

Want terwijl de fractievoorzitters van de coalitie het oneens bleven, namen ook ministers geen afstand van demonstranten met deelbelangen. Het gaf een ontluisterend beeld van het landsbestuur: een omarming van een kermis van deelbelangen waar geen minister het algemeen belang tegenover durfde te stellen. Geen gezeik, iedereen krijgt gelijk.

Dus je had verwacht dat de coalitie had geleerd van dit voorjaar, maar het tegendeel gebeurde: na de besluiteloosheid over het klimaatbeleid kopieerde Rutte III dit met besluiteloosheid over het natuurbeleid.

Lees ook: 154.109 woorden zonder spiekbriefje

En zoals de coalitie mede door de klimaatimpasse een optater kreeg bij de Statenverkiezingen in maart, zo kwamen eind dit jaar virtueel dezelfde electorale effecten van de stikstofimpasse in beeld: FVD en nu ook PVV groeiden als kool in peilingen.

Het had gevaarlijke gelijkenissen met Paars II (1998-2002). Ook dat kabinet regeerde onder economisch gunstig gesternte, ook dat kabinet kon vaak moeilijk tot zaken komen. En ook dat kabinet had een gespannen relatie met boeren, vooral door een eerdere beslissing de varkensstapel met een kwart te verminderen.

Het was destijds de combinatie van economische voorspoed en bestuurlijk onvermogen die de buitenstaander van toen, Pim Fortuyn, de basis voor zijn doorbraak bood. De voorman van het toenmalige Farmers Defence Force, Wien van den Brink van varkenshoudersvakbond NVV, verdiende er een Kamerzetel voor de LPF mee.

Maar we weten het: de geschiedenis herhaalt zich zelden. En je had aan het einde van het jaar ook tekenen van matiging.

De coalitie mocht dan te aarzelend opereren, helemaal stil zaten ze niet, want in december probeerden ze de twee buitenstaanders die Rutte III in 2019 zoveel ongemak bezorgden, in het nationale consensusmodel op te nemen. Inkapselen.

Dus was Valentijn Wösten woensdag 11 december één van de genodigden op het Catshuis, waar premier Rutte en minister Schouten de natuurorganisaties ontvingen. Al wekte hij daar niet de indruk dat hij erbij wilde horen.

En Henk Otten, met twee andere oud-FVD’ers met de partij GO op eigen benen in de senaat, werd maandagochtend 9 december door minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) op zijn ministerie uitgenodigd over de stikstofspoedwet, die moet voorkomen dat de Raad van State in 2020 weer bouwprojecten kan blokkeren.

Otten was niet enthousiast. Maar in overleg op vrijdagmiddag 13 december, nu met Hoekstra en Rutte in het Torentje, gaf hij alsnog zijn jawoord om stilstand van de economie te voorkomen – waarmee de Spoedwet het in de Eerste Kamer haalde.

Zo eindigde het Haagse jaar ook klassiek: de buitenstaanders waren gesprekspartners van de macht geworden.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: De grote terugblikshow 2019

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.