Opinie

Dag van woede

Tommy Wieringa

‘Ze gaan voelen wat woede is”, berichtte een drugsbaas aan een van zijn bloedbroeders – ontsleutelde woorden die kunnen dienen als motto voor een tijdperk. De woede bloeit. Elke dag een dies irae. „Prepare for battle!” schreef een boerenleider, die zich verheugde op „de woede van de boeren en de bouwers die door Nederland raast”. In zijn opgezweepte razernij vergeleek hij daarop het lot van de boerenstand met dat van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, door een van zijn secondanten later vergoelijkt met: „Door gebrek aan slaap na maanden actie zeg je soms dingen die je misschien niet zo bedoeld hebt, maar die wél ergens op slaan.” Een verdedigingslinie afgekeken van het stabiele genie Baudet, die voor zijn boreale coming-out al zijn racistische hondenfluitjes en zogenaamde versprekingen aan slaapgebrek of een glas te veel toeschreef. Intussen is gebleken dat zijn ideologische kwalen zich niet met de hand op het glas of een keertje uitslapen laten bestrijden.

Tijd van woede, tijd van strijd. Oud tegen jong, man tegen vrouw, stad tegen land, rechts tegen links, volk tegen elite, anywheres tegen somewheres, Brussel tegen natiestaat, en dan hebben we de geopenbaarde woestijngodsdiensten nog niet eens gehad. Strijd van alles tegen alles kortom, en van allen tegen allen, alles en iedereen vervuld van zijn eigen heilige woede. Wie zelf poseert als heilige, herkent in de ander steevast de Satan.

Door Big Tech is de woede ontdekt en verfijnd als verdienmodel. In een toespraak voor de Anti-Defamation League in New York vorige maand zette komiek Sacha Baron Cohen nog eens helder uiteen waar het misgaat met de ‘Silicon Six’: „De algoritmes waarop deze platforms draaien, versterken opzettelijk het soort inhoud dat gebruikers gekluisterd houdt: verhalen die onze lagere instincten aanspreken en woede en angst veroorzaken. Daarom beveelt YouTube miljarden keren video’s van complotdenker Alex Jones aan. Nepnieuws presteert beter dan echt nieuws, omdat studies uitwijzen dat leugens zich sneller verspreiden dan de waarheid.”

Sterk vereenvoudigd komt het systeem hierop neer: waar mensen achter een beeldscherm tegen elkaar uitgespeeld worden, rinkelt elders de kassa. Het nieuwe kapitaal wordt verdiend met uitvergroting, desinformatie en leugen. Veel van onze goede, oude vormen van fictie zijn uitgeput – God, de roman, de superioriteit van het Westen, om er maar een paar te noemen –, maar omdat we overduidelijk niet zonder fictie kunnen, zijn we met leugens, complottheorieën en nepnieuws op nieuwe, krachtige vormen van fictie overgestapt. Fictie die ons verdeelt in plaats van verenigt.

Door de schijnbare vijandigheid van de buitenwereld kunnen we alleen nog schuilen binnen kleine, overzichtelijke sociale structuren, families en vriendschapsnetwerken, waarbij zij opgemerkt dat ook daar politiek-maatschappelijke onderwerpen een mijnenveld kunnen vormen.

Waar, vraag je je in gemoede af, vinden we in dit versplinterde landschap nog bemiddeling en verzoening? Geen instanties meer die ons nog langer verbinden, de beloftes van kerk en koning hebben hun werking verloren, ook al doet Willem-Alexander wat hij kan. Hij probeert het, hij probeert het echt, maar door het eeuwige gesjoemel van het koninklijk huis met kunst en belastingen ontbreekt het hem helaas aan het morele gezag om een Vader des Vaderlands te zijn.

Stuurloos en reddeloos drijven we steeds verder van elkaar weg. En waar individuen onderling tot een vorm van vergelijk proberen te komen, barst weer nieuwe verontwaardiging los. Na een vinnig debat in april dit jaar omhelsden politieke tegenpolen Zihni Özdil (toen nog Tweede Kamerlid voor GroenLinks) en historicus Sid Lukkassen elkaar, grappend, omdat ze goede zin hadden. Je kunt heel goed van mening verschillen zonder elkaar de hersens in te slaan, maar op links verdroeg het verlangen naar ideologische zuiverheid zich niet met het omhelzen van een politieke tegenstander: hier werd oudtestamentische vijandschap verlangd.

Veel mensen lijken vergeten dat de meeste meningen maar meningen zijn. Je hebt een mening, je bent er geen. Je kunt haar bijstellen of vervangen als je wilt, omdat ze je niet langer bevalt bijvoorbeeld. Meningen van anderen die je niet bevallen kun je het beste beschouwen als slechte adem: een reden om beleefd je hoofd een beetje af te wenden, maar niet om iemand de rug toe te keren.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.