Opinie

Indische rijsttafel, 23 euro per persoon

Marcel van Roosmalen

Goed, wij op Eerste Kerstdag naar Velp.

Onderweg de Top 2000, tenminste daar had ik zin in, maar het werd Sneeuwwitje.

Eerst naar dat ontzielde huis van mijn moeder.

Tegenover haar huis hadden ze de heg weggeknipt voor extra parkeerplaatsen.

Mijn broer had in haar bed in de woonkamer geslapen.

Lopend naar het verpleeghuis.

Een overbuurman liep met een zilverkleurige pan op straat, hij lichtte het deksel op: gestoofde peertjes.

We konden erin met een code. Vierde verdieping.

Op de deuren foto’s van de bewoners: mijn moeder blazend over een kop koffie.

Ze deed in de gemeenschappelijke huiskamer haar best om iets van RTL Boulevard te zien, er lag een vrouw in een ziekenhuisbed voor.

Mijn dochters (2 en 4) dansten mee naar haar kamertje. Een heel leven op tien vierkante meter: ik herkende de leren fauteuils, het notenhouten salontafeltje, de beeldjes van de contente mens en de pronte vrouw en de foto’s. Mijn vader prominent aan de muur. Wij op de vensterbank, stickertje op het lijstje: ‘oudste zoon’.

Ze was blij ons te zien, dat wel.

Toen ze begon te herhalen hoe fijn ze het er had, voelde ik een diep medelijden. We keken door het raam, achter de kerk lag haar huis. Mijn zus met haar gezin was er opeens ook, we pasten niet meer in het kamertje, mijn moeder bleef zeggen dat ze het toch geen kleine kamer vond.

Wij haalden haar eruit en stopten haar in de auto bij mijn zwager.

De rest liep naar Chin. Ind. Rest. Blue Lotus.

Een zwijgende optocht. Opeens begon de jongste ‘Atje voor de sfeer’ te zingen vanaf mijn schouders. Dan heb je een hoger gevoel voor humor.

We worstelden ons door de afhalers, tafel met uitzicht op het parkeerterrein. We inhaleerden de walm, vertrouwde geur, de afzuiginstallatie functioneert al jaren niet.

Mijn moeder: „Ze zijn al begonnen met koken.”

Indische rijsttafel, 23 euro per persoon.

„Bevalt het verpleegtehuis?”, tetterde ik in het goede oor van mijn moeder.

„Heerlijk,” zei ze, “het is gewoon een feest.”

Later bleek dat ze het over het eten had.

Anderhalf uur later was het op.

Van de gesprekken herinner ik me bijna niets – hebben we überhaupt gesproken? – maar de stemming was welwillend. Mijn moeder had geen woorden nodig om lief te zijn. Mijn jongste dochter zoog aan een rietje, zij hield met bibberende hand het glas melk vast.

Afscheid in de regen op het parkeerterrein.

Later nog een appje: „Stonken jullie ook zo naar nasi?”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.