Tjarko van der Pol

Interview

Passen er 9 miljard mensen op aarde?

Groei Het tijdperk van de mens, het antropoceen, is aangebroken. We zijn met zo velen dat onze soort de dominante kracht op aarde is geworden.

De wereld overbevolkt? Hoezo over? Het suggereert dat er te veel mensen op planeet aarde zijn. Wie bepaalt dat? En wat is dan een goed aantal? Drie miljard? Honderd miljoen? En als dat al te bepalen zou zijn, hoe komen we dan terug naar zo’n aantal? Wie moeten er weg?

Ja. Wij, van de soort Homo sapiens, zijn met heel veel. Vandaag zijn er weer zo’n 225.000 individuen bij gekomen. Morgen ook, en overmorgen.

We gaan hard af op de 7,8 miljard mensen, en volgens de laatste schattingen van de Verenigde Naties zijn we in 2050 met tussen de 9,5 tot 10 miljard.

En ja, we zijn uitgegroeid tot de dominante kracht op aarde. We veroorzaken meer erosie – onder andere door ontbossing – dan natuurlijke verwering doet. We zetten meer stikstof in de lucht om, voor de productie van kunstmest, dan natuurlijke processen doen. We bepalen de loop van rivieren, boren tunnels door bergen, leggen eilanden aan. We mijnen, kappen, verslepen, verbouwen. Het tijdperk van de mens, het antropoceen, is aangebroken.

En het uitdijen van onze soort komt met een prijs. Planten en dieren sterven in een dramatisch hoog tempo uit. Dat dreigt ook voor insecten die wij nodig hebben voor het bestuiven van gewassen. We stoten zoveel broeikasgassen de atmosfeer in, dat het klimaat gevaarlijk opwarmt. Oceanen verzuren, koraalriffen verdwijnen. En overal drijft plastic. Op steeds meer plaatsen kampen mensen met watertekort. Lees er de eerder dit jaar verschenen Global Environmental Outlook 6 (GEO-6) van de VN op na, de laatste milieu-update van de wereld. Je wordt er niet vrolijk van. Een van de hoofdauteurs is Joyeeta Gupta, hoogleraar milieu en ontwikkeling van het mondiale zuiden aan de Universiteit van Amsterdam. „Een gezonde mens heeft een gezonde aarde nodig, en die hebben we nou zeker niet”, zegt ze. Alleen al door vervuiling van water en lucht sterven er jaarlijks 9 miljoen mensen vroegtijdig, aldus het VN-milieurapport.

Conflicten verergeren

Als we op de huidige voet doorgaan doemt snel een ander, groot probleem op: grondtekort. We kunnen niet én meer landbouwgrond aanleggen om een groeiende wereldbevolking te voeden, én tegelijkertijd natuur willen behouden en uitbreiden, én massaal bos willen aanplanten om CO2 uit de lucht te halen en zo klimaatverandering aan te pakken, én ook nog gewassen verbouwen om er biobrandstoffen van te maken. Conflicten zullen verergeren. De milieuproblemen ook.

Dus wat te doen? Hoe stuurt de mens weg van een naderende crisis? Ingrijpen in de wereldbevolking is een no go, zegt Gupta. Het instellen van een soort Chinese eenkindpolitiek, maar dan op wereldschaal, is ondenkbaar. „Het leidt tot infanticide van meisjes”, zegt ze. Want ouders zullen vooral een zoon willen. „In India denken vaders dat ze pas naar de hemel gaan als ze een zoon krijgen.” En als die jongens straks willen trouwen, zijn er geen meisjes meer. Gupta: „Of de meisjes worden verborgen, en hebben geen rechten. Dat werkt niet. Het is niet democratisch.”

Meer opleiding leidt tot minder geboortes

Joyeeta Gupta hoogleraar

Het belangrijkste, zegt Gupta, zijn goede basisvoorzieningen in de minst ontwikkelde landen: gezondheidszorg, onderwijs. „Het is een demografische constante: meer opleiding leidt tot minder geboortes per vrouw.” Dat vindt zij de te verkiezen route om de groei van de wereldbevolking zo snel mogelijk af te vlakken.

Maar dan ben je er nog niet, zegt Peter Verburg, hoogleraar milieugeografie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Want ook al stabiliseert de wereldbevolking, haar welvaart zal nog steeds toenemen. „De milieu-impact van groeiende welvaart is groter dan die van een groeiende bevolking”, zegt Verburg. Mensen die uit de armoede raken consumeren meer en veranderen hun dieet, ook dat is tot nog toe een constante. Ze willen een tv, een koelkast, een auto. Ze gaan meer vlees en zuivel eten. En juist dat laatste is een belangrijke bron van veel milieuproblemen. Je zou het bijna vergeten, met alle aandacht voor klimaatverandering. Maar de helft van het bewoonbare land op aarde is in gebruik als landbouwgrond, en volgens het GEO6-rapport wordt maar liefst 77 procent daarvan door de veeteelt in beslag genomen – voor het vee zelf, of voor het verbouwen van hun voer. En de impact van de veeteelt is enorm. Het onthullende rapport Livestock’s long shadow uit 2006, van de Voedsel- en Landbouworganisatie FAO, stelde dit voor het eerst aan de kaak. Kijk je naar de belangrijkste oorzaken van ernstige milieuproblemen – erosie, schaarste en vervuiling van water, verlies aan biodiversiteit – dan verschijnt de veehouderij steeds in de toptwee of topdrie. En vergeet de opwarming van de aarde niet. De landbouw, met name de veehouderij, zorgt voor circa 15 procent van alle uitstoot van broeikasgassen.

Het voedselsysteem aanpassen

Het is duidelijk, zegt Verburg, dat we moeten stoppen met fossiele brandstoffen. Om de opwarming van de aarde aan te pakken. Maar dan zijn er nog die andere problemen – afname van biodiversiteit, water- en luchtvervuiling, erosie, noem maar op. Dus is het minstens zo belangrijk dat we ook ons voedselsysteem – de landbouw en de menselijke consumptie – aanpassen, zegt Verburg. Met collega’s schreef hij er in 2013 een mooi artikel over (PNAS, 14 mei) onder de titel: Used planet. De strekking is: ja, we zitten nu in de problemen. In de afgelopen 50 jaar is de wereldbevolking verdubbeld, en met zijn 8 miljard is onze impact op de aarde enorm. „De welvaart is sneller gegroeid dan dat we ons hebben kunnen aanpassen”, zegt Verburg. Maar bijsturen is mogelijk. Mensen zijn al duizenden jaren „vormgever en rentmeester” (shapers and stewards) van het aardoppervlak, schrijven ze. Ook nu heeft de mens opties. Kijk vooral naar de landbouw. Dat is altijd al de aandrijver van veranderend landgebruik geweest. Ook nu.

Oplossingen in die richting waren in 2011 al opgesomd in Nature, door een groep Amerikaanse en Canadese wetenschappers. In hun artikel Solutions for a cultivated planet noemen ze: het verhogen van de opbrengsten op ‘onderpresterende’ akkers, verschuiving van het dieet (minder vlees en zuivel), terugbrengen van verliezen in de voedselketen, en een efficiënter gebruik van bestrijdingsmiddelen en (kunst)mest – want overmatig gebruik belast het milieu en schaadt de biodiversiteit. De opties zijn onlangs nog door Nederlandse wetenschappers doorgerekend. In hun artikel, vorige maand gepubliceerd in Nature Sustainability, concluderen ze dat een slimme combinatie van deze opties 9 miljard mensen kan voeden, en tegelijkertijd extra land vrij maken voor biodiversiteit, én watergebruik terugbrengen. Om dit te bereiken is meer dan alleen technologie nodig – denk aan kweekvlees, kernfusie, kloonneushoorns – waarop veel mensen hun hoop plaatsen. Het vraagt gedragsverandering. Grote, lastige omslagen. Maar dan is veel mogelijk.

Kijk alleen al naar de verhoging van de oogstopbrengst. Martin van Ittersum van de Wageningen Universiteit rekent eraan. Sinds een paar jaar bouwt hij de zogeheten Global Yield Gap Atlas, een online databestand met landenkaarten waarop je per gebied kunt bekijken wat de actuele opbrengst van een gewas is, en wat in theorie de maximale opbrengst zou kunnen zijn in het gegeven klimaat, met de gegeven bodem. De vraag volgens Van Ittersum is niet of de wereld voldoende voedsel kan produceren voor 9 of 10 miljard mensen. „Dat lukt wel”, zegt hij.

Verdubbelde voedselproductie

De vraag is eerder of de landen waar de bevolking het hardst zal groeien dat kunnen bijhouden door ook hun eigen voedselproductie te verdubbelen of te verdrievoudigen. En liefst zónder extra land in gebruik te nemen. Van Ittersum: „Als ze hun bevolkingsgroei niet bij kunnen houden daalt hun zelfvoorzienendheid, en worden ze nóg afhankelijker van import.”

Van Ittersum heeft het gemodelleerd voor tien landen ten zuiden van de Sahara, waaronder Nigeria, Mali, Ethiopië, Oeganda. Hij bekeek de teelt van vijf granen: maïs, gierst, rijst, sorghum, tarwe. De huidige opbrengst ligt op 20 tot 40 procent van het maximaal haalbare. „Dat zal naar 80 procent moeten, in 30 tot 35 jaar tijd”, zegt Van Ittersum. „Volgens onze berekening zou het net moeten kunnen zonder uitbreiding van landbouwgrond, hoewel we zulke snelle oogstverbeteringen nooit eerder in de wereld hebben gezien. Het is een megaopgave.”

Nadeel is wel dat de uitstoot van broeikasgassen zal toenemen, onder meer door kunstmest. Het is iets wat wetenschappers bijna altijd zien optreden, trade-offs, uitruil. Je sleutelt hier, het heeft effect daar. Om hun inkomen te vergroten kunnen armere boeren zich meer richten op gewassen die de mondiale middenklasse veel consumeert – koffie, cacao, banaan, soja, oliepalm. Maar dat kan de ontbossing versterken. En intensivering van de landbouw leidt vaak tot mechanisering en verlies van banen. „Oplossingen zijn zelden gratis”, zegt Van Ittersum.

Voor veel Afrikaanse landbouwgebieden, met hun relatief arme bodems, blijkt de belangrijkste beperking de beschikbaarheid van (kunst)mest. Maar dat is lang niet het enige, inventariseerden drie landbouwwetenschappers vorige maand in een rapport. Landrechten, betere gewasvariëteiten, lokale handelskanalen. Toch zijn ze positief. Ze zien de ‘groene revolutie’ – die zich vanaf de jaren 60 in Azië begon te voltrekken – nu ook in veel Afrikaanse landen van de grond komen. En bevolkingstoename kan hierbij helpen, zagen ze. In sommige plattelandsgebieden kunnen gemeenschappen op een gegeven moment voldoende geld bij elkaar leggen om kunstmest aan te schaffen.

Rijke bodemschatten

Ook Van Ittersum ziet lichtpuntjes. „Op sommige plekken in bijvoorbeeld Ethiopië en Zambia zie je de opbrengst van maïs en tarwe vrij snel omhoog gaan.” Aan de andere kant ziet het er voor landen als Nigeria en Congo minder gunstig uit. Met hun rijke bodemschatten (olie, ertsen) proberen ze landbouwontwikkeling over te slaan, en meteen de stap naar een industriële samenleving te maken. Het maakt hen afhankelijker van voedselimport. Van Ittersum: „Maar de geschiedenis leert dat economische ontwikkeling het beste bij de landbouw begint.”

Een andere optie is het tegengaan van ‘inefficiënties’ in de voedselketen. De landbouw produceert wereldwijd 4.600 kilocalorieën per persoon per dag aan voedsel, zegt Toine Timmermans, ook van de Wageningen Universiteit. Terwijl de gemiddelde dagelijkse behoefte op de helft ligt. „Hiermee zou je in theorie al makkelijk 10 tot 12 miljard mensen kunnen voeden”, zegt Timmermans. Maar uiteindelijk is er gemiddeld per persoon per dag maar zo’n 2.300 kilocalorieën beschikbaar. Deels zit dat in verliezen, op het land, tijdens transport, opslag, bij de supermarkten en de consument.

Maar Timmermans ziet hier lichtpunten. Het Deense bedrijf TooGoodToGo heeft een app ontwikkeld waarop bedrijven overtollig voedsel tegen een sterk gereduceerde prijs kunnen aanbieden aan consumenten. „Het werkt als een idioot”, zegt Timmermans. Hoewel ook hier een trade-off dreigt. Het risico bestaat dat voedselbanken in Nederland het gratis aangeboden eten zien teruglopen. Een andere positieve ontwikkeling, zegt Timmermans, is dat consumenten meer bewust raken van de verspilling. „Het tegengaan ervan is iets positiefs geworden”, zegt hij. Hij ziet het aan de cijfers. Sinds zes jaar loopt de voedselverspilling in Nederland terug. „Eerst lag het op 50 kilo per persoon per jaar, inmiddels is het gedaald naar 34 kilo.”

Ook in dit efficiëntieverhaal speelt het vee een aanzienlijke rol. Waarom er geen 4.600 kilocalorieën voor elke mens beschikbaar zijn, komt omdat er per saldo 1.200 kcal (onder meer tarwe, maïs) naar het vee gaat. „Je zou het vee meer voer kunnen laten eten dat niet door de mens gegeten kan worden. Het plantenschroot dat van de akkers komt bijvoorbeeld.” Hoewel er dan minder van dat schroot overblijft om er biobrandstoffen van te maken – weer een trade-off.

Een andere, belangrijker optie is rijkere mensen laten terugkeren naar een dieet met minder vlees en zuivel. Ook Van Ittersum, Verburg en Gupta noemen dit nadrukkelijk. Juist omdat de milieu-impact van de veehouderij zo groot is.

Door de trek naar de stad komen stukken platteland vrij

Peter Verburg milieugeograaf

Dan is er nog een optie die vaak over het hoofd wordt gezien, zegt milieugeograaf Verburg van de Vrije Universiteit. Een optie die in het bijzonder kansen biedt voor natuurherstel. Overproductie in de landbouw stimuleert handel en verstedelijking, dat is al sinds mensenheugenis. Door de trek naar de stad komen stukken platteland vrij. Alleen al voor Europa zou dat tot 2040 op kunnen tellen tot 70.000 km2, en misschien wel het drievoudige, zo heeft Verburg met collega’s berekend. Dat is een gebied zo groot als Ierland, en misschien wel Wit-Rusland. En zo zijn er in bijvoorbeeld Rusland, Australië en Mongolië tussen 2000 en 2016 bijzonder grote stukken land vrijgevallen, constateerden onderzoekers begin december in Nature Sustainability. Het is weliswaar beter om bestaand natuurgebied te beschermen, schreven ze, maar de aanschaf van verlaten en verarmde landbouwgronden (uncontested land) waar geen competitie om is, en waarvan de aankoopkosten dus laag zijn, bieden grote mogelijkheden voor herstel van natuur en biodiversiteit. Verburg vult aan. Als landen zich aan alle internationale verdragen voor landherstel en natuurbescherming houden, komt er 4 miljoen km2 aan bos bij, zo berekende hij vorig jaar met collega’s. Dat is een gebied zo groot als India en Pakistan bij elkaar.

Maar ook hier loeren trade-offs, zegt Verburg. Zuid-Korea is een goed voorbeeld. Dat heeft veel land vrijgemaakt voor natuur. „Maar daardoor ging het meer voedsel importeren, en dat betekent bosverlies in het buitenland.”

Dus, waar staan we nu?

„Er zijn veel en grote problemen”, zegt ontwikkelingssocioloog Gupta. „We weten het, maar we doen er veel te weinig aan.” Oké, we zijn bezig het ozongat te herstellen doordat we cfk’s hebben uitgebannen. En ja, de zwaveluitstoot uit raffinaderijen en kolencentrales, die in de jaren 80 zure regen veroorzaakte, is aan banden gelegd. Maar het aanpakken van het klimaatprobleem gaat een stuk lastiger, omdat het bijvoorbeeld betekent dat we de alomtegenwoordige fossiele brandstoffen moeten uitbannen. „Overheden zijn hier bang voor, bijvoorbeeld omdat pensioenfondsen in fossiele bedrijven investeren.” En het nog grotere, achterliggende probleem, zegt Gupta, is het huidige economische model, dat groei en consumptie, consumptie en consumptie stimuleert.

Gupta zou „veel meer overheid” willen zien om grote milieuproblemen aan te pakken. Maar daar ziet ze weinig van. Toch is ze positief. Ze heeft haar hoop gezet op de jeugd en de rechtspraak. „Kijk naar Greta Thunberg en de klimaatmarsen.” Ze ziet ook dat in steeds meer landen overheden door rechters worden gecorrigeerd.” In Nederland was er het baanbrekende Urgenda-vonnis, dat het kabinet dwingt meer te doen aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Gupta: „In India hebben rechters de staat opgedragen meer te doen aan de verstikkende luchtvervuiling in Delhi.” Ook van Duitsland en Australië weet ze dat er zaken lopen.

Waar willen we naartoe?

Verburg ziet eveneens een sterke rol voor de rechtspraak. In Nederland is de stikstofcrisis daar een mooi voorbeeld van. „De Natura 2000-gebieden hebben een juridisch beschermde status. Dus daar stuiten we nu op een grens.”

De stikstofcrisis laat volgens Verburg nog iets zien. Dat we keuzes moeten maken. De huidige intensieve landbouw laat zich niet combineren met een florerende biodiversiteit. De vraag is dus: waar willen we met Nederland naartoe? „En op grotere schaal: welke wereld willen we?” Het is een normatieve discussie. En die moeten we veel meer voeren, vindt Verburg.

Hij verwijst naar een opinieartikel dat zijn collega Erle Ellis, verbonden aan de universiteit van Maryland in Baltimore, vorig jaar in The New York Times schreef. Het is een aangrijpend betoog.

Geloof je dat de planeet in crisis is en dat we haar naar d’r mallemoer helpen, schrijft Ellis. Of geloof je dat de menselijke vindingrijkheid alles zal oplossen? Allebei missen ze het punt. De toekomst zal geen Hof van Eden zijn of dystopie, maar een eeuwigdurende worsteling tussen mensen die een verschillende toekomst willen. De echte vraag, schrijft Ellis, is hoe wij, al die verschillende mensen en culturen, beter met elkaar praten zodat we samen naar een betere toekomst kunnen sturen die we voor ons wensen. Wetende dat er niet één optimale wereld is.

Elk handelen van acht miljard mensen, en nog een paar miljard onderweg, zal voor een labyrint aan gevolgen zorgen, sommige voor de mensen zelf, andere voor het milieu, soms onverwacht, soms voorstelbaar. Bijsturen is ingewikkeld. Het zal veel geld kosten. De wetenschap kan helpen er meer greep op te krijgen. Maar ze kan niet álle trade-offs oplossen. We zullen keuzes moeten maken, en onze waarden naar elkaar uitspreken. De planeet die we maken reflecteert de mensen die we zijn.