Optreden president verdiept politieke crisis in Irak verder

Irak De politieke chaos in Irak lijkt compleet, nu temidden van protesten en een parlementaire patstelling de president steigert.

In een opmerkelijke en mogelijk ongrondwettelijke manoeuvre heeft de Iraakse president Barham Saleh donderdag geweigerd een premierskandidaat te benoemen die was aangewezen door het parlementaire Fatah-blok, dat banden heeft met Iran. In een verklaring zei de president dat hij bereid was op te stappen omdat zijn weigering deze kandidaat (de gouverneur van de provincie Basra, Asaad al-Eidani) tot premier te benoemen, als een schending van de grondwet opgevat zou kunnen worden. Hij liet het aan parlementariërs over, zo zei hij, om hierover te oordelen. Met zijn weigering wilde de president „meer bloedvergieten vermijden en de maatschappelijke vrede bewaren”.

Volgens de Iraakse grondwet heeft het parlement een week om het ontslag van een president te accepteren dan wel af te wijzen. Maar omdat Saleh zijn ontslag niet aanbood, is het onduidelijk wat er nu verder gebeurt.

Met het optreden van Saleh lijkt de politieke crisis in het land compleet. Terwijl sinds 1 oktober demonstranten protesteren tegen de huidige politieke klasse en tegen de politieke en militaire invloed van Iran in het land, vechten in het Iraakse parlement twee blokken om de macht. Het Sairoon-blok, geleid door de shiïtische geestelijke Muqtada al-Sadr, en het Fatah-blok, onder Hadi al-Amiri. Het grootste parlementaire blok mag de premierskandidaat voordragen, maar de twee partijen kibbelen over wie dat is. Sinds de verkiezingen van vorig jaar is een onduidelijk aantal parlementariërs van blok gewisseld. Premier Adil Abdul-Mahdi nam eind november ontslag.

Onvrede over economie

De protesten in Irak begonnen uit onvrede over de economische situatie in het land. Zij hebben zich sindsdien verspreid over het hele land. Ook zijn de grieven van de demonstranten verbreed naar politieke stagnatie en corruptie en naar onvrede over politieke en militaire invloed van Iran in het land. Het liefst zouden de betogers zien dat de hele politieke elite die na de Amerikaanse invasie in 2003 aan de macht is gekomen, verdwijnt.

De autoriteiten grijpen geregeld hard in. Meer dan vierhonderdvijftig doden zijn er sinds oktober gevallen, de meesten door het traangas en de munitie van de ordetroepen.

Dinsdag boekten de demonstranten een kleine overwinning omdat het parlement instemde met een hervorming van de kieswet die verkiezingen eerlijker moet doen verlopen. Zo staat de wet Irakezen toe zich kandidaat te stellen voor verkiezingen. Tot nu toe waren alleen door partijen geselecteerde gegadigden verkiesbaar.

Op het Tahrirplein in Bagdad juichten demonstranten ook donderdag de handelwijze van de president toe als een overwinning. Maar waarnemers met kennis van de regering noemden de ontstane situatie „zeer gevaarlijk” en „een mogelijke ineenstorting van de staat”.