Opinie

Oog in oog met Lavrov staat Blok er alleen voor

Minister Blok spreekt in zijn Ruslandbrief niet over Londen, Berlijn of Parijs, constateert Hubert Smeets. Het Westen heeft ook een probleem met zichzelf.

Hubert Smeets

Elf weken voordat het MH17-proces losbarst, en de onmin tussen Moskou en Den Haag weer een climax bereikt, heeft Nederland zijn jongste Ruslandbeleid bekendgemaakt.

De nieuwe strategie van minister Blok (VVD) lijkt op de oude van voor-voorganger Koenders (PvdA) uit 2015. ‘Druk’ en ‘dialoog’ zijn nog steeds trefwoorden. Nederland blijft Rusland tegemoet treden met een open hand én een vuist. Het trekt daarbij op met zijn bondgenoten. Moskou moet niet de kans krijgen om de EU- en NAVO-landen „tegen elkaar uit te spelen” – een strategie die nog ouder is dan de weg naar Rome en al sinds tsaar Alexander I (1777-1825) ook een rode draad is in het buitenlands beleid van Rusland.

Tot zover dus geen nieuws van het oostelijke front. Ware het niet dat er aan het westelijke front afgelopen vier jaar wel het nodige is veranderd, zonder dat Nederland daar iets aan heeft kunnen doen.

In Amerika is in 2016 een president aan de macht gekomen die geen kans onbenut laat om de Europeanen hun plaats te wijzen, zeker zolang die niet voldoen aan de uitgavennormen van de NAVO. Wie nu nog op Trumps paraplu rekent, kan kletsnat worden.

Kunnen Europese NAVO-landen beter op zichzelf vertrouwen en een eigen ‘tweede pijler’ bouwen, zoals D66-leider Van Mierlo ooit bepleitte? Ook dat is zo simpel niet.

Engeland heeft zich sinds de vorige Ruslandbrief immers afgewend van de EU. De Brexit mag dankzij premier Johnson dan gedaan lijken, de eigen staatkundige eenheid met Schotland en Noord-Ierland kan nog wel op het spel komen te staan. Wat Rusland in 1990-1991 deed met de Sovjet-Unie door de eigen soevereiniteit boven die van de unie te stellen, dreigt Engeland nu te doen met het Verenigd Koninkrijk: een oud imperium laten imploderen.

Groot-Brittannië – met VS, Polen, Roemenië en Letland het enige land dat wel genoeg spendeert aan mensen en materieel – is geen vanzelfsprekende partner meer voor Europa.

En Duitsland dan, weliswaar geen militaire factor maar zeker een economische grootmacht? Het Amerikaanse Congres behandelt de ooit loyale politieke bondgenoot als commerciële tegenstander en kondigt dus onbekommerd sancties af tegen de bouwers van gaspijpleiding Nordstream 2. Die strafmaatregelen jagen bedrijven, ook Nederlandse, zoveel angst aan dat pijpenlegger Allseas zich meteen uit de voeten heeft gemaakt. In Polen, Oekraïne en Wit-Rusland – drie landen die de dupe kunnen worden van directe gasleidingen op de zeebodem – is Allseas nu populair. Maar wat koopt Nederland daarvoor?

Resteert dus Frankrijk als plechtanker voor Nederland? Ook niet.

In de Ruslandstrategie van Nederland passeren deze landen nauwelijks de revue. Het Verenigd Koninkrijk komt nul keer voor in de brief van Blok. Duitsland en Frankrijk wordt eenmaal en louter feitelijk gememoreerd. Amerika komt één keer in politieke zin voor. Maar dat is dan ook een alomvattende verwijzing. „Als onmisbare bondgenoot” moeten de VS bij „de Europese veiligheid” betrokken blijven. „Nederland zal zich hiervoor inzetten”, schrijft hij. Ontroerend. Maar zou die inzet ook wat opleveren? Het is een (retorische) vraag, maar toch.

Nee, als de brief van Blok één conclusie onderstreept, dan is het deze: Rusland mag een probleem voor ‘ons’ in het Westen zijn. Maar we zijn vooral ook een probleem voor onszelf.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.