‘Je moet hém het spel laten spelen: anders gaat hij door het dak’

Topman Galapagos Onno van de Stolpe sloot dit jaar een ongewone deal om Galapagos zelfstandig te houden. In twintig jaar transformeerde hij het bescheiden biotechbedrijf in een miljardenonderneming. Profiel van een ongeduldig man die groot denkt.

Leven als een landheer is niet zonder ongemakken, weet Onno van de Stolpe (60). Zeker niet met een landhuis dat stamt uit 1774 en grenst aan de Oude Rijn. Er is altijd wel iets te repareren, vertelt de topman en oprichter van het Nederlands-Vlaamse biotechnologiebedrijf Galapagos. Het Leidse pand van Van de Stolpe doet denken aan kasteel Molensloot uit Kuifje. Zijn nieuwste project: de wijnkelder droogmaken die vorige nacht is ondergelopen omdat de waterpomp het begaf.

Van de Stolpe klaagt niet: hij is fanatiek klusser en beschouwt zijn huis als een hobby. Bovendien heeft zo’n monumentaal pand charmes die zakelijk nog weleens van pas komen, zo is zijn ervaring. Als decor voor iets triviaals als een kerstvideo bijvoorbeeld, die Van de Stolpe zojuist met zijn twee Berner sennenhonden (Leeuw en Beer) heeft opgenomen voor de kleine duizend medewerkers van Galapagos. Maar óók als intieme onderhandelingslocatie, waar hij de basis heeft kunnen leggen voor de deal van zijn leven.

Hier, en dus niet op het Nederlandse hoofdkantoor van Galapagos, een kilometer verderop, spraken Van de Stolpe en zijn collega’s André Hoekema en Bart Filius in februari twee dagen lang met de top van het Amerikaanse farmabedrijf Gilead. Tussen de gesprekken door beenden de mannen kwartels uit, onder de supervisie van Van de Stolpes vriendin. „In die dagen hebben we 90 procent van de deal uitonderhandeld”, zegt Van de Stolpe.

De laatste 10 procent – het deel dat ging over de precieze bedragen – bleek het moeilijkst. Pas in juli bereikten Galapagos en Gilead een definitief akkoord over wat in de kern een partnerschap en niet-aanvalsverdrag ineen is. Gilead steekt 4,5 miljard in Galapagos en belooft het bedrijf ten minste tien jaar niet over te nemen. In ruil daarvoor krijgen de Amerikanen toegang tot alle onderzoeksprogramma’s van Galapagos en een deel van de verkooprechten op de belangrijkste geneesmiddelen die het bedrijf ontwikkelt.

Op een paar kritische geluiden na – sommige mensen vinden dat Galapagos zich heeft uitgeleverd aan Gilead – werd de uitzonderlijke deal met applaus ontvangen. Vooral door beleggers. De beurskoers van Galapagos is het afgelopen jaar meer dan verdubbeld. Daarmee is het pas twintig jaar oude biotechnologiebedrijf, dat komend jaar naar verwachting zijn eerste medicijn (tegen reuma) op de markt brengt, nu zo’n 12 miljard euro waard.

Dat is méér dan een gevestigde naam als KPN. En de opmars van Galapagos staat pas aan het begin, denkt Van de Stolpe, die zelf aandeelhouder is met een belang ter waarde van zo’n 105 miljoen euro, en dus flink profiteert van het succes. Zijn ambitie: een zelfstandig, Europees biotechbedrijf bouwen, vergelijkbaar met Amerikaanse succesverhalen als Gilead (beurswaarde: 84 miljard dollar) en Amgen (144 miljard dollar).

Maar wie is Onno van de Stolpe? En hoe maakte hij Galapagos tot wat het nu is?

Grote dromen

Vooropgesteld: Van de Stolpe voldoet niet aan het clichébeeld van de briljante entrepreneur of onderzoeker die zijn ontdekking naar de markt brengt. De technologie van Galapagos is niet zíjn geesteskind, noch is Van de Stolpe een genie in het lab. Hij studeerde weliswaar cum laude af als moleculair bioloog in Wageningen, maar een „hardcore wetenschapper” was hij nooit. Zijn oorspronkelijke plan, om promotieonderzoek te doen bij een biotechbedrijf, strandde na een serie mislukte sollicitaties. Eind jaren tachtig was hij een half jaar werkloos. „Rusteloos en lastig”, zo herinnert hij zich die periode.

Dat het biotech moest worden, was voor hem wél duidelijk. Moleculair biologen stonden aan de vooravond van de ontrafeling van het menselijk genoom: dna-experimenten suggereerden dat gentechnologie de toekomst had. Tijdens een stage bij Biogen in de VS had Van de Stolpe gezien dat het kon: alleen op basis van wetenschap een bedrijf bouwen. Zonder medicijnen nog, laat staan omzet, maar mét de belofte van revolutionaire medische doorbraken en later, wellicht, miljardeninkomsten. Ook de vakgroep moleculaire biologie in Wageningen was indertijd bevangen door een koortsachtig enthousiasme, zegt hij. „Het bubbelde daar. Studenten en docenten werkten tot diep in de nacht en in de weekenden.”

Toen hij begon, had Van de Stolpe ‘geen flauw benul’ hoelang het duurt om een medicijn te ontwikkelen

Grote dromen en hard werken: het is een omgeving die Van de Stolpe goed past. Wat hij miste aan wetenschappelijke potentie compenseerde hij met tomeloze energie, gedrevenheid, competitiedrang en, zoals snel zou blijken, zakelijk instinct. Eerst bij het piepjonge plantenbiotechbedrijf Mogen uit Leiden, waar Van de Stolpe was afgewezen voor een promotieplek, maar waar hij later wel aan de slag mocht als hoofd van de afdeling business development. Zijn taak: commerciële partijen en overheden overtuigen geld te steken in Mogen. Het bedrijfje had nog niets ontwikkeld – „een leger koffertje kun je je niet voorstellen”. Maar hij wist subsidies binnen te halen en deals te sluiten met land- en tuinbouwbedrijven.

„Hij stapte op iedereen af en verkondigde dat wij een héél groot biotechbedrijf zouden worden”, zegt André Hoekema, directielid van Galapagos, die destijds in het lab van Mogen werkte.

Het is die bravoure waarmee Van de Stolpe eind jaren negentig binnenkwam bij het eveneens Leidse IntroGene, het latere Crucell. Dat was destijds het bekendste biotechbedrijf van Nederland. Crucell zocht iemand om een project te leiden, met de naam Galapagos. Het bedrijf was een techniek op het spoor gekomen om met behulp van verkoudheidsvirussen af te leiden welk gen (of welke eiwit) betrokken is bij verschillende ziektebeelden – potentieel cruciale informatie voor medicijnontwikkeling.

„Hij kwam op de fiets solliciteren, met die krullenbol in de wind”, zegt Ronald Brus, destijds één van de vier directeuren van Crucell. Of Van de Stolpe de technologie tot in detail doorgrondde, deed niet ter zake. Persoonlijkheid, daar ging het om. Brus: „We vroegen ons af: is dit een winnaar of niet?” Van de Stolpe kreeg de baan.

Qua ambitie en gedrevenheid deed hij niet onder voor zijn nieuwe collega’s. Allemaal riepen ze dat ze „een miljardenbedrijf” wilden bouwen. Toch viel Van de Stolpe uit de toon in het managementteam van Crucell. „Wij waren wat flamboyanter dan Onno”, zegt Brus. „Onno was wat stiller, wat meer van de wollen truien”, zegt René Beukema, destijds ook in de directie van Crucell. „Wij reden in snelle Duitse sportauto’s. Onno had een oude Mustang.”

Van de Stolpe spreekt van een verschil in „macho”. „Het waren jongens die enorm tegen elkaar opboden. Toen de eerste Porsche gekocht was, moesten ze allemaal een Porsche. Dat was mij wat te studentikoos.”

Think big en doe maar gewoon: twee opvattingen die met elkaar in tegenspraak lijken, maar in Van de Stolpe komen ze samen, zeggen mensen in zijn omgeving. Van de Stolpe deelde bijvoorbeeld een kantoor – iets wat voor de andere Crucell-managers ondenkbaar was – en vloog met zijn team nog economy class naar de jaarlijkse biotechconferentie in San Francisco toen hij al jaren topman was van Galapagos. Terwijl andere farma-delegaties in het Four Seasons verbleven, koos hij voor een bescheiden hotel. Dat is inmiddels allang verleden tijd, maar de zuinigheid is nooit helemaal verdwenen. Hoekema: „Volgens mij koopt hij in de supermarkt nog steeds het huismerk.”

Hij smijt niet graag met geld, beaamt Van de Stolpe. Al is dat, beseft hij, ook „flauw om te zeggen als je in zó’n huis woont”. Waar deze houding vandaan komt? Opvoeding, zegt hij. Zijn vader verdiende goed als manager in het Natuurkundig Laboratorium van Philips, maar het uitgavenpatroon was thuis in Brabant „bescheiden”. Die „naoorlogse soberheid” heeft hem beïnvloed, zegt Van de Stolpe.

Bemoeizuchtige geldschieters

Grote dromen en soberheid had Galapagos hard nodig. Al na een half jaar werd het project losgekoppeld van Crucell. Galapagos moest zelfstandig kunnen overleven en paste niet bij het moederbedrijf, dat zich richt op vaccins. Om het nieuwe bedrijf, dat aanvankelijk wel deels eigendom bleef van Crucell, te financieren, moest Van de Stolpe miljoenen ophalen bij investeerders.

Die eerste jaren van Galapagos, los van Crucell, waren eenzaam en „emotioneel het zwaarst”, zegt hij nu. Met veel moeite overtuigde hij durfinvesteerders ervan om samen 22 miljoen in zijn bedrijf te steken. Blijdschap hierover maakte snel plaats voor irritatie over wat hij bemoeizuchtige „terreur” van zijn geldschieters noemt.

Van de Stolpe dacht groot en wijds. Hij wilde de technologie van het bedrijf om aan ziektebeelden verbonden eiwitten (targets) op te sporen, gebruiken als basis om zélf medicijnen te ontwikkelen. Alleen zo kon Galapagos zelfstandig blijven, wist hij. Zijn investeerders waren behoedzamer: zij zagen liever dat Galapagos zijn technologie inzette om opdrachten binnen te halen bij farmabedrijven.

Achteraf, zegt Van de Stolpe, had hij destijds „geen flauw benul” wat medicijnontwikkeling precies inhield. Hij had wel gelezen dat het tien tot vijftien jaar duurt, maar dat kon toch allemaal veel sneller, dacht hij. Nu weet hij beter. „Het duurt veel langer dan ik in mijn naarste nachtmerries had kunnen bedenken.”

Met de beursgang in 2005 kwam een einde aan de conflicten met investeerders. Makkelijk ging het echter niet: beleggers bleken amper interesse te hebben in het jonge biotechbedrijf, dat geen enkel medicijn in de pijplijn had. Galapagos stelde de beursgang zelfs een paar dagen uit en verlaagde noodgedwongen de prijs van de aandelen.

Ondanks de moeizame start voelde de beursgang, die slechts 22 miljoen euro opleverde, voor Van de Stolpe als een bevrijding. Het bedrijf had min of meer de regie over zijn eigen toekomst terug. Dat betekende: overnames doen, slimme deals sluiten met farmabedrijven en tegelijkertijd intern zo snel mogelijk een volwassen onderzoeksafdeling opzetten.

Onderhandelen is voor Van de Stolpe een „fascinerende” sport. Hij schopte het tot grootmeester, zegt Piet Wigerinck, wetenschappelijk directeur van Galapagos. Van de Stolpe kan de tegenstander heel goed inschatten. Wigerinck heeft geleerd er niet tussen te komen als zijn topman onderhandelt: „Híj speelt het spel: dat moet je hem laten spelen. Anders gaat hij door het dak.”

Zijn belangrijkste taak was jarenlang Galapagos stapje voor stapje verder brengen, zonder steeds de aandeelhouders om extra geld te moeten vragen. Hij haalde miljoenen binnen met allianties: farmabedrijven die onderzoek betaalden in ruil voor de rechten – mocht het tot een medicijn leiden. De deals werden gesloten volgens een vast recept. Nadat Van de Stolpe driftig met zijn vuist op tafel had geslagen, streek Hoekema de plooien weer glad: „What Onno really means is...”.

Galapagos groeide, maar waardering op de beurs bleef lange tijd uit. Farmabedrijven braken samenwerking af en de beurskoers bewoog nauwelijks. „Frustrerend”, vond Van de Stolpe dat. „Dan dacht ik: godverdomme, we werken er allemaal hard aan. Waarom krijgen we die waardering niet?”

Intern probeerde Van de Stolpe optimisme uit te stralen. Dat is de taak van de topman, vindt hij. „Ik wil ook weleens mijn kop laten hangen. Maar als je dat doet, gaat het personeel geloven dat het einde wel eens nabij kan zijn.”

De top van het bedrijf kreeg de spanning wél mee. Van de Stolpe kan ontzettend boos worden. Hoekema: „Dan kan hij zich niet beheersen. Er zijn mensen die met een moeilijke mededeling wachten tot Onno weg is, om het dan aan mij te vertellen.”

Volgens Wigerinck is Van de Stolpe ook niet de geduldigste. „Hij is zó ambitieus. Als er moeilijkheden waren met een onderzoek, belde hij drie keer op een dag. ‘Hoe is het met de hondjes in de tox-studie?’ vroeg hij dan. Zo’n test duurt vier weken. Dat was in het begin wel wennen”

Schrikbeeld

Een medicijn tegen reuma – filgotinib – overleefde als eerste alle cruciale onderzoeksfases. Met een investering van 725 miljoen trok farmareus Gilead het onderzoek naar de eindstreep: markttoegang aanvragen bij de toezichthouder. De beurskoers was inmiddels omhooggeschoten, maar het succes maakte Galapagos óók kwetsbaar voor een overname.

Dat was vanaf het prille begin een schrikbeeld voor Van de Stolpe. Zodra je onderdeel wordt van een groot farmaconcern, gaat alle innovatie eruit, is zijn overtuiging. Volgens Wigerinck heeft Van de Stolpe een „haat-liefdeverhouding” met big pharma. „Hij kan niet zonder: wij bestaan omdat zij ons laten bestaan. Maar wij kunnen iets wat zij niet kunnen. Als hij ziet hoeveel geld en middelen zij hebben en hoe weinig er uitkomt – dat vindt hij verschrikkelijk.”

Hij heeft een moeizame verhouding met ‘peperdure bankiers in maatpakken’

Gilead, dat een belang had opgebouwd van 12 procent, was de meest waarschijnlijke partij om Galapagos over te nemen. In reactie daarop begon Van de Stolpe andere farmareuzen te benaderen voor meer samenwerking. Zij zouden kunnen dienen als beschermheer.

Afgelopen januari, aan de bar op de jaarlijkse conferentie van zakenbank JP Morgan, kwam Gileads directeur business development Andy Dickinson (nu financieel directeur) met een tegenvoorstel. Tien jaar onafhankelijkheid en een kapitaalinjectie, in ruil voor toegang tot alle onderzoeksprogramma’s en belangrijke verkooprechten.

Een aantrekkelijk voorstel, vond Van de Stolpe. Alleen over de hoogte van de kapitaalinjectie – de duidelijkste maatstaf voor de waarde van Galapagos’ pijplijn – werden partijen het aanvankelijk niet eens. In elk geval meerdere miljarden, vond Van de Stolpe. Zijn raad van commissarissen vond de bedragen die over en weer gingen moeilijk te duiden: wat was redelijk?

Op advies van zijn commissarissen nam Van de Stolpe net als Gilead zakenbankiers in de arm om een waardering te berekenen. Van harte ging dat niet: Van de Stolpe staat bekend om zijn moeizame verhouding met „peperdure bankiers in driedelige maatpakken”, zegt Hoekema.

Waarom? „Ik heb door de jaren heen weinig toegevoegde waarde gemerkt van zakenbanken in discussies over transacties”, zegt Van de Stolpe afgemeten. Hij kon beter gewoon met de nieuwe topman van Gilead, Daniel O’Day, om tafel gaan, vond hij. Dan zouden ze er wel uitkomen.

In juli overtuigde Van de Stolpe zijn commissarissen dat Galapagos met een ultiem voorstel moest komen: het bedrijf wilde 3,95 miljard dollar als kapitaalinjectie krijgen, plus 1 miljard dollar voor nog eens 10 procent van de Galapagos-aandelen. Gilead had op dat moment al 12 procent in bezit. Zijn commissarissen vonden dat gewaagd, zegt Van de Stolpe, maar hij weigerde lager te gaan „Het speelde mee dat ik al twintig jaar topman ben. Ik dacht: nu wil ik er de waarde voor krijgen die ik vind dat dit bedrijf verdient.”

De deal werd met de top van Gilead beklonken, vlak voordat Galapagos zijn twintigjarig bestaan zou gaan vieren.

Zure mannetjes van de Muppets

Als onderdeel van het akkoord mag Galapagos een deel van de verkoop van filgotinib en toekomstige medicijnen in Europa op zich nemen. Het bedrijf is in noodvaart kantoren aan het openen in Madrid en Milaan. Van de Stolpe is daarbij de man van de motivatiespeeches. Hoekema: „Dat kan hij goed. Hij zegt dan: we hebben nog nooit een medicijn verkocht, maar dat gold voor alles tot nu toe.”

Als Hoekema en Van de Stolpe op het balkon van hun werkkamer in Leiden zitten, mopperen ze als de twee zure, oude mannetjes van de Muppet Show: hoe commerciëler het bedrijf wordt, hoe minder er overblijft van het oude Galapagos-sfeertje. Van de Stolpe memoreert de personeelsuitjes naar de Ardennen graag. Er waren droppings en feesten tot diep in de nacht. Dat gaat niet meer met zo’n groot bedrijf.

En: een grote juridische afdeling en een grote afdeling personeelszaken zijn „niet de afdelingen waar een ondernemer op zit te wachten”, zegt Van de Stolpe. Hij wil dat Galapagos flexibel blijft, opportunistisch. Anders dan de stoffige, risico-mijdende farmabedrijven.

Zelf vindt Van de Stolpe dat hij door de jaren heen milder is geworden, dat de scherpe randjes van zijn geestdrift zijn afgesleten. Onder meer door de geboorte van zijn zoon, twaalf jaar geleden. Maar als hij vindt dat het allemaal te georganiseerd of bureaucratisch wordt, kan Van de Stolpe nog steeds weleens „ontploffen”. Daar gaat hij weer, denken mensen die hem goed kennen. Van de Stolpe: „Ik ben zeker geen ideale leider.”

Lange tijd zag Van de Stolpe de lancering van filgotinib volgend jaar als „mooi einde” bij Galapagos , maar Gilead-topman O’Day heeft hem in aanloop naar de megadeal gezegd erop te rekenen dat hij de komende jaren aanblijft. Daar heeft Van de Stolpe begrip voor. De mannen klikken: O’Day is ook een aanpakker, een drammer. En iemand die bij afspraken gewoon in spijkerbroek komt aanzetten. Daarmee scoort hij punten bij Van de Stolpe.

En na Galapagos? Van de Stolpe heeft al een volgend project: een vervallen boerderij vlakbij de Belgische Maasvallei en een zestig jaar oude trekker. Als hij en zijn vriendin een weekend klussen, slapen ze in een tentje in de tuin. Een oud-collega die dit buitenhuis laatst bezocht, zag nog precies dezelfde Onno als altijd. „Hij was als een kind zo blij om zijn gereedschapskist te laten zien.”