‘In de stad zat je meer op je telefoon’

Spitsuur Janneke (45) en Bernlef (42) de Vries wonen in een woonboerderij bij Leiden, die ze zelf van het gas hebben gehaald. Ze proberen zo duurzaam mogelijk te leven. „Consuminderen gaat hier automatisch.”

Bernlef: „Netflixen, dat doen we in het weekend. Op vrijdagavond mogen de jongens zelf pizza maken en een film uitkiezen.” Janneke: „Na het eten doen we weleens een spelletje. De jongens gamen nog niet.” Bernlef: „Komt ook door hoe we hier wonen. Er is genoeg te doen.”
Bernlef: „Netflixen, dat doen we in het weekend. Op vrijdagavond mogen de jongens zelf pizza maken en een film uitkiezen.” Janneke: „Na het eten doen we weleens een spelletje. De jongens gamen nog niet.” Bernlef: „Komt ook door hoe we hier wonen. Er is genoeg te doen.”

Bernlef: „Hiervoor woonden we in Leiden, in een appartementengebouw. Maar we wilden graag op de begane grond wonen, met meer ruimte om ons heen en aan het water.”

Janneke: „Met drie kinderen is het lekker als ze makkelijk naar binnen en buiten kunnen rennen.”

Bernlef: „Ik wilde graag zelf iets bouwen. Maar toen liep ik in Oud Ade, bij Leiden, tegen deze woonboerderij aan uit 1821. We hebben het huis geschilderd en de oude koeienstal opnieuw betegeld, daar was vijftig jaar geleden al een zwembad in aangelegd. We gebruiken het alleen in de zomer, anders stook je je rot.”

Janneke: „Pas vertelde iemand uit de buurt nog dat hij hier zwemles heeft gehad.”

Bernlef: „En we hebben de boerderij van het gas afgehaald.”

Janneke: „Dat was eigenlijk de grootste verandering.”

Bernlef: „We hebben een warmtepomp met zes bronnen laten aanleggen en daarna een zonneboiler en een pelletkachel geïnstalleerd. Op het dak hebben we 56 zonnepanelen neergelegd, voor het opwekken van elektriciteit.”

Janneke: „Ons vorige huis was ook helemaal duurzaam.”

Bernlef: „Een groen hart? Ik weet niet, is dat de term?”

Janneke: „Het is niet dat jij dit doet omdat het nu hip is. Jij doet het al veel langer.”

Documentaire Al Gore

Bernlef: „Mijn opa had een bouwbedrijf. Vroeger reden we door Friesland en dan zei mijn vader: ‘Dat heeft je opa gebouwd.’ Toen ik erover na kon denken wat ik wilde worden, wist ik wel dat het iets in de bouw zou zijn.

In 2007 zijn we samen naar Argentinië gegaan en daar word je echt overweldigd door de natuur. In het vliegtuig terug zagen we die documentaire van Al Gore over het klimaat. Toen besefte ik: we zijn echt met zijn allen de wereld naar de klote aan het helpen. In 2007 maakten we de eerste gasloze woonwijk met mijn bedrijf, nu zijn alle projecten die ik ontwikkel duurzaam. Dit huis van het gas afhalen en zelf warmte en elektriciteit opwekken, kostte 180.000 euro.”

Janneke: „We rijden allebei elektrisch.”

Bernlef: „De Tesla is van mij.”

Janneke: „De Nissan van mij. We scheiden afval.”

Bernlef: „We houden de deuren dicht.”

Janneke: „Oiiii. Ja, dat is een verbeterpunt, haha. We eten minder vlees.”

Bernlef: „Jij hebt een dappere poging gedaan voor een moestuin in de kas.”

Janneke: „Ja, en die doe ik volgende zomer weer. De courgettes groeiden zo hard: net onkruid. Op een gegeven moment was het elke dag courgettesoep. Dingen planten met de jongens, dat is leuk. We aten laatst een bloemkool uit eigen kas. Het smaakt ook anders, merken ze.”

Bernlef: „De snoeptomaatjes zijn echt lekkerder.”

Janneke: „We hebben kippen die eieren leggen. En het voordeel van buiten wonen: de supermarkt is niet om de hoek. Consuminderen gaat hier automatisch.”

Bernlef: „Hiervoor had ik op zaterdag toch het idee dat ik de stad in moest. Het brengt een soort rust.”

Op de rit helpen

Janneke: „Half zeven gaat de wekker. Ik dek de tafel, om zeven uur zitten we aan het ontbijt. De jongens smeren zelf brood. Daan zit in het speciaal onderwijs vanwege zijn taalontwikkelingsstoornis. Hij wordt opgehaald tussen kwart voor acht en acht. De andere kinderen brengen we met de auto naar school. Soms doe ik het op de fiets.”

Bernlef: „Ik breng ze altijd op woensdag en vrijdag, daarna rijd ik door naar werk.”

Janneke: „Op de dagen dat Bernlef de kinderen brengt, begin ik vroeg: om acht uur. Dan kunnen mensen voor hun werk nog op gesprek. Ik ben gespecialiseerd in het begeleiden van mensen die te maken hebben met verlies. Dat kan door dood zijn, maar ook door ziekte of een scheiding. Ja, soms zitten er zware verhalen tussen, maar het mooie is dat je mensen helpt om weer op de rit te komen.”

Bernlef: „Ik heb meestal de hele dag afspraken.”

Janneke: „Je bent ook sowieso wel twee avonden in de week weg.”

Bernlef: „Ik heb nog een etentje, er is nog een directievergadering. Eind van de dag doen we een rondje over de bouw en daarna vergaderen we in de keet.”

Janneke: „Op maandagavond, dinsdagavond of donderdagavond hebben de jongens sport.”

Bernlef: „Op maandag hebben ze tennisles en dan zorgt de buitenschoolse opvang dat ze bij de tennisbaan worden afgeleverd: ideaal.”

Janneke: „De jongens vinden het heerlijk.”

Bernlef: „Wij hebben eigenlijk weinig tijd voor sport. In het weekend loop ik in ieder geval wel een rondje hard door de polder. Op maandag hebben we yoga.”

Janneke: „Iemand die we nog kennen uit Leiden komt hiervoor naar ons toe. In de winter doen we de yoga beneden voor de haard, in de zomer gaan we naar buiten.”

Bernlef: „Netflixen, dat doen we in het weekend. Op vrijdagavond mogen de jongens zelf pizza maken en een film kiezen.”

Janneke: „Na het eten doen we weleens een spelletje. Yahtzee, SET, Koehandel en in het weekend Kolonisten van Catan. De jongens gamen nog niet.”

Bernlef: „Komt ook door hoe we hier wonen. Er is genoeg te doen: mollen vangen, bladeren uit de dakgoot halen. In Leiden zat je meer op je telefoon. Ik moest er wel even aan wennen dat we in zo’n gehucht gingen wonen, maar ik heb de stad nog geen seconde gemist.”

Janneke: „Hier wonen brengt toch een soort rust. Pas lag Gijs in bed en zei hij: ‘Mam, ik heb vanochtend naar de vogels liggen luisteren.’”