Opinie

Gezocht: meer Orwells

In Europa

‘In een samenleving waar geen wetten zijn, en waar in theorie dus geen dwang bestaat, bepaalt de publieke opinie hoe mensen zich gedragen. Maar mensen zijn kuddedieren met zo’n sterke neiging zich te conformeren, dat de publieke opinie uiteindelijk minder tolerant is dan welk wetboek dan ook. Als mensen bestuurd worden door ‘gij zult niet’, kun je als individu nog enigszins excentriek zijn. Maar als mensen worden bestuurd door vage begrippen als ‘liefde’ of ‘verstand’, staan ze permanent onder druk om net zo te denken en te handelen als alle anderen.”

In een tijd waarin mensen hysterisch worden omdat de koning bij zijn kersttoespraak geen kerstboom achter zich heeft, en waarin rechters zelfs in Nederland worden afgedroogd door politici die claimen „namens het volk te spreken”, is het heerlijk om George Orwell weer eens te lezen. Bovenstaande passage komt uit het essay Politics vs Literature, een bespreking van het boek Gulliver’s Travels.

Vaak is opgemerkt dat de romans van Orwell – met Kafka een van de weinige schrijvers met een eigen bijvoeglijk naamwoord – weer actueel zijn. China bespioneert zijn eigen burgers, bij Uniqlo doen robots 90 procent van het werk, en als je Stefan Zweig googelt stuurt Amazon je tien minuten later een aanbieding voor de verzamelde werken van Joseph Roth. Typisch 1984! Op Twitter maken voor- en tegenstanders van Brexit elkaar voor verraders uit, en Noord-Koreanen die de Grote Leider niet vereren, verkommeren van honger en kou. Dit stond allemaal al in Animal Farm.

Orwells essays zijn minstens even relevant als zijn fictie. Eric Blair, zoals hij echt heette, overleed al in 1950. Maar zijn werk voelt nooit gedateerd. Of het nu een stuk is over het oeuvre van Charles Dickens of een bewogen reportage uit een Parijs ziekenhuis (How the Poor Die), hij diept zijn onderwerpen uit en stuit op onderstromen in de samenleving en politiek die nog – of weer – herkenbaar zijn.

Orwell was ooit lid van de Labourpartij, maar vertrok toen partijgenoten Stalins excessen wegwuifden. In de jaren dertig wilde Labour voorkomen dat het land zich zou herbewapenen. Oorlog vonden ze slecht. Orwell vond dat een mooi standpunt, maar kwam langzaam tot de slotsom dat íemand het fascisme en communisme moest stoppen. Daarom veranderde hij van mening. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Zijn commentaar: „Het wordt tijd dat patriottisme en intelligentie weer samengaan.”

Hij gaf de conservatieven er even hard van langs: „Een van de dominante feiten van de afgelopen driekwart eeuw is het verval en onvermogen van de heersende klasse.” Ook dit kon gisteren geschreven zijn.

Hij geloofde dat de waarheid wel degelijk bestond, en probeerde die te vinden – een verademing, in deze tijd vol fake news. Zo was hij gefascineerd door de tegenstrijdigheden in de Britse volksaard. Britse arbeiders, betoogde hij, hadden tijdens de Eerste Wereldoorlog meer contact met buitenlanders dan ooit. Maar „het resultaat was dat ze een haat voor alle Europeanen mee terugnamen, behalve voor Duitsers, wier moed ze bewonderden. Na vier jaar Frankrijk vonden ze wijn nog steeds niet lekker. Het insulaire karakter van de Engelsen, hun weigering om buitenlanders serieus te nemen, is een dwaasheid waar ze van tijd tot tijd een hoge prijs voor betalen.” Na drie jaar Brexit-chaos kun je rustig zeggen dat Orwell een snaar raakte.

Orwell was een autonoom denker. Links dweepte met hem als hij het imperialisme en kapitalisme aanviel. Rechts prees hem als hij het communisme in de ban deed en linkse intellectuelen opriep om meer common decency te tonen. In ons gepolariseerde politieke klimaat kunnen wij wel wat meer Orwells gebruiken.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.