Er is altijd werk, en altijd een app-groep

Column

Help, ik ben afgestudeerd! In 2010 was dat de titel van een drukbezochte workshop op de Nationale Carrièrebeurs in de Amsterdamse RAI. Afgelopen april bleek op dit jaarlijkse evenement voor studenten en starters hoeveel er in een decennium kan veranderen. ‘Help’, begon nu de eveneens alarmerende aankondiging van een workshop. ‘Hoe weet ik welke baan bij me past?’

De Nederlandse arbeidsmarkt is in de jaren tien van deze eeuw omgeslagen: van een nijpend tekort aan vacatures naar een bijna net zo dramatisch overschot. In de nasleep van de kredietcrisis van de jaren nul steeg het aantal werkzoekenden in 2014 tot een piek van bijna 700.000 mensen. Inmiddels zijn dat er nog maar iets meer dan 300.000. Daartegenover staan bijna evenveel onvervulde vacatures.

Nu werkgevers zitten te springen om personeel, van grote IT-bedrijven tot het koffietentje op de hoek, is het voor veel mensen niet meer de vraag óf ze een baan hebben, maar hoe die baan, en werken in het algemeen, hun bevalt. Ze zijn veeleisender geworden.

En dat is een goed ding. Doordat bij veel mensen in Nederland, en ook in veel andere landen ter wereld, de verlammende vrees voor werkloosheid is verdwenen, durven ze beter voor hun belangen op te komen. Er zijn helaas nog altijd misstanden op de werkvloer, maar dit decennium heeft de werkende mens een aantal flinke stappen vooruit gezet.

De jaren tien waren vooral het tijdperk van de werkende vrouw. Op de valreep voor de decenniumwisseling stemde de Tweede Kamer in met een bindend vrouwenquotum. Het geldt nog alleen voor beursgenoteerde bedrijven, en dan uitsluitend voor de raad van commissarissen, maar toch. Na jarenlang oeverloos geëmmer over excuustruzen en deeltijdprinsesjes is er eindelijk een knoop doorgehakt.

En dan was er #metoo. Waarom verbraken zoveel vrouwen – en ook mannen – uitgerekend tijdens de jaren tien het zwijgen over misbruik? Zegt het misschien iets over een toegenomen vertrouwen dat slachtoffers serieus worden genomen, over een groter gevoel van veiligheid, ook op de werkvloer?

Vaders in Nederland gingen van twee schamele dagen betaald geboorteverlof aan het begin van het decennium naar vijf dagen en vanaf volgend jaar naar zes weken (tegen 70 procent salaris). Er werd geëxperimenteerd met anoniem solliciteren om kandidaten met diverse achtergronden gelijke kansen te geven. Ook hier geldt, we zijn er nog lang niet, maar dat managers tegenwoordig bijgeschoold worden over inclusiviteit en onzichtbare diversiteit geeft hoop.

Dankzij de hoogconjunctuur zijn bazen beter voor hun mensen gaan zorgen: er is weer budget voor bijscholing en avondjes bowlen. En omdat ze concurreren om talent, gaat het nu op Nederlandse kantoren over ergonomische zit-sta-bureau’s, over het uitdelen van vaste contracten aan flexkrachten, over het ‘recht op onbereikbaarheid’. Afgelopen jaar werd in de cao voor de gehandicaptenzorg opgenomen dat je in privétijd niet hoeft te reageren op telefoontjes en e-mails van het werk. Niet de laatste sector, hopen de vakbonden.

Dat we het droit à la déconnexion aan het overnemen zijn van de Fransen zegt natuurlijk ook iets over de waanzin van het moderne werkleven. Gedreven door de economische groei hebben we ons in de jaren tien collectief in het zweet geploeterd. Het aandeel Nederlandse werkenden met tekenen van burn-out is inmiddels opgelopen tot bijna één op de zes, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Gedreven door de economische groei hebben we ons in de jaren tien collectief in het zweet geploeterd

Niet gek dus dat hele bedrijfsafdelingen naar yoga en mindfulness worden gestuurd. We komen om in de prikkels, staan altijd ‘aan’. Tijdens het koken lezen we de app-groep van kantoor en omgekeerd kruipt ons privéleven steeds dieper ons werk in. Want wie heeft het door als je tijdens een voortkabbelende vergadering een nieuwe liefde zoekt op Tinder of je avondeten bestelt op Thuisbezorgd?

Grappig genoeg krijgen we daardoor, in een tijd waarin volop wordt gepraat over robotisering en de samensmelting van mens en machine tot ‘hybride intelligentie’, steeds meer waardering voor gedrag dat we als mensapen al vertoonden: slapen, bewegen, sociaal contact. Het besef begint te dagen dat leven met je gezicht constant gericht op een beeldscherm, geen gezond en gelukkig leven is.

Ook in het werk zoeken mensen naar persoonlijke verbinding. Zingeving. Iets doen voor anderen. Voor de planeet. De zoektocht naar purpose is geen modieus dingetje voor millennials. Nu steeds meer mensen (parttime) werken én we steeds langer door moeten – de pensioenleeftijd ligt inmiddels op 66 jaar en vier maanden – is wát we doen tijdens die tienduizenden werkuren verworden tot een levensvraag.

Ykje Vriesinga schrijft over werk en leven