Jasper Leuven: „Grote riviermondingen zijn breed en diep. Mijn favoriete voorbeeld hiervan is de Westerschelde.”

Foto Maarten Hartman

Interview

‘Een riviermonding kan ons beschermen’

Jasper Leuven, onderzoeker morfodynamiek van kusten en rivieren Jasper Leuven modelleerde 36 riviermondingen in de wereld. Als ze meer ruimte krijgen, is de kans op overstromingen kleiner.

Een rivier stroomt een kant op. Behalve bij de monding – daar stroomt hij heen en weer, onder invloed van het getij. „Stroming en sedimentatie zijn in de monding een stuk complexer dan normaal in een rivier, en dat intrigeert me”, zegt Jasper Leuven, onderzoeker morfodynamiek van kusten en rivieren aan de Universiteit Utrecht. Voor zijn promotieonderzoek bestudeerde hij geul- en bankpatronen in riviermondingen, waarvoor hij 36 verschillende riviermondingen heeft gemodelleerd. Het resultaat: een publicatie in Nature Climate Change.

Leuven zag dat als riviermondingen meer ruimte krijgen, het overstromingsrisico verlaagd kan worden. „Als we de monding meer ruimte geven, kunnen we onszelf zelfs beschermen tegen zeespiegelstijging.”

Serieus? Hoe werkt dat dan?

„Dat hangt af van de ligging van amfidromische punten.”

Sorry. Wát voor punten?

Lachend: „We noemen ze ook wel getijdenknooppunten. Naast zeespiegelstijging, kan het water nóg sterker stijgen door een verplaatsing van deze knooppunten. Dit zijn plekken in de Noordzee waar geen getijden voorkomen. Vergelijk het met een kop koffie. Als je hierin roert ontstaat een rondlopende golf in je kopje. Aan de randen komt het water hoog, in het midden blijft de waterstand gelijk. Het midden van het kopje is het getijdenknooppunt. Het verschil in hoogte tussen het knooppunt en de rand wordt de getijamplitude genoemd. De Noordzee gedraagt zich precies zo. De getijamplitude neemt dan toe of af omdat de afstand tussen het midden en de rand groter of kleiner wordt.

„Riviermondingen zijn de rand van ons koffiekopje. De golven zijn hier het hoogst, dus het effect van zeespiegelstijging is hier ook het sterkst merkbaar.”

Hoe zorgen we er dan voor dat het ‘koffiekopje’ niet overstroomt?

„Dan moeten we de bodem ophogen met zand en slib. Dit dempt de stroming en zorgt ervoor dat de rivier meegroeit met de rijzende zeespiegel. Maar de huidige aanvoer is niet voldoende. Dat komt door afdamming en winning van zand, stroomopwaarts. Zandplaten die nu dagelijks droog liggen kunnen bij onvoldoende aanvoer van zand en slib, permanent onder water komen te staan.”

Zandplaten beschermen tegen hoogwater. Ze dempen de binnenkomende getijdengolf en verlagen zo de hoogwaterstand

 

„Zandplaten beschermen tegen hoogwater. Ze dempen de binnenkomende getijdengolf en verlagen zo de hoogwaterstand. Een toenemende getijamplitude kan hiermee gecompenseerd worden.”

Is er een speciaal risico van zeespiegelstijging bij riviermondingen?

„Ja, door zeespiegelstijging kunnen mondingen verdrinken. Dit vergroot het risico op overstromingen, zowel bij kleine als grote mondingen. Omdat kleine riviermondingen ondiep en smal zijn, zal zeespiegelstijging zorgen voor een grotere impact van getijdengolven, met als gevolg hoger hoogwater en een hoger overstromingsrisico in de omliggende gebieden van de monding.”

Waarom is er dan ook een probleem bij grote riviermondingen?

„Grote riviermondingen zijn breed en diep. Mijn favoriete voorbeeld hiervan is de Westerschelde. Deze mondingen lopen vooral gevaar als de getijamplitude afneemt. Eigenlijk het tegenovergestelde van kleine riviermondingen. Dan is het laagwater hoger, en het hoogwater lager.

„Het verschil in hoog- en laagwater bepaalt hoeveel water er bij vloed en eb in- en uitstroomt. Het verschil in waterstanden wordt dus kleiner, waardoor de totale hoeveelheid water die hier in- en uitstroomt afneemt.

„Omdat de riviermonding zich aanpast aan de hogere waterstand, worden zandplaten afgekalfd om geulen op te vullen. Dit leidt eveneens tot een verminderde bescherming tegen overstromingen, en verlies van belangrijk leefgebied voor vogels en bodemdieren.”

Heb je daarvan een voorbeeld?

„Jazeker, een goed voorbeeld is de stormvloedkering in de Oosterschelde. Door deze kering kan er minder water in en uit. Dat betekent dat ook hier de geulen kleiner moeten worden, om te passen bij de hoeveelheid water die in- en uitstroomt. Hierdoor worden zandplaten afgebroken om de geulen op te vullen. Dan verlies je kwetsbaar gebied dat ons kan beschermen tegen overstromingen en hoogwater, en bovendien gebruikt wordt als vindplaats van voedsel voor vogels.”

Hoe kunnen we deze inzichten gebruiken om de gevolgen van zeespiegelstijging te bestrijden?

„We moeten mondingen verbreden. Toen ik het gemodelleerd had, zag ik twee effecten. Ten eerste wordt er een groter oppervlak gecreëerd. Hierdoor is er meer zand beschikbaar waardoor geulen en platen sneller mee kunnen groeien met een stijgende zeespiegel.

Als kleine riviermondingen breder worden gemaakt, is de stijging van het water in de monding relatief lager

 

„Daarnaast zorgt een vergroting van het oppervlak voor meer in- en uitstroom van water. Hierdoor stroomt er meer water door de monding, waardoor de geulen groter kunnen blijven. Daardoor is er dus minder zand nodig om de geulen op te vullen, en blijft er meer zand over om platen op te hogen. De kans dat we belangrijk leef- en voedergebied voor verschillende soorten behouden wordt hierdoor groter. De weerstand tegen een rijzende zeespiegel wordt zo ook verhoogd. Als kleine riviermondingen breder worden gemaakt, is de stijging van het water in de monding relatief lager.”

Maar we hebben hier in Nederland toch helemaal geen plek om die mondingen te verbreden?

„Tja, dat is waar. Verbreden ligt op dit moment nog gevoelig, maar twaalf jaar geleden hebben we dit ook gedaan met de Nederlandse rivieren, in het plan ‘Ruimte voor de Rivier’. Rivieren in Nederland werden door omliggende bebouwing en landbouw dusdanig ingeperkt dat de dynamiek en variatie van de rivieren geen ruimte meer hadden. Daarin moesten we als maatschappij tegemoetkomen en hier zijn oplossingen uitgekomen die natuur, maatschappij en recreatie combineren. Een mooi voorbeeld vind ik Eems-Dollard bij Delfzijl. Daar zijn ze al bezig met het verbreden van de waterweg, waardoor zeespiegelstijging bijgehouden kan worden. Doordat er daar geen hoge dijk ligt tussen land en zee, krijgen mensen ook meer natuurbeleving. Een superoplossing.”

Maar hier gaat het om een monding in dichtbevolkte gebieden.

„Klopt. Je moet dan denken aan ontpolderen of het aanleggen van wisselpolders. Hoewel dit op de korte termijn misschien onaantrekkelijk lijkt, denk ik dat zo’n verbreding op de lange termijn heel veel oplevert. In ontpolderde gebieden kan het land meegroeien met de zeespiegelstijging als er voldoende zand en slib beschikbaar is. Wanneer de mondingen zich voldoende aangepast hebben, kan het gebied weer in gebruik genomen worden. Dat lijkt misschien futuristisch maar een zeespiegelstijging van drie meter in tweehonderd of driehonderd jaar lijkt ook onwerkelijk. Toch is dat in het huidige scenario heel reëel. Helaas maar waar.”