Opinie

Een goed werkklimaat is cruciaal voor robuuste wetenschap

Wetenschap

Commentaar

Een commissie van de Universiteit Leiden oordeelde vorige maand dat cognitief psycholoog Lorenza Colzato, tot voor kort verbonden aan de universiteit, op verschillende fronten niet ‘wetenschappelijk integer’ te werk ging. Zo begon zij meer dan eens een onderzoek zonder toestemming van de ethische commissie, deed ze in haar werk onvoldoende recht aan de bijdragen van andere wetenschappers en fabriceerde zij data voor beursaanvragen.

De zaak-Colzato staat niet op zichzelf, en is eerder symptoom van het hiërarchische universitaire klimaat dan een aberratie. Uit de verklaringen van wetenschappers van de Leidse faculteit Sociale Wetenschappen, naar aanleiding van de kwestie in NRC, spreekt een universitaire cultuur waarin kritiek niet wordt geduld. Niet op de wetenschappelijke werkwijze van Colzato, maar evenmin, zo bleek eerder dit jaar, op het grensoverschrijdende gedrag van oud-hoogleraar Ronald Beltzer aan de Universiteit van Amsterdam.

Het werkklimaat lijdt onder de grote concurrentie onder wetenschappers om geld en tijd om onderzoek te doen en te publiceren, dat steeds moeilijker te verenigen is met de groeiende studentenaantallen. In het huidige systeem, waarin het onderzoeksgeld grotendeels wordt verdeeld door externe financiers als NWO, gaan enkele grote beurzen naar een klein aandeel wetenschappers, terwijl een groot deel van de wetenschappelijk medewerkers van flexcontract naar flexcontract moet leven en daarnaast het eigen onderzoek tussen de onderwijsverplichtingen moet zien in te passen. Geen wonder dat de werkdruk aan de universiteit door 67 procent van de werknemers als hoog of zeer hoog wordt bestempeld.

Bovendien blijkt uit een onderzoek van de vakbonden FNV Onderwijs en Onderzoek en Vawo dat 44 procent van de universiteitsmedewerkers de werkomgeving als sociaal onveilig ervaart. De ondervraagden noemen als reden machtsmisbruik, intimidatie en plagiaat door iemand hoger op de academische ladder.

Met oog op de harde competitie binnen de academie is dat verstikkende werkklimaat te begrijpen: wetenschappelijk medewerkers zijn afhankelijk van die ene hoogleraar met het onderzoeksgeld, promovendi zijn aangewezen op hun promotor. Het is veelzeggend dat de klacht over Colzato prompt een week na de promotie van een van de medeklagers werd ingediend.

Deze hiërarchische, fraudegevoelige cultuur zou verbeteren als het financieringssysteem minder ‘winner takes all’ zou zijn. Als universiteiten hun medewerkers meer bestaanszekerheid zouden geven, én als de onderzoeksgelden gelijkmatiger verdeeld zouden worden, wordt de kans kleiner dat een onderzoeker zich onaantastbaar gaat wanen.

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) kondigde eerder deze maand aan dat per volgend jaar 60 miljoen euro – en op termijn 100 miljoen euro – van de tweede geldstroom, de fondsen NWO en KNAW, naar de universiteiten zelf wordt overgeheveld. Dat zou de druk van het beurzen aanvragen moeten verminderen. Het valt te bezien of die maatregel inderdaad zorgt voor een gelijkmatiger verdeling van fondsen: het decentraal verdelen van onderzoeksgeld is ooit juist ingevoerd om zonnekoninggedrag van een hoogleraar binnen een vakgroep tegen te gaan. Daarnaast wil Van Engelshoven onderwijsprestaties beter belonen, zodat het adagium ‘publish or perish’ iets minder oorverdovend zal klinken.

Ondertussen zullen de universiteiten zelf stappen moeten nemen om wederzijdse toetsing te stimuleren. Een open, gelijkwaardige werkomgeving is niet alleen van belang voor het welzijn van de universitaire medewerkers, maar cruciaal voor robuuste wetenschapsbeoefening.