Eva de Goede, de beste hockeyster van de wereld, won in 2019 alles wat er te winnen viel.

Foto Bastiaan Heus

Eva de Goede: ‘Die hockeyjaren zal ik voor altijd bij me dragen’

Interview Eva de Goede (30) is dit jaar de beste hockeyster van de wereld, en won alle prijzen die er te winnen waren. Na tal van halve studiepogingen accepteert ze zichzelf als fulltime hockeyster.

Drie dagen voor vertrek naar Zuid-Afrika, het land van haar schoonfamilie, komt Eva de Goede (30) begin december gehaast de koffiebar aan het Stadionplein in Amsterdam binnen. Ze moest van verder komen dan ze gewend is. Het huurcontract loopt af van het appartement waar ze met haar vriend – Zuid-Afrikaans hockeyinternational Tim Drummond (31) – de voorbije twee jaar gelukkig is geweest, en de extra maanden waarop het stel had gehoopt, zijn ze door de verhuurder niet gegund. Voorlopig zullen ze in Zeist zitten, bij haar ouders.

De woningnood valt uit de toon in een jaar waarin De Goede alles won: de Pro League en het EK met het Nederlands team, de landstitel en Europacup met haar club Amsterdam. Ook individueel was er succes: beste speelster van de wereld en Amsterdams sportster van het jaar – al kreeg ze het nieuws over die laatste onderscheiding pas mee in Kaapstad. „Ik denk er niet vaak over na, maar het is inderdaad een waanzinnig jaar geweest”, zegt ze na een cappuccino – met sojamelk – te hebben besteld. „En als je ziet waar ik vandaan komt, is het te gek voor woorden. Bizar gewoon.”

Na de Olympische Spelen van Rio in 2016 ging Eva de Goede bij Drummond in Zuid-Afrika wonen. Een jaar lang speelde ze geen tophockey, ze zat er „mentaal en fysiek helemaal doorheen”. Opgebrand, na tien jaar Nederlands elftal. „Dat ik naar Zuid-Afrika zou gaan, had ik zeven, acht maanden eerder al besloten. Ik had overal pijn, had last van mijn lies en mijn rug. Ik moest me er iedere keer toe zetten om te gaan trainen, om door die pijn heen te gaan. Daardoor speelde ik niet zo goed als ik kon, als ik van mezelf verwachtte. Ik was chagrijnig, ongelukkig, herkende mezelf niet meer. Ik was er zo slecht aan toe dat ik me afvroeg: ga ik nu al stoppen of trek ik ’m door tot Rio?”

Je had bijna de Spelen gemist?

„Het was kantje boord. Met onze teamarts Conny van Bentum heb ik toen een lang gesprek gehad. Dat was fijn, want zij heeft ook olympische ervaring [Van Bentum won als zwemster drie medailles]. Conny zei dat ik het mezelf nooit zou vergeven als ik er zou uitstappen, hoe slecht ik me ook voelde en hoe zwaar het ook voor me was.”

In 2008 had je het ook al zo zwaar. Je sprak eens over een burn-out na de gouden medaille bij de Spelen van Beijing?

„Ik had mezelf toen heel veel druk opgelegd, wilde zo graag laten zien dat ik goed genoeg was, dat ik echt op die Spelen hoorde. Maar terugkijkend was die burn-out meer een periode waarin ik niet wist wat ik met mezelf aan moest, met de wereld, met de euforie. Ik had als negentienjarige iets meegemaakt wat bijna niemand zich kan voorstellen. En dan begint het normale leventje weer. Maar wat is dat? Ik begon met de pabo, maar kwam weken te laat binnen en liep achter de feiten aan. Het werd een donker jaar. Tot ik me weer kon richten op het Nederlands elftal en studie even niets uitmaakte. Ik heb me altijd kunnen vastklampen aan het hockey.”

De invulling van je leven naast het hockey is moeilijk voor je?

„Ik heb me nooit tot een studie kunnen zetten. Niet met de volle overgave die ik wel heb voor het hockey. Het lukte me gewoon niet. Veel meiden hebben al een paar jaar van hun studie erop zitten als ze international worden. Ik heb met moeite mijn havo-diploma gehaald, omdat ik toen al met het Nederlands elftal bezig was. Uiteindelijk was het [bondscoach] Marc Lammers die zei: ‘Nu even geen hockey, school afmaken.’ Daarna verloor studie het altijd van het hockey. Mijn ouders hebben me ook nooit gepusht.”

Had je dat wel gewild?

„Dat vind ik lastig. Als ik kijk naar hoe ik het hockey beleef, voor de volle honderd procent, denk ik dat ik een andere speelster was geweest als ik er ook nog iets naast had gedaan.”

Toch had je geen vrede met de situatie?

„Ik ben na de pabo nog een paar keer aan een studie begonnen. Pas in 2017 heb ik de conclusie getrokken dat er straks op de werkvloer ook zonder papiertje heel veel openingen zijn. Mensen zijn bereid om me te helpen omdat ik de drive heb. Die hockeyjaren heb ik in mijn rugzak en zal ik voor altijd bij me dragen. Zo’n passie voor iets is verschrikkelijk mooi, ik weet niet of veel mensen dat überhaupt meemaken in hun leven. Wat er daarna op mijn pad komt zie ik als een uitdaging. Wordt dat hard werken? Ja. Ga ik dat niet altijd leuk vinden? Vast ook. Maar ik ga het met een frisse blik proberen te bekijken. Door Tim weet ik in ieder geval dat ik er vrede mee moet hebben dat dit mijn verhaal is. Het is oké.”

Is Tim de grote verandering in je leven?

„Hij heeft mij geleerd om dingen anders te bekijken. Ook toen we samen in Zuid-Afrika waren. Het was een jaar dat ik niet zou gaan hockeyen, en ik wilde mijn tijd goed invullen. In mijn hoofd was ik daar druk mee bezig, het kon eindelijk een keer. Toen zei Tim: ‘Laat het los. Je wilt je kop vrij hebben, even nergens aan denken. Het komt wel, en zo niet dan is het ook goed. Want dat is dan blijkbaar wat je nodig hebt.’ Toen heb ik alles losgelaten.”

Was je ook opgelucht, even geen hockey?

„Dat heeft even geduurd. Het moest een tussenjaar worden, zoals ik het had besproken met Alyson [Annan, bondscoach]. Maar het was geen gegeven dat ik zomaar terug kon stappen. Ik had in Rio mijn laatste interland gespeeld kunnen hebben, zo rot voelde ik me. Daar was ik ook bang voor en ben ik lang verdrietig over geweest.”

Je was geen goed gezelschap?

„Dat heb ik toen ook vaak tegen Tim gezegd: ‘Ik snap niet dat je mij leuk vindt.’ Maar hij nam me echt bij de hand, liet me doen waar ik me goed bij voelde.”

Tot je weer zin kreeg om te hockeyen?

„In januari ging Tim werken, we zijn toen bij zijn zus gaan wonen in Kaapstad. Daar dacht ik: ik wil zelf vrienden gaan maken. Iedereen die ik kende, kende ik via Tim. Ik was al een paar keer gevraagd om te komen hockeyen bij de Western Province Cricket Club. Het voelde alsof ik wel weer zin had. Daarvoor was dat niet in me opgekomen, ik had alleen een beetje hardgelopen en getennist.”

Het was een natuurlijk gevoel?

„Ja, gewoon gezellig hockeyen met een groep meiden. Zoals vroeger in C1, toen ik op de fiets naar de club ging met mijn bitje al in. Lekker spelen, geen druk. Sommige mensen dachten wel: is dat haar nou? Maar ik had zes, zeven maanden niet gespeeld. Het vlammetje was in ieder geval weer aangewakkerd. En ik had geen last, mijn blessures waren weg. Na een tijdje ben ik het serieuzer gaan aanpakken en bij de mannen gaan meetrainen.”

Terug in Nederland trainde De Goede nog anderhalve maand „volle bak” met een personal trainer en in de herfst van 2017 maakte ze haar rentree in het Nederlands elftal. Een klein jaar later werd ze wereldkampioen in Londen.

Dat toernooi was je definitieve comeback?

„Ik haalde in Londen weer een niveau en mentale gesteldheid die ik van mezelf lang niet meer had gezien.”

Hoe lang?

„Ik denk sinds het WK in 2014.”

Een droevige constatering?

„Ik heb ook heus wel plezier gehad in die jaren. Al met al. God, ik weet het niet, ik vind het lastig. Misschien heeft het feit dat ik altijd alleen maar hockey heb gehad, en geen dingen daarbuiten om me op te concentreren, diepe dalen veroorzaakt. Ook bij het hockey. Als het met hockey niet goed ging … Op school vroeger was hockey mijn uitlaatklep. Toen ik klaar was met school, had ik niets anders.”

Hoort dat bij topsport?

„Een beetje, zeker op ons niveau. Maar ik stimuleer andere speelsters wel dat ze iets naast het hockey doen. Zolang het kan en het bij je past. Als je ook maar het idee hebt dat je ergens achter de feiten aanloopt, doe het dan maar niet.”

Zoals jij?

„Ik heb vorig jaar even gewerkt bij Simpel [een telefoonprovider]. Zat ik twee dagen achter de computer, niets voor mij. Ik kon voor mijn gevoel ook elke week opnieuw beginnen, want het werk ging in de dagen dat ik er niet was natuurlijk gewoon door. Ik kon niet aanhaken en dat vind ik lastig. Het houdt mij nu happier als ik me alleen op hockey kan focussen.”

Je bent nu ook de beste speelster van de wereld.

„Die waardering doet veel met me, zeker door waar ik vandaan kom. Ik heb altijd het stempel van talent op me gehad. ‘In potentie kun je de beste van de wereld worden’. Dat heb ik zo vaak gehoord. Maar als ik het niet was geworden, was ik niet teleurgesteld geweest. Het is maar een prijs …”

Tot je ’m wint?

„Is ook weer zo. Ik vind het bijzonder, maar verder … Ik kreeg het prijsje uitgereikt om tien uur ’s ochtends in Amerika tijdens een teammeeting. Geen big happening of zo. Het was ook geen doel voor mij. Ik wilde vooral weer de Eva zijn die ik me herinner. De Eva die iets toevoegt aan het team, die een team naar een hoger niveau kan tillen. Dat heb ik gedaan, en dat zeg ik niet uit arrogantie maar uit vertrouwen. Geweldig dat mensen dat hebben gezien. Ik heb altijd gedacht: het houdt op bij de potentie.”

Houdt het voor jou op na de Spelen van Tokio?

„Tim zou nu zeggen: ‘Daar hoef je niet over na te denken. Wie zegt dat dit je beste versie is?’ Dat is ook zo. Veel is gevoel bij mij en dat zit nu goed. Ik heb vertrouwen in mezelf, ik ken mijn lijf door en door, ik weet wat ik nodig heb, of niet. In dat jaar in Zuid-Afrika heb ik geleerd dat je een beslissing altijd nog kan nemen. Dat gaf me toen, en nu ook, heel veel rust.”