Amstel Gold Race 2019: De laatste kilometers van de ‘oorlogsmachine’

Amstel Gold Race De wederopstanding van Mathieu van der Poel op Eerste Paasdag, maakte de 54ste editie van de Amstel Gold Race tot „de mooiste wielerwedstrijd van de eeuw”.

Na de finish laat Mathieu van der Poel zich op de grond vallen.
Na de finish laat Mathieu van der Poel zich op de grond vallen. Foto Marcel van Hoorn/ANP

In het Valkenburgse café C’est la Vie zijn Felix Dieteren (30) en zijn wielermaten het maar op een drinken gaan zetten, om de kater van teleurstelling uit te stellen. Daarnet waren ze nog in alle staten, toen ze op een televisiescherm zagen hoe Mathieu van der Poel op 43 kilometer van de finish op zijn pedalen ging staan en tegen de Gulperberg op zwierde alsof het een koffierondje betrof. In geen jaren was de Amstel Gold Race zo vroeg opengebroken, er lag nog een zinderend uur wielrennen in het verschiet, en wie anders dan de topfavoriet voor de zege was de aanstichter van het vuur. Buiten scheen de zon, bij 24 graden; het was net niet de warmste Eerste Paasdag ooit. Was een wielerfeest ooit mooier?

Maar nu Van der Poel is teruggepakt en zich al een tijd niet meer aan de kop van de wedstrijd heeft laten zien is het enthousiasme aan de voet van de Cauberg verdampt. Dieteren weet dat herstellen er niet bij is in het Limburgse heuvelland, hij had het zelf gevoeld toen hij een dag eerder meedeed aan de toertocht voor wielertoeristen. Wie zich hier vergaloppeert kan het vergeten.

Als het peloton met Van der Poel erin de kroeg nog een laatste keer nadert, rent Dieteren voor de vorm naar buiten, maar bij terugkeer aan de toog beseft hij dat er van de Nederlands kampioen in de slotronde geen wonderen meer mogen worden verwacht.

De overwinning zal gaan naar Julian Alaphilippe of Jakob Fuglsang, de kemphanen van het voorjaar die meer dan een minuut voorsprong hebben. Achter hen ploeteren Matteo Trentin en Michal Kwiatkowski zich een weg door de nauwe straatjes die pas in 2018 aan het parcours werden toegevoegd om de finale van de Gold Race spectaculairder te maken. Met vijftig per uur stuiteren ze over de Oeveregrubbe, de Rijnsbergerweg, en dan gaat het naar links over de Sibberweg voordat de finish in zicht komt.

Schakelen naar Eindhoven

Op de radio hebben verslaggevers Gio Lippens en Sebastiaan Timmerman het om beurten vooral over Bauke Mollema, die zich in een achteropgeraakte groep renners om zijn frame moet vouwen om aan te haken, zo hard gaat het blijkbaar. Ze loven zijn werklust, en sluiten een toptienklassering niet uit. Er klinkt een circusachtige deuntje op de achtergrond, ten teken dat de finale bezig is. Als PSV’er Denzel Dumfries tegen ADO Den Haag scoort en er uitgesloten wordt dat een Nederlander voor het eerst in bijna twintig jaar ‘de Amstel’ gaat winnen, schakelt de NOS naar verslaggever Andy Houtkamp in Eindhoven. Achterop de motor in koers heeft Timmerman dan van zijn regisseur gehoord dat hij moet gaan afronden. Van der Poel is toch kansloos. „Nog één keer naar mij”, vraagt-ie toch maar. Want als zijn motard door Bemelen stuurt, ziet hij Van der Poel demarreren.

De wedstrijdjury laat motoren pas opschuiven als Van der Poel de Bemelenberg al over is, zich aan kop van een klein groepje heeft gezet en als een bezetene begint te stampen. In zijn wiel happen de beste klassiekerrenners ter wereld naar adem, geen van hen kan na ruim 250 kilometer koers nog met de neus in de wind rijden. Van der Poel is ontketend, zijn hartslag komt niet meer onder de 180 slagen per minuut omdat hij de koplopers door de velden in het vizier heeft gekregen, en blijft houden, ziet ook Willy Wauthlé, bestuurder van ‘motor twee’. „Toen hij ons inhaalde kwam er een oorlogsmachine voorbij”, zegt hij. „Hij had iets over zich dat het midden houdt tussen hoop en twijfel. Het maakte hem denk ik niet uit waarvoor hij reed, hij wilde het gewoon proberen en zien wat er zou gebeuren.”

Alaphilippe en Fuglsang zijn ondertussen aan het pokeren geslagen, rijden geen hoog tempo meer. De Deen liet zich in het voorseizoen al vaker in het laatste stuk van een klassieker door de Fransman aftroeven en weet bovendien niet dat Van der Poel op oorlogspad is – „dat gebeurde achter ons”, zegt hij maanden na dato. Hij had geen rekening meer gehouden met die malle veldrijder over wie hij wel gehoord had, maar die hij nog niet op waarde kon schatten. Weldra zou dat veranderen. „Hij moet nog veel leren, maar hij zal een glorieuze carrière hebben”, zegt Fuglsang.

Timmerman timet nog een keer met zijn stopwatch, en ziet hoe Van der Poel zijn achterstand op de koplopers in een mum tot veertig tellen heeft teruggebracht. Bij een witte boerderij vlak voor de laatste 2,5 kilometer maakt hij de keuze om uit koers te gaan, omdat hij met de motor het wedstrijdverloop niet wil beïnvloeden. Bij thuiskomst die avond krabt hij zich achter de oren, omdat hij een moment van grote glorie niet live maar via de radio heeft moeten volgen.

Bij het opdraaien van het laatste rechte stuk, de Rijksweg richting Berg en Terblijt, stuurt ook Willy Wauthlé uit. Hij trilt op zijn motor, van pure opwinding. „Let op, hij pakt ze”, zegt hij tegen zijn collega. In de verte ziet hij hoe Van der Poel met het zicht op de finishvlag en duizenden uitzinnigen aan weerszijden van hem zijn tegenstanders met elke pedaalslag dichter nadert. In de 44 jaar dat hij op een motor in een wielerkoers zit, heeft Wauthlé dit nog nooit meegemaakt. De suspense vanaf de zijlijn is ondraaglijk.

Op het terras van café An de Grwate Wech zwelt een orkaan van geluid aan, Wauthlé kan het van een afstand horen. Vanaf daar is het nog vijfhonderd meter tot de finish. Arthur Sporken (27), uitbater van de kroeg, staat achter de tap als Van der Poel zijn eindsprint inzet. „Ineens werd iedereen helemaal gek, er werd geschreeuwd, er vloog bier door de lucht. Vanaf dat moment was het één groot gekkenhuis, en heb ik onze dj tot twee uur ’s nachts alleen nog maar feestnummers laten draaien. Het werd qua omzet de beste dag van het jaar.”

Want op het moment dat Van der Poel Michal Kwiatkowski is gepasseerd en hij Alaphilippe vijftig meter verderop ziet aanzetten, kan hij nog dieper in het rood, alsof er een kanon wordt afgeschoten, zou Lance Armstrong later in zijn podcast zeggen. „Ik heb nog nooit zoveel kracht gezien, wat een beest”, zegt de Texaan met de verbijstering in zijn ogen. Zelf heeft Van der Poel dan pas door dat het „misschien wel mogelijk is” om voor de winst te gaan sprinten. Hij trapt wattages weg waarvan niemand voor mogelijk had gehouden dat hij ze na 260 kilometer en zes uur fietsen nog in de benen had. Hij sleurt aan zijn stuur, zijn blik richting asfalt, de tanden op elkaar. De explosiviteit die hij aan de dag legt is ongezien. Er is geen levende ziel die het hem nadoet.

‘Driedubbel kippenvel’

Op de radio weet Gio Lippens niet waar hij het zoeken moet. „Jongen, niet omkijken, rijd nou maar gewoon door”, roept hij Van der Poel toe, alsof die het kan horen. „Doe nou maar gewoon hetzelfde wat je deed in de Brabantse Pijl.” De man die door zijn Spaanse collega’s ‘de stille Hollander’ wordt genoemd, treedt welhaast buiten zichzelf van enthousiasme. Met de zin wordt zijn stem rafeliger, hij slaat zelfs over. „Dat overkomt me nooit”, zegt Lippens acht maanden later. „Op grote hoogte misschien, als de lucht ijl is en ik kortademig ben, maar dit was van pure verbazing: wat gebeurt hier?”

Als Van der Poel ook Fuglsang en Alaphilippe voorbij dendert en hoofdschuddend als eerste over de streep rolt en naar zijn helm grijpt, vraagt Lippens zich staand in zijn commentaarhokje live op de radio af hoe het mogelijk is wat hij ziet gebeuren. Voor hem ontploft een tent voor grofbetalende vips alsof er in een voetbalstadion in blessuretijd een winnende goal wordt gemaakt. Lippens: „Dit was het meest opwindende moment uit mijn carrière. Na vijf minuten had ik nog driedubbel kippenvel.”

Mathieu van der Poel lijkt het niet te kunnen geloven: hij wint de 54ste editie van de Amstel Gold Race. Foto Bas Czerwinski/ANP

Een verdieping hoger gelooft Rien van Horik (63) ook niet wat hij ziet gebeuren, in nota bene zijn debuut als speaker van de Amstel Gold Race, de wedstrijd die hij al sinds zijn achttiende een keer hoopte te becommentariëren. En dan gebeurt dit. De laatste kilometers kwam er weinig informatie uit de koers door, hij heeft het aanwezige publiek in volle finale veelal improviserend bij moeten praten, „doorratelend” zonder notie van tijdsverschillen. Maar toen hij de roodwitblauwe kampioenstrui van Van der Poel in beeld kreeg, wist hij dat de renner die hij als twaalfjarig jochie al door de modder zag crossen zou gaan winnen. Van Horik is gaan schreeuwen, zo hard dat mensen niet geloofden dat hij het daadwerkelijk was.

Bij café C’est la Vie vliegt er van alles door de lucht; bier, voedsel, meubilair. Felix Dieteren valt wildvreemde mensen in de armen als ware het zijn beste vrienden, Duitsers, Fransen, Belgen – „iedereen houdt van Van der Poel, wielrennen is geen landensport meer”, zegt hij. Er zijn mensen die staan te huilen, om de euforie tot uitdrukking te brengen, het ongeloof ook. Hij zou niet gaan winnen, en dan toch. „Het was alsof we met zijn allen wereldkampioen werden”, zegt Dieteren. Hij krijgt er nog steeds kriebels van. De maten die voor dat zomerse weekend in april af hadden gezegd slaan zichzelf nog altijd voor de kop. Dit gebeurt nooit weer.

Na de finish laat Van der Poel zich op de grond vallen. In de foetushouding slaakt hij hoge kreten, hij huilt en lacht tegelijkertijd, heeft ook pijn natuurlijk, zijn spieren staan in brand. „Gelukt jongens”, roept hij op Kuifje-toon door de microfoon waarmee hij met zijn ploegmakkers in contact staat. Zijn vader Adrie van der Poel weet dan nog van niks.

Want 500 meter voorbij de finish aan de ploegbus loopt de verbinding op de iPad waar Adrie de wedstrijd op volgt een kilometer achter; hij is vergeten het beeld te verversen. „Iemand kwam me melden dat hij gewonnen had, maar ik zei: ‘laat me effe met rust’. Toen ik al dat lawaai hoorde dacht ik: het zal wel echt zo zijn. Maar ik moest het eerst met eigen ogen zien.”

Daarna haast hij zich richting finish, waar zijn zoon wordt omringd door journalisten. De twee omhelzen elkaar, de nuchtere Adrie van der Poel is zichtbaar geëmotioneerd. Hij won de Amstel Gold Race 29 jaar geleden. „Veel van wat ikzelf hebt meegemaakt kwam weer naar boven. Ik voelde ook wel nervositeit voor de race, dat heb ik ook niet vaak. Ik werd meegetrokken in het verhaal, opgeslurpt door de race, de emotie. We hadden alles supergoed voorbereid en uitgedokterd. Het kwam ook door de opgebouwde druk in de dagen ervoor, hij was topfavoriet dit, dat. En in de race gaat hij dan aan, wordt hij teruggepakt, en dan wint hij alsnog. De ontlading was heel groot. Omdat we wisten: zo, dit hebben we goed gedaan met z’n allen.”

Nieuwe slotronde

Ook koersdirecteur Leo van Vliet kan zijn tranen aan de finish niet bedwingen als hij Van der Poel een knuffel geeft. Er was de voorbije jaren vaak kritiek op zijn parcours, het koersverloop was voorspelbaar omdat geen renner met de Cauberg in de finale vroegtijdig durfde aan te vallen. Met een nieuwe slotronde werd dat scenario kleiner, en dat pakte dit jaar geweldig uit, al wordt Van Vliet verweten dat hij in de laatste kilometers verzuimde de twee koplopers van informatie over hun voorsprong te voorzien. Dat zou kunnen verklaren waarom de groep-Van der Poel in de laatste drie kilometer zo razendsnel terugkwam. „Dat is onzin”, reageert Van Vliet vanaf Curaçao. „Ik geef de verschillen door op basis van wat ik hoor op de koersradio. Ik zag Van der Poel pas weer op 1,3 kilometer van het einde. Toen was Alaphilippe al niet best meer hoor. Ik zag dat lichaam omhoog komen en toen wist ik het.”

Volgend jaar doet hij zijn 25ste Amstel Gold Race. Deze uitgave geeft hem een boost om nog een paar jaar door te gaan. Al een kwart eeuw hoopte hij op een apotheose als die van dit jaar, en Van der Poel gaf hem die. Hij wordt nog elke dag geconfronteerd met die 21ste april. „Het was de mooiste wielerwedstrijd van de eeuw”, zegt hij. En zo was het.

Correctie (28 december 2019): in een eerdere versie stond Tweede Paasdag in plaats van Eerste Paasdag.