Boerendochter werd een groene activist

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Martine Vonk (1974-2019) werd al jong een duurzame denker in christelijke kring.

Martine Vonk in 2008
Martine Vonk in 2008 Foto privé-achief

Goudriaan, tussen Nieuwpoort en Gorinchem, is een dorp van kaarsrechte lijnen. Langs de evenwijdige sloten staan de wilgen netjes in het gelid. Men is hier veelal gereformeerd. Ook de landbouwgrond wordt volgens ijzeren principes van doelmatigheid benut.

Er ligt één rommelig stuk grond waar de natuur wél zijn gang kan gaan. Het ligt tussen de boerderij waar milieu-antropologe Martine Vonk werd geboren en de boerderij van haar broer. „Martine vond het prachtig dat ik hier aan natuurbeheer deed, maar zelf was ze meer van de moestuin”, vertelt Klaas-Hemke van Meekeren (48), de echtgenoot van Vonk. „Dat had tenminste nut.” Hij glimlacht: „Nog in haar laatste dagen kon ze – zelfs al deed dat vreselijk pijn – niet door het huis lopen zonder de troepjes op te rapen van mij en onze dochter Mirthe (12).” Martine Vonk overleed op 14 november op 45-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker.

Martine Vonk als kind in het Zuid-Hollandse Goudriaan. Foto privé-archief

Hoewel in ieder opzicht een dochter van het dorp, wist Vonk snel dat ze er niet wilde blijven. Ze ontpopte zich als tiener tot groene activist. Stelde voortdurend vragen aan haar, overwegend agrarische, omgeving. Van Meekeren: „Waarom de natuur bij hen vooral ten dienste van de mens stond, bijvoorbeeld, terwijl God natuur in zichzelf belangrijk vond.” Het was volgens haar ‘Time to Turn’, zoals ze de jongerenbeweging noemde die ze oprichtte in de jaren negentig. Tijd om zichzelf en haar christelijke gemeenschap te bekeren tot een levensstijl die draait om ‘genieten van genoeg’, in plaats van het ten koste van alles maximaliseren van de opbrengst van de aarde. „Ze was haar tijd telkens anderhalve generatie vooruit.” Behalve Time To Turn richtte ze ook de Nederlandse tak van Arocha op, een netwerk van christenen die aan natuurbeheer doen.

Tegenwoordig zitten thema’s als duurzaamheid en gerechtigheid in het DNA van mainstream christelijke organisaties als de EO en de ChristenUnie. Daar was in die tijd nog geen sprake van – de gereformeerde zuil was politiek gezien ‘klein rechts’ en qua theologie was men eerder met hemel en hiernamaals bezig dan met de aarde nu. Dat dit gekanteld is, is in niet geringe mate toe te schrijven aan Vonks pionierswerk, vertelt milieuwetenschapper en ‘ecotheoloog’ Jan Boersema (Universiteit Leiden), bij wie Vonk na haar studie in Nijmegen promoveerde. Bij de EO was ze adviseur, bij de ChristenUnie was ze als curator verbonden aan het wetenschappelijk instituut. „Elk jaar keek ik met verbazing naar de Duurzame 100, de ranglijst van duurzaamste denkers en doeners van dagblad Trouw. Ze hebben haar altijd over het hoofd gezien, terwijl ik weinig mensen ken die zoveel impact hadden als Martine. Daar kon zij ook niet bij.”

Bij Boersema slaagde Vonk erin haar opvattingen over milieu en duurzaamheid te verdiepen. „Wat haar fascineerde, waren gemeenschappen die als het ware onbedoeld duurzaam bezig zijn. Want door milieubewustzijn te verankeren in je levensbeschouwing, konden overtuigingen veel duurzamer wortel schieten.” Ze bezocht Amishgemeenschappen, Hutterieten en Franciscanen om de relatie tussen levensbeschouwing en levensstijl te onderzoeken. Boersema: „Ze wist heel dichtbij deze mensen te komen, door vriendschap met ze te sluiten. Zonder haar academische afstand te verliezen.”

Dat ze uiteindelijk als lector techniek en ethiek op een hbo aan de slag ging, bij Saxion, verbaasde niemand om haar heen. Van Meekeren: „Ze hield ervan haar kennis toe te passen.” Het scheelde weinig of Vonk had het onderzoek voor de politiek verruild – net als die andere boerendochter Carola Schouten, nu minister van Landbouw, met wie ze binnen de partij jaren gold als aanstormend talent. Maar tijdens een ledencongres in 2010 werd ze onbedoeld slachtoffer van geschuif op de lijst, en belandde ze op nummer acht. In haar laatste jaren blies ze als voorzitter de lokale CU-afdeling in Vianen nieuw leven in. De partij levert nu een wethouder. Tegelijk stuurde ze de eerste twee jaar de groep bewoners aan met wie ze ecowijk Mandora vormgaf. Van Meekeren: „Een moeilijke tijd, omdat idealen werkelijkheid moesten worden.” Voor iemand die leefde volgens het motto ‘genieten van genoeg’ was haar niet snel iets te veel.

„Dat is de mentaliteit van de mensen hier”, verklaart Van Meekeren, zittend op zijn landje in Goudriaan. De handen uit de mouwen steken, de hand aan de ploeg slaan, alles is doordesemd van die mentaliteit. Toch was duurzaam leven voor Vonk niet alleen een kwestie van doen, maar ook van kunst en spiritualiteit. Die vond ze in de gemeenschappen die ze bestudeerde en in Taizé, het Franse jongerenklooster waar het gezin deze zomer nog eenmaal heen trok. „Onderweg bewonderden we nog het raam van Chagall in de kathedraal van Metz.”

Van Meekeren bouwde een schuur op het landje waar ze een bescheiden kapel inrichtte. Ook thuis had het stel een gebedshoekje. „Hier kwam ze graag, gewoon om stil te zijn en inspiratie te zoeken. Want zonder gaat het niet en brand je op.”