Schatkistbankieren: dé manier om onder de negatieve marktrentes uit te komen

Negatieve rente De negatieve rente treft nu ook publieke instellingen. Voor sommige van hen biedt de overheid een alternatief: schatkistbankieren.

Illustratie Fokke Gerritsma

„Des duivels”, is hij erover. Erik Heijdelberg, directeur van jeugdzorgorganisatie William Schrikker hoorde vorige maand van zijn huisbankier ING dat hij negatieve rente moet gaan afdragen: meer dan een ton. „Voor dat geld kan ik drie jeugdzorgwerkers aanstellen.”

Heijdelberg heeft 12.000 kinderen onder zijn hoede: velen met een beperking. Zijn buffer van tussen de 20 en 30 miljoen euro op de bank moet hij aanhouden van zijn accountant, om te laten zien dat de continuïteit gewaarborgd is. De negatieve rente is voor Heijdelberg de druppel: de jeugdzorg zit door onder meer de decentralisatie al in zwaar weer.

Soortgelijke geluiden zijn op te tekenen in Nijmegen, waar de Radboud Universiteit, met een liquide vermogen van bijna 92 miljoen euro, aan den lijve de gevolgen ondervindt van de negatieve rente van 0,5 procent die de banken rekenen. „Op jaarbasis valt het voor 2019 nog mee, met naar schatting 30.000 euro aan rentelasten. Volgend jaar gaat dat toenemen naar 200.000 tot 300.000 euro”, aldus een woordvoerder van de universiteit. Twee tot drie ton, dat zijn minimaal drie universitaire fte’s.

Uit een rondgang van NRC langs een groot aantal publieke instellingen blijkt dat niet alleen in het bedrijfsleven maar ook elders de negatieve rente steeds vaker opduikt. In de zorg bij ziekenhuizen en jeugdzorginstellingen, maar ook bij de NS, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en pensioenfondsen.

Lees ook dit stuk met 12 vragen (en antwoorden) over negatieve rente

Hoe langer de periode van negatieve rentes duurt – die in 2014 werd ingezet door de Europese Centrale Bank – des te meer bedrijven en instellingen ermee te maken krijgen. De drie grote banken in Nederland - ING, Rabobank en ABN Amro - rekenen inmiddels allemaal de negatieve rente die zij zelf moeten betalen als zij geld stallen bij de ECB door aan hun grote klanten.

Hoe dit precies in zijn werk gaat, willen de banken niet vertellen. Net zo min als vanaf welk bedrag de boeterente precies ingaat. Alleen de Rabobank is wat openhartiger: vanaf 12,5 miljoen euro aan spaartegoed berekent de bank een negatieve rente. ING en ABN Amro houden het op „grote bedragen” en reppen van „maatwerktarieven”. Uit een rondgang langs klanten valt op te maken dat vanaf 10 tot 15 miljoen euro aan tegoed de teller begint te lopen. En veel klanten betalen de volle mep: 0,5 procent in de min, net zoveel als de bank kwijt is bij de ECB dus.

Het jaar 2019 is dus een slecht jaar voor die klanten: de rente op de kapitaalmarkt daalde rond de zomer hard, en ook instellingen die voorheen nog ‘ontsnapten’, vallen nu onder het negatieve regime. Rob Overdijk, directeur bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, heeft er wel begrip voor dat banken hun negatieve rente doorberekenen. „Wij betalen sinds dit jaar bij al onze banken, de BNG, ABN Amro, Rabo en de Handelsbanken, negatieve rente. Het percentage ligt tussen de 0,3 en 0,5 procent.”

Ook Carinova, een stichting voor thuis- en ouderenzorg, moet sinds de zomer van ING negatieve rente afdragen. Het zou gaan om 150.000 euro per jaar op 30 miljoen aan tegoeden op de rekening. Bestuuder Henk van Zwam besloot te wisselen van bank. „Ik vind het onfatsoenlijk om een zorginstelling zoiets in de maag te splitsen, terwijl we de begroting voor dit jaar al lang geleden moesten leveren.”

Buffers verplicht

Voor instellingen die een publieke taak uitvoeren, voelt die negatieve rente als onrecht. Vaak moeten zij van de overheid of hun accountant buffers aanhouden. Denk aan universiteiten of vervoerbedrijven die geld moeten aanhouden om te kunnen investeren, of zorginstellingen die voorschotten krijgen van zorgverzekeraars. NS-woordvoerder Erik Kroeze: „NS houdt uit hoofde van werkkapitaalbewegingen buffers aan om aan onze financiële verplichtingen te kunnen voldoen en onze dagelijkse operatie te kunnen uitvoeren. Daarvoor betalen we gedeeltelijk negatieve rente.”

Overdijk van het Erasmus MC: „Zorgverzekeraars zorgen voor grote schommelingen in de kasstroom. Soms staan we in de min: daar betalen we dan voor. En soms in de plus: daar betalen we nu dus ook voor.”

Geen onderscheid

Banken laten desgevraagd weten geen onderscheid te maken tussen commerciële en publieke partijen. „We behandelen al onze grote professionele klanten in principe gelijk”, zegt woordvoerder Ariën Bikker van ABN Amro. Volgens Bikker zijn het „allemaal professionele partijen met een afdeling finance, dus ze begrijpen goed waarom wij die negatieve rente doorberekenen.”

Voor een aantal publieke instellingen is er een alternatief voor bankieren bij commerciële banken. Dat geldt bijvoorbeeld voor gemeenten, provincies en waterschappen. Zij moeten sinds 2013 rechtstreeks bankieren bij de Rijksoverheid.

Illustratie Fokke Gerritsma

De aanleiding voor die gedwongen winkelnering was het debacle met de IJslandse internetspaarbank Icesave in 2008. Twaalf gemeenten, een provincie (Noord-Holland) en een waterschap (Roer en Overmaas) hadden samen voor 166 miljoen bij Icesave gestald voor een paar basispuntjes extra rente. Toen Icesave in oktober 2008 failliet ging, moest het ministerie van Financiën hemel en aarde bewegen om (een deel van) dat geld namens hen terug te vorderen.

Waar er in eerdere jaren soms kritiek te bespeuren viel bij de decentrale overheden over het verplicht bankieren bij de staat, heerst hierover nu tevredenheid. De reden? De rente die Financiën rekent op de gestalde tegoeden (in totaal 23,1 miljard eind 2018) zal nooit lager zijn dan nul.

Schatkistbankieren

Voor andere publieke instellingen met een overheidstaak is dit schatkistbankieren dé manier om onder de negatieve marktrentes uit te komen. Universiteiten, De Nederlandsche Bank, Prorail, de politieacademie: wie aan bepaalde criteria voldoet, moet óf mag bij de staat bankieren. Dat betekent wel dat alle elders uitstaande tegoeden of beleggingen afgebouwd dienen te worden en de opbrengsten overgeheveld moeten worden naar de rekening van Financiën. Uit gegevens van het ministerie blijkt dat de 228 schatkistbankierende ‘rechtspersonen met een wettelijke taak’ (RWT’s), hun vermogens bij de overheid vorig jaar fors hebben verhoogd. Waar eind 2017 nog voor 5,9 miljard aan tegoeden bij het Agentschap uit stond, is dat in een jaar tijd gestegen naar 8 miljard.

Een woordvoerder laat weten dat het departement geen verklaring kan geven voor deze stijging. Het Agentschap, dat het schatkistbankieren namens de staat uitvoert, is belast met de technische uitvoering. De reden dat de RWT’s hun tegoeden hebben verhoogd, wordt niet geregistreerd: ook niet of er een verband is met de negatieve rente. Duidelijk is wel dat bij onder meer hogescholen en universiteiten momenteel bekeken wordt of de overstap van commercieel bankieren naar schatkistbankieren profijtelijk is, gezien de negatieve marktrentes.

De negatieve rente is een groeiend probleem, maar los van de oplopende kosten biedt de rente ook kansen, zeggen veel instellingen. Net als voor de overheid is het voor publieke instellingen nu spotgoedkoop om geld te lenen op de kapitaalmarkt. Wie veel wil investeren in onderwijsinstellingen, een duurzaam ziekenhuis of moderne treinen, ziet de nadelige gevolgen van de negatieve rente op de spaartegoeden al snel verdampen tegenover de lage rentes op leningen.

Correctie (26 december 2019): in een eerdere versie stond ten onrechte dat Heijdelberg 120.000 kinderen onder zijn hoede heeft. Dat moet 12.000 zijn en is hierboven gecorrigeerd.