Profiel

Voor Sven Kramer betekent einde seizoen einde carrière

Schaatsen Sven Kramer (33) moet zich bij de NK afstanden plaatsen voor de internationale titeltoernooien. Maar er is onzekerheid over zijn vorm. En over zijn toekomst.

Sven Kramer op het podium na het winnen van goud op het WK allround in Calgary, in 2015.
Sven Kramer op het podium na het winnen van goud op het WK allround in Calgary, in 2015. Foto JERRY LAMPEN/ANP

Het geluid van rake klappen op het keiharde natuurijs, zijn ademdamp in de vrieskou terwijl de ochtendzon uit klimt boven de bergen. De lol met ploeggenoten op een bankje naast de baan. En in de middag lekker windstil fietsen tussen de licht berijpte wijngaarden. Hij deelt gretig foto’s en filmpjes op sociale media. Dit is het gevoel dat hij wil pakken. Sven Kramer, topschaatser, domweg gelukkig op trainingskamp in het Italiaanse dorpje Collalbo, begin december.

Geroutineerd maakt hij er tijd voor interviews. Powerplay in aanloop naar de NK afstanden, deze week in Heerenveen. Gaat hij zich plaatsen voor EK en WK’s in de tweede seizoenshelft? „Normaal gezien rijd ik me er fluitend tussen en kan ik de grote toernooien gaan rijden”, zegt Kramer in het AD. Nee, zijn chronische rugblessure hoeft succes niet in de weg te staan. „Ik kan er nog steeds heel hard mee rijden”, klinkt het in De Telegraaf. Zoals hij vorige week bewees met een nationaal record op de drie kilometer (3.37,39).

Hij ziet kansen voor een rugoperatie in de zomer, blikt bij de NOS met vertrouwen naar de komende twee jaar. „Ik wil kijken of ik nog wat moois kan doen op de volgende Olympische Spelen.” Stoppen? „Dat is zeker niet aan de orde.”

33 jaar is Kramer, en dan nog nieuwe topprestaties? Half november reed hij zijn slechtste vijf kilometer ooit bij de wereldbeker in Minsk: dertiende plaats, bijna twaalf seconden achter winnaar Patrick Roest. Weer botste hij hard op de limieten van zijn lichaam. De rug, altijd weer de rug. Vijftien jaar topsport met hernia. Waarom zou een groot kampioen, vader van een dochter bovendien, zichzelf dit nog aandoen? Schaatsen zonder enig gemak, ondanks een fabelachtige techniek en een goed getraind lijf. Vergaan van de pijn, ’s ochtends kruipend uit bed, soms niet eens zijn eigen veters kunnen strikken.

Het ‘s-woord’

Wat is waarheid aan de vooravond van de NK afstanden, de idylle van Collalbo of de ellende van Minsk? Februari 2018. Het WK allround, met schaatsgroten uit de hele wereld in het Olympisch Stadion van Amsterdam, was achteraf een mooi moment geweest om te stoppen. Dixit Ard Schenk. Vorig seizoen klonk het ‘s-woord’ tot Kramers zichtbare irritatie steeds vaker. En nu? Een mislukt NK betekent einde seizoen, erkent hij . Voor druk loopt hij niet weg. Een volgende stap lijkt dan dichtbij: einde seizoen betekent einde carrière. Maar die gedachte kan hij zichzelf niet toestaan. Kramer heeft zijn eigen waarheid.

Het olympisch seizoen 2018 is nog niet voorbij, of hij wil het best bekennen. Kort appje, eind februari. Ja, het was waar. Hij had al vóór de Winterspelen in Zuid-Korea aangevoeld dat zijn ultieme doel buiten bereik was. Goud op de tien kilometer, de enige grote prijs die op zijn imposante erelijst ontbrak. Geen moment kreeg hij in de olympische aanloop de bevestiging dat zijn lichaam net zo sterk was als het jaar ervoor, toen hij op de langste afstand eindelijk weer superieur naar de wereldtitel gleed. Nooit diezelfde wondervorm. Kramer wist het wel maar vertelde het niet. „Ik ga voor goud”, bleef hij herhalen. Geen twijfel.

„Sven laat nooit zijn kwetsbaarheid zien”, vertelt vader Yep Kramer in januari 2010, terwijl hij op een vroege zondagochtend in een vrijwel leeg Vikingskipet van Hamar kijkt naar de warming-up van zijn zoon. Het EK is voor Kramer het laatste tussenstation naar de Spelen van Vancouver. Drie keer goud – 1.500 meter, vijf en tien kilometer – voor minder doet hij het niet. „Je moet de concurrentie nooit het idee geven dat er iets te halen valt”, doceert Yep. Sven leerde die essentiële topsportles al als jochie. Thuis zag hij zijn vader ’s ochtends creperen van de pijn aan zijn rug. Niemand die het wist. En ’s avonds schitterde Yep ‘gewoon’ weer als marathonschaatser. Onkwetsbaar.

Geen open boek

„No way”, reageert Kramer een paar jaar later spontaan, als de Amerikaanse coach Peter Mueller hem bij een wereldbeker in Berlijn vraagt of hij ooit een boek over zichzelf wil. Waarom niet? „Dan moet ik voor mijn gevoel ook echt alles vertellen en dat kan gewoon niet”, grijnst Kramer. „Ik kan niet altijd een open boek zijn”, zei hij laatst in De Telegraaf. Naar buiten geen verhalen over pijn, twijfel, angst. De geringste concessie kan het begin van het einde betekenen. Dus krijgt de buitenwereld één beeld: de superieure kampioen.

Bril af, vuisten gebald, vrolijke knipoog: Kramer na een wereldrecord. In maart 2007 verbeterde hij op de Olympic Oval in Salt Lake City het wereldrecord op de 10 kilometer. Foto Ramin Rahimian/Reuters

„Wereldrecord”, hoort hij coach Gerard Kemkers in 2005 roepen naar ploeggenoot Carl Verheijen aan het slot van de vijf kilometer. O ja? Roofdier Kramer komt terug uit geslagen positie en wint alsnog. Dat wereldrecord is voor hem, zijn eerste. Toonbeeld van kracht en souplesse, on top of his game in ‘eeuwige’ recordraces op vijf en tien kilometer in 2007. Of die nooit vertoonde versnelling waarmee hij zijn rivaal Håvard Bøkko de knock-out toedient op de tien kilometer bij het EK 2008 in Kolomna. Rondje 27,95.

Genadeloos ‘vermoordt’ hij elke tegenstander, jarenlang. „Ik kan beter stoppen”, jammert de Noor Eskil Ervik in 2006 in Berlijn, na een oorwassing op de vijf kilometer die al zijn motivatie wegneemt. Toppers als Chad Hedrick, Enrico Fabris, Håvard Bøkko, Ivan Skobrev, Jan Blokhuijsen of Koen Verweij gaan eraan. Zelfs de Amerikaanse grootheid Shani Davis weet al in 2008 dat hij na 2005 en 2006 nooit een derde keer wereldkampioen allround zal worden. „Sven en de rest, dat is schaatsen in twee verschillende klassen.”

Vier keer olympisch goud, tien Europese en negen wereldtitels allround. Twintig keer goud bij de WK afstanden, zes individuele wereldrecords. Met elke titel stijgt zijn status. Hij wordt miljonair en de hele sport profiteert mee, van de top tot tientallen ‘lifestylesporters’, zoals hij ze denigrerend noemt. Niemand spreekt de nummer één tegen. Sven kan nog veel harder, roepen zijn volgelingen. Hij zal het niet ontkennen, het geeft hem al vóór de start een voorsprong. Maar makkelijk winnen? Ze moesten eens weten.

Pas negentien is hij, als hij vlak voor het olympisch kwalificatietoernooi niet meer op zijn benen kan staan van de rugpijn. Dan al. Ogenschijnlijk achteloos plaatst hij zich op drie afstanden voor de Spelen. Wie weet hoeveel fysieke en mentale kracht het kost om Bøkko voor te blijven – neem die onmogelijke zege in Thialf november 2009. Al in de ‘wonderjaren’ tot Vancouver 2010 zien intimi hoe Kramer lijdt. Hij valt flauw van de pijn in de training, zegt ex-ploeggenoot Beorn Nijenhuis in 2014 tegen NUsport. „Sven neemt al jaren heel veel middelen tegen deze blessure.”

Na de Spelen van 2010, met het gemiste goud op de tien kilometer omdat Gerard Kemkers hem de verkeerde baan wijst, kan hij de realiteit niet langer in zijn voordeel buigen. ‘Bovenbeenblessure’, luidt de verklaring voor een jaar afwezigheid. Later onthult de Volkskrant een ‘vergiftiging’ met vitamine B6 als oorzaak. Maar een algehele burn-out dekt de lading beter. Hij is fysiek en mentaal op, vertellen mensen uit zijn omgeving aan NRC. Zijn onbegrensde wilskracht had hem „over het randje geduwd”, zegt coach Geert Kuiper. „Dan weet je het echt niet meer”, omschrijft ploeggenoot Douwe de Vries jaren later het wanhopige gevoel van zijn uitgeschakelde vriend.

Twijfel

Zelf geeft Kramer na een jaar zwijgen bijna terloops toe dat hij bij momenten had gedacht: ik kap ermee. Maar die twijfel valt weg tegen zijn nieuwe doel: alsnog goud op de tien in 2014. Drie jaar schaatst hij gedoseerd van prijs naar prijs, zonder te laten zien hoeveel pijn het kost. Pas op de Spelen, na zijn nipte nederlaag tegen Jorrit Bergsma op de tien kilometer, benoemt hij het probleem: de rug. Wie de achtergrond kent, zal hem nooit wegzetten als zoeker van excuses. Maar laat hij de achtergrond kennen? Een paar weken na de Spelen, bij zijn breuk met coach Kemkers, toont hij zich ongebroken optimistisch over de toekomst. „Ik ben niet iemand die snel opgeeft.”

Het dieptepunt uit zijn carrière: bij de Spelen van Vancouver (2010) wordt hij gediskwalificeerd nadat hij door coach Gerard Kemkers naar de verkeerde baan is gestuurd. Foto Jerry Lampen/Reuters

Nieuwe topprestaties in de ploeg van coach Jac Orie? Een oud-begeleider stelt in april 2014 in NRC dat Kramer „beter kan stoppen”, omdat hij steeds meer pijn moet lijden voor minder salaris. „Na Sotsji was hij belabberd”, zegt Douwe de Vries in 2017. „Het slechtste hoe ik Sven ooit heb gezien.” Zelf zegt Kramer dat hij zich met Orie meer richt op de 1.500 meter. Pas een paar jaar later, in de aanloop naar de Spelen van 2018, is hij open over zijn gebreken van toen. Twee operaties aan de luchtwegen, streptokokkenbacterie. „Na Sotsji was ik slechter dan na Vancouver. Ik was gewoon algeheel af.”

Mooie oerkreet, als hij zich in 2017 in de Gangneung Oval toch weer de beste van de wereld toont op de tien kilometer. Maar na twee valpartijen op de fiets in de olympische zomer is het onoverwinnelijke gevoel weg. Apart dat hij al vóór de Spelen zijn contract verlengt bij Jumbo-Visma, en zich verzekert van een toekomst bij de ploeg na zijn carrière. Waarom niet wachten om eventueel goud op de tien te verzilveren? Waarschijnlijk om dat hij al weet: ‘zijn’ vijf kilometer dat lukt nog, de tien niet meer. Door de muur duwen, zoals hij het zelf noemt, doet te veel pijn. Maar stoppen doet hij niet.

Geen intimidatie meer

Na de Spelen doet Kramer steeds minder moeite zijn fysieke problemen te verhullen. Geen intimidatie meer, hij prijst Patrick Roest als opvolger de hemel in. Dochter Kae mag schitteren op Instagram. Niet langer het eendimensionale beeld van de ongenaakbare winnaar. Wat rest is de kern van zijn sportbeleving. Zijn ritueel van een rondje beuken op de fiets met het vaste groepje: van Heerenveen richting Wolvega, rechts naar Nijelamer, Oldelamer, Munnekeburen, Kuinre, rechts naar Lemmer, dan Sint Nic, Joure en terug naar Heerenveen. Of een trainingskamp in de berglucht van Collalbo, hetzelfde oergevoel als vroeger met de familie in Inzell. En wie weet nog een ‘bonustitel’ toe, zoals het EK vorig seizoen.

Oud-toppers als Pieter van den Hoogenband en Michael Boogerd vertellen hem: beter dan nu gaat het niet worden, als je stopt is het voorbij. Hij weet het en verbijt de pijn. Hoelang nog voelt hooguit Kramer zelf. Maar hij zegt het niet. Nog niet.