Hebben de stakers hun doel bereikt?

Stakingen Over de hele wereld gingen dit jaar actievoerders de straat op. De burger liet in 2019 van zich horen en Nederland bleef niet achter. De hamvraag: hebben de stakers hun doel bereikt? NRC sprak zes demonstranten over hun motivatie om te demonstreren.
Foto's Dieuwertje Bravenboer

Santiago, Hongkong, Parijs, Utrecht. La Paz, Washington, Bagdad, Amsterdam. Quito, Beiroet, Madrid en Den Haag. Over de hele wereld gingen dit jaar actievoerders de straat op. Of het nu ging over milieumaatregelen, de prijs van een metrokaartje, lonen, een corrupte president of ‘onze groene toekomst’; de burger liet in 2019 van zich horen.

Nederland bleef niet achter. Boeren blokkeerden grensovergangen vanwege aangekondigde stikstofmaatregelen. Leraren legden hun werk neer omdat ze hun lonen te laag vonden. Klimaatstakers haalden de megafoon van hun grootouders uit het stof. Bouwers probeerden bruggen te slaan in het PFAS-debat. Verpleegkundigen streden voor meer aandacht voor de patiënt, in plaats van nog meer aandacht voor dossiers. En ook jeugdzorgwerkers stonden op voor meer geld naar de jeugd, in plaats van naar bureaucratie.

De hamvraag: hebben de stakers hun doel bereikt? Boeren sloten een akkoord met de regering, leraren krijgen er 460 miljoen euro bij en de klimaatactivisten hebben een Europese Green Deal. De bouwers hebben een hogere drempelwaarde van PFAS voor elkaar gedemonstreerd, verpleegkundigen krijgen acht procent loonsverhoging en jeugdzorg staat weer op de politieke agenda. Maar is het genoeg? NRC sprak zes demonstranten over hun motivatie om te demonstreren. De tendens is duidelijk: Er is hoop dat ze gehoord zijn, maar nieuwe protesten sluit niemand uit.

‘Onze vechtlust zal niet doodbloeden’

Foto Dieuwertje Bravenboer

Leraar Monique Kers (34)

Leraren staan niet bekend als de meest gretige stakers. Maar afgelopen jaar braken ze met die traditie. Monique Kers (34), onderwijsassistent op een school voor speciaal onderwijs in Nijmegen, was erbij. Ze stond op vrijdag 15 maart tussen veertigduizend collega’s op het Malieveld in Den Haag en was ook op woensdag 6 november in Arnhem, waar honderden leraren uit Gelderland zich verzamelden voor het provinciehuis.

Ze had liever gewoon gewerkt, vertelt ze. „Maar dit móést gewoon. Het is het enige wat we als personeel kunnen doen om duidelijk te maken dat er iets moet gebeuren. Dat we een acuut probleem hebben.”

Kers ziet elke dag wat er mis is in het onderwijs. Het vak wordt uitgehold, vindt ze, en de kwaliteit staat onder druk door het tekort aan leraren.

Haar salaris – „1.600 euro netto voor 32 uur werken”– houdt niet over, maar veel erger vindt ze de werkdruk. „Die is zo gigantisch hoog geworden dat ons werk eronder lijdt. Als er niet op korte termijn wordt geïnvesteerd in meer leraren, ben ik oprecht bang dat er een generatie kinderen opgroeit die het minder goed doet op school. Puur omdat wij onderbemand zijn en daardoor de kinderen niet de aandacht kunnen geven die ze nodig hebben.”

In het speciaal onderwijs loopt de druk nog hoger op, merkt Kers, door de bezuinigingen op jeugdzorg „Veel van onze leerlingen hebben daarmee te maken, zij worden dubbel getroffen.”

Of de stakingen zin hebben gehad? Kers denk even na. „Ik weet het niet … Ik word een beetje weemoedig van die vraag. Het positieve is: er is wel iets in beweging gezet. Er wordt veel over gesproken. Maar het gaat zo ontzettend traag en ik zie nog geen concrete veranderingen.”

Kers vond het fijn om haar stem te laten horen. En om „kracht te putten uit elkaar”. Om te merken dat je niet de enige bent die soms tegen de grenzen aanloopt. „Samen demonstreren werkt verbroederend. Ik dacht soms: misschien ligt het aan mij en ben ik gewoon een zeur. Daar ben ik nu wel vanaf.”

Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) komt eind januari met een aantal ‘noodplannen’ om de ergste lerarentekorten in de vijf grote steden aan te pakken, maakte hij half december bekend. In diezelfde periode staan twee nieuwe landelijke stakingsdagen gepland, op 30 en 31 januari. Die gaan door, zeggen de bonden, ondanks de loonsverhoging die eerder deze maand werd aangekondigd.

Kers zal er ook weer staan met haar spandoek. „Fijn hoor, die loonsverhoging, maar wij gaan door. De geest is uit de fles. Onze vechtlust zal niet doodbloeden.”

Patricia Veldhuis

Terug naar boven

‘Ik bood direct mijn diensten aan’

Foto Dieuwertje Bravenboer

Boer Arjen Schuiling (30)

Eigenlijk zou akkerbouwer Arjen Schuiling (30) uit het Drentse Tynaarlo registeraccount worden. „Bij Ernst & Young of zo.” Hij studeerde daarvoor in Groningen. Maar op 16 oktober 2011 sloeg het noodlot toe. Zijn vader beroofde zich van het leven. „Een uur later wist ik al: ik ga het bedrijf voortzetten. Ook al heeft hij me dat altijd uit de kop proberen te praten.”

Maar de zomer van 2018, het bedrijf was net van hem, was droog. Héél droog. De opbrengst van zijn bieten en aardappelen was dramatisch. „ Ik kwam in een zware dip terecht.”

De geschiedenis leek zich te herhalen. Nu was het niet alléén de landbouw die zijn vader de dood in dreef, „maar het speelde zeker een grote rol”. Het vele werken op de boerderij maakte zijn oudeheer eenzaam; de lage prijzen en de regels soms wanhopig.

Toen hij hoorde van een boerendemonstratie in Den Haag om tegen de stikstofplannen van met name regeringspartij D66 te ageren bood Schuiling direct zijn diensten aan. Een dag later zat hij met alle actievoerders aan tafel. „Of ik niet woordvoerder akkerbouw kon worden?” Schuiling reed kriskras het land door om collega’s te mobiliseren. In de aanloop naar 1 oktober onderhandelde hij met de gemeente Den Haag en de politie. „Ze wilden per se niet meer dan 75 trekkers toelaten. Ik zei hun: ook al zet je de koning zélf neer, boeren gaan dat veld op. Het werden er ruim 2.000.”

Daags na het protest verraste Schuiling vriend en vijand: hij stapte uit Farmers Defence Force en werd lid van de LTO. De gevestigde landbouwclub die hij eerder hekelde. „Met actievoeren alleen bereik je niets, we moeten gaan onderhandelen”, vertelde hij aan wie het maar wilde horen.

Tot hij op 16 oktober met een paar honderd boeren in Groningen op de Vismarkt stond. Schuiling klom op een trekker en vuurde de menigte met zijn meegebrachte megafoon aan. De dag dat provincies overstag gingen voor de eis om de boeren niet alleen te laten opdraaien voor de stikstofcrisis. Als de provincie niet wilde horen, dan moest de provincie maar voelen, was die dag zijn adagium. Een collega brak daarop de deur van het provinciehuis open. Schuiling sprong bij een jonge boer op de trekker. Die reed met kracht enkele hekken omver. „Gelukkig is niemand geraakt, maar nee, dit had nooit zo mogen gebeuren.”

Het Landbouw Collectief, waar dertien boerenorganisaties zich in verenigd hebben, schuift nu geregeld aan bij LNV-minister Schouten (ChristenUnie) en geeft aan „eindelijk” te worden gehoord. Als echter tóch tot gedwongen saneringen wordt besloten, kunnen ze zó weer op het Malieveld staan. Dat ze die kaart vooralsnog tegen de borst hebben kunnen houden, zegt alles over hun verbeterde onderhandelingspositie. Actievoeren blijkt te lonen.

In een paar maanden tijd transformeerde Schuiling van akkerbouwer in actievoerder en van bestuurder in iemand die op sociale media al tot trekkerterrorist werd gebombardeerd en uiteindelijk een dag in de cel heeft gezeten. „Heb je gezien”, zegt hij bij het afscheid van zijn erf, „dat er in Frankrijk en Duitsland kilometers trekkers staan? Dat is allemaal met onze actie begonnen.” Zelf houdt hij zich voorlopig even gedeisd. „Mijn naam staat groot op mijn trekker. Als ik erbij ben komen media direct op mij af. Terwijl, het gaat niet om mij. ‘Ik’ is in onze actie een verboden woord.”

Karel Smouter

Terug naar boven

‘We zijn onderbemand en heel druk’

Foto Dieuwertje Bravenboer

Verpleegkundige Marleen Eikelenboom (38)

Het allerleukst aan haar werk vindt Marleen Eikelenboom (38) de coachingsgesprekken met patiënten. Dat ze uitlegt hoe ze gezonder kunnen, en moeten, gaan leven. Ze is verpleegkundige op de afdeling Cardiologie van het Haaglanden Medisch Centrum. Aan die coachingsgesprekken komt ze alleen amper toe, vertelt ze, doordat er voortdurend te weinig personeel is. Ze is vooral aan het rennen.

Eikelenboom heeft actiegevoerd op 20 november en niet alleen die dag. Ze zit met zes medewerkers in het verpleegkundig ‘actiecomité’ van het Haaglanden MC en is lid van de FNV. Zondag 15 december werd bekend dat de cao voor ziekenhuispersoneel, na hulp van een bemiddelaar, rond is. Verpleegkundigen krijgen, gespreid over twee jaar, 8 procent loonsverhoging en een eenmalige toeslag van 1.200 euro. Wel moeten ziekenhuizen en verzekeraars er nog 210 miljoen euro voor vinden.

Is ze blij? „Ja en nee. Ja, omdat alle lonen stijgen en er meer geld is voor leerling-verpleegkundigen, wat hopelijk meer personeel aantrekt. Nee, omdat de onregelmatigheidstoeslag heel karig blijft. Met name voor gespecialiseerde verpleegkundigen die we nou net moeten houden.”

Onregelmatig werken is een van de moeilijke kanten van haar vak, zegt Eikelenboom. ’s Avonds, ’s nachts, altijd een ander ritme. En ze heeft twee kinderen. Marleen werkt 34 uur per week en verdient 2.100 euro netto.

Extra diensten draaien, om collega’s te ontzien en roosters vol te krijgen, doet ze niet meer. „Je weet dat íémand het moet doen maar ik moet mezelf beschermen, anders raak ìk opgebrand. Dus ik zeg ‘nee’ als ik om een extra dienst word gevraagd.”

Wat het werk ook zwaarder maakt dan tien jaar geleden is dat patiënten die in het ziekenhuis liggen veel zieker zijn. Ze zijn gemiddeld ouder en ‘hebben’ meer: hart én longproblemen. Of suikerziekte én nierproblemen. „Onze verantwoordelijkheid is dus groter. Als we medicijnen te snel toedienen of in nét de verkeerde dosering, dan kan dat ernstige gevolgen hebben voor de patiënt. We moeten dus voortdurend opletten. Dat is lastig als je onderbemand bent.”

Regelmatig ‘sluit’ het ziekenhuis bedden omdat er te weinig personeel is om de kwaliteit van de zorg te garanderen. „Patiënten komen dan op afdelingen waar bedden wél ‘open’ zijn maar de verpleegkundigen níét gespecialiseerd zijn in hun ziekte. Beleidsmakers moeten wakker worden. Er worden fouten gemaakt in ziekenhuizen door personeelstekorten. Er gaan te veel verpleegkundigen weg waardoor kennis en ervaring verloren gaan. De patiëntveiligheid is in het geding.”

Frederiek Weeda

Terug naar boven

‘Met z’n allen floten we
de minister uit’

Foto Dieuwertje Bravenboer

Jeugdzorgwerker Renna Himonetos
(44)

Ze kan er nóg kwaad om worden, al is het nu alweer zo’n tweeënhalf jaar geleden. Renna Himonetos begeleidde een tienermeisje, ze was suïcidaal. „Op een dag kreeg ik op mijn werk te horen: ‘Renna, je moet stoppen met de zaak, want je uren zijn op. We komen er financieel niet uit met de hoofdaannemer.’” Ze ontplofte zo’n beetje. „Dat kán niet, zei ik. Hoe halen jullie het in je hoofd? Ontsla me maar, ik ga hier niet tussenuit.”

Himonetos (44) werkt al meer dan twintig jaar in de jeugdzorg. Ze komt voornamelijk bij gezinnen thuis. Het laatste decennium zag ze de wetgeving in haar vakgebied bijna om de drie jaar veranderen. „Net als je eraan gewend bent, komt er weer een lading nieuwe regels of een nieuwe minister. Ik begrijp dat we moeten meegaan met de tijd. Dat er onderzoeken zijn die je moet bijhouden. Dat je moet digitaliseren. Allemaal prima. Maar ga niet bepalen hoe ik mijn werk moet doen.”

Sinds jeugdzorg in 2015 in handen kwam van gemeenten, stikt het van de formaliteiten. Welke zorg wordt ingekocht, verschilt per gebied. Himonetos: „Dat dat mág in Nederland vind ik heel bijzonder.” Tachtig procent van haar tijd moet ze volgens de huidige richtlijnen bezig zijn met cliënten, de rest met zaken als vergaderingen, intervisie en casuïstiek. „Leuk als je in een fabriek werkt. Maar in de praktijk totaal niet realistisch.”

Als ze bij een gezin is geweest, heeft ze tijd nodig om na te denken – om een strategie te bepalen voor de beste hulp. Maar die tijd is er niet. In plaats van naar kantoor te gaan, waar gestresste collega’s rondlopen, vlucht Himonetos na een huisbezoek vaak even de Kruidvat in. Of ze gaat een halfuurtje zwemmen. Om het vol te houden is ze soms burgerlijk ongehoorzaam. „Als ik weet dat ik er niet op aangesproken word, vul ik sommige onzinnige formulieren niet in.”

Ze was trots toen ze op 2 september op de Haagse Koekamp stond met duizenden collega’s. „Toen we met z’n allen Hugo de Jonge [minister van Volksgezondheid, CDA, red.] uitfloten, had ik wel even tranen in mijn ogen. Dat was lef ten top. Jeugdzorgmensen zijn brave types hè: altijd bezig met anderen, nooit met zichzelf. Mede dankzij de FNV wisten we elkaar nu te vinden. Massaal zeiden we: we pikken het niet meer.”

Van de maatregelen die het kabinet dit najaar aankondigde, is Himonetos niet onder de indruk. „Ik vind het half werk. Nog steeds wordt precaire zorg – die we in Nederland verplicht zijn te leveren – overgeleverd aan willekeur.” Eigenlijk hoopt ze dat de jeugdzorg weer volledig centraal wordt geregeld, onder toezicht van één overkoepelend orgaan. „Het positieve is: we staan in ieder geval op de agenda.”

Anne-Martijn van der Kaaden

Terug naar boven

‘Op het Malieveld voegden we de daad bij het woord’

Foto Dieuwertje Bravenboer

Bouwer Erik van Aaken (50)

Al drie generaties heeft de familie van Erik van Aaken (50) een grondverzetbedrijf. Sinds zijn grootvader in 1955 begon is het uitgegroeid naar een bedrijf dat 25 mensen werk biedt, en vanuit het Noord-Brabantse Eersel in heel Nederland grond verzet.

Maar in oktober stonden de kiepwagens van Van Aaken van de ene op de andere dag zo goed als stil. Op 8 oktober ging het ‘tijdelijke handelingskader’ in. Dat verbood dat grond waar meer dan 0,1 microgram PFAS per kilo in zit – de zogeheten drempelwaarde – verplaatst mocht worden. Zo moest voorkomen worden dat deze grond – vervuild met de synthetische stoffen PFAS die in antiaanbaklagen of in blusschuim zitten – verder verspreid zou worden.

De maatregel raakte Van Aakens bedrijf direct. Ik ben niet zo snel bang, maar deze consequenties waren heel plotseling, met directe gevolgen voor onze omzet en winst.”

Gelukkig, zegt hij, heeft hij tot nu toe zijn werknemers („ons grootste goed”) op andere manieren aan het werk kunnen houden. „Grondverzet is niet alleen grond transporteren, we konden ze bouwputten laten graven of op een machine zetten.”

Maar er moest wel iets veranderen. En dus ging Van Aaken, net als vele anderen in de bouwsector, op 30 oktober demonstreren. Van tevoren was hij bevreesd, zegt Van Aaken, of er wel collega’s zouden komen opdagen. „We springen niet zo snel op de bres. Maar de opkomst was goed.” Hij vond vooral de actie waarbij zo’n veertig kiepwagens zand op het Malieveld stortten prachtig. „Daar voegden we daad bij woord. Anders was het maar een statisch geheel geweest, een soort truck- en machineshow.”

Wat Van Aaken miste, waren toezeggingen. „Ik had echt gehoopt dat de bewindslieden direct een nieuwe, hogere drempelwaarde bekend zouden maken.”

Sinds de protesten eind oktober heeft het kabinet de drempelwaarde voor PFAS opgehoogd van 0,1 naar 0,8 microgram per kilo grond. Die maatregel heeft het werk iets makkelijker gemaakt, zegt Van Aaken, „maar de echte problemen zijn nog niet opgelost”. Door de strengere waarden zijn mensen terughoudend geworden, merkt hij. „De markt ligt op zijn gat door alle onrust. En alle grond moet gecontroleerd worden, dat kost geld. Wie gaat dat betalen?”

Dus of de demonstratie effect heeft gehad? Van Aaken twijfelt. „Ik denk wel dat het mensen in Den Haag heeft wakker geschud.” Een nieuwe actie sluit de grondverzetter uit Eersel niet uit. „Ik ben nog steeds bang dat we weer in een crisis raken. Dat zou rampzalig zijn. Dit land heeft nieuwe huizen, nieuwe wegen nodig.”

Sam de Voogt

Terug naar boven

‘Mijn vrienden lopen nu ook mee in demonstraties’

Foto Dieuwertje Bravenboer

Klimaatstaker Koen Blaauw
(16)

‘Ik zit in de harde kern van Youth for Climate Nederland”, zegt Koen Blaauw (16), terwijl hij een slok van zijn te hete chocolademelk neemt. „Begin dit jaar heb ik via Instagram gevraagd of ik bij de club mocht.” De organisatie is opgericht door een aantal leerlingen van Dalton Den Haag, een middelbare school. Blaauw zit zelf in 5 vwo op het Harens Lyceum, vlak bij Groningen. „Het is een eindje weg, maar ik heb het ervoor over”, zegt hij. Blaauw beheert de website van de organisatie en is nu met de zeventienkoppige groep bezig een nieuwe staking te organiseren. „Nu is het even wat rustiger, maar als de staking er weer aan zit te komen reis ik regelmatig naar Den Haag voor afspraken.” Hij wil scholieren in het hele land vertegenwoordigen in hun strijd voor een groener klimaatbeleid. „We hoeven niet altijd tégen iets te strijden, vóór iets kan ook.”

Blaauws groene overtuiging ontstond op vakantie in Kroatië, vier jaar geleden. Destijds was hij nog niet écht into het klimaat. „Maar ik was met iemand die vanwege de negatieve effecten op het klimaat vegetariër was geworden. Dat inspireerde mij.” Hij ging er meer over lezen, en werd gemotiveerder iets aan het klimaatprobleem te doen.

Hij werd ook vegetariër en overtuigde zijn ouders ervan zo min mogelijk het vliegtuig te nemen. Ook zijn klasgenoten moesten eraan geloven. „Die moesten wel even wennen ja”, lacht Blaauw. „Ze waren sceptisch over hoelang ik dat gekke groene gedrag ging volhouden.” Inmiddels is het merendeel van zijn vrienden vegetariër. Sommigen lopen ook mee in de demonstraties.

Op 7 februari organiseerde Youth for Climate de eerste grote staking voor het klimaat in Nederland, in navolging van landen als Zweden. Duizenden scholieren kwamen naar Den Haag om een protestmars te lopen, velen kregen toestemming van hun school. Blaauw: „We hadden tweeduizend jongeren verwacht, uiteindelijk kwamen er bijna tien keer zo veel mensen. We deden dit omdat we niet mogen stemmen, terwijl de politiek wel over ónze toekomst gaat.”

Volgens Blaauw hebben de acties – er volgden meer marsen en nóg een landelijke stakingsdag – geholpen. „We werden uitgenodigd in het torentje om met Rutte te praten, en nu is er de Green Deal van Frans Timmermans waarmee Europa het eerste klimaatneutrale continent moet worden. Allemaal goed nieuws waar wij zeker invloed op hebben gehad.” Tijd om te stoppen met staken is het volgens hem nog niet: „Jullie zullen onze stem nog lang aan moeten horen. Uiteindelijk gaan we de klimaatproblemen samen aanpakken. En je zult zien dat het gaat lukken.”

Jan van Poppel

Terug naar boven