Recensie

Recensie Boeken

Maarten ’t Hart: een schijtlaars met grote lust tot pesten

Maarten ’t Hart De man is zijn werk en het werk is de man, toont Elsbeth Etty sans gêne in een vermakelijke analyse van het oeuvre van ’t Hart. Het mooiste resultaat: je wilt dat oeuvre weer gaan lezen.

Illustratie: Paul van der Steen

Maarten ’t Hart werd onlangs vijfenzeventig jaar. Wat is hij in zijn leven tot nog toe allemaal geweest? Lezer, leermeester, provocateur, geloofsafvaller, tuinman, verjaardagenhater, vrouw, orgelspeler, kortom: ‘een gulzig beest’ (zoals hij zelf in een brief schreef), maar natuurlijk bovenal: schrijver. Schrijver over al deze zaken, en nog allerlei andere passies en afkeren.

Bij Maarten ’t Hart loopt alles in elkaar over. De man is zijn werk en het werk is de man. Toch liggen de verbanden soms net anders dan wordt gedacht, dan voor de hand ligt, meent Elsbeth Etty in Minnebrieven aan Maarten. Plezierig is vooral de enthousiaste toon van haar boekje. Etty steekt niet onder stoelen of banken een bewonderaar van ’t Hart te zijn. Ze herlas en analyseerde het oeuvre grondig en bevroeg de auteur in brieven en tijdens wandelingen over haar bevindingen, ‘sans gêne’. Ook vertelt ze het een en ander over de ontvangst van zijn werk door de jaren heen, en over discussies die hij in al die jaren voerde, bijvoorbeeld met andere scribenten. Ze blijft kritisch, al noemt ze hem een held en stelt ze onomwonden dat hij allang de P.C. Hooft-prijs had moeten krijgen.

Libido

Als ’t Hart stelt dat iets in zijn romans verzonnen is, zou het alsnog waar kunnen zijn; andersom geldt hetzelfde. Etty laat zien hoe weinig eenduidig feiten in fictie belanden, wat het literaire spel van Maarten ’t Hart zoal behelst. Hier en daar stuurt ze hem een beetje bij, ook als ’t Hart het daar niet mee eens is. Hij vindt bijvoorbeeld dat hij van zijn moeder een ‘schijtlaarzenaard’ erfde, dat hij een ‘ongelooflijke angsthaas’ is. Etty stelt dat hij met zijn humor en ‘onbedwingbare lust tot pesten’ duidelijk toch ook naar zijn vader aardt. Boeiend zijn vooral haar overdenkingen van waar de grote thema’s in ’t Harts romans op terug te voeren zijn. Dit voegt wat toe aan wat er al over bekend was en beweerd werd. Etty denkt als een biograaf die het oeuvre in samenhang met het leven duidt, al is dit boekje veeleer een gedachtewisseling met de schrijver zelf.

In de geciteerde reacties van Maarten ’t Hart, op Etty’s beweringen, staat veel vermakelijks. Bijvoorbeeld over zijn libido, dat hij, vergeleken met dat van Maarten Biesheuvel of Rudy Kousbroek, bescheiden acht: ‘verreweg het grootste deel van alle vrouwen, minstens 99,9 %, daar wil je toch voor geen goud mee naar bed. Ik zei altijd tegen hem [Kousbroek, red.]: wil je dan ook met Mrs. Thatcher naar bed? Ja ook, heel graag, zei hij dan.’

Maarten ’t Hart zelf transformeert al sinds zijn puberteit liever zelf tot vrouw dan andere vrouwen na te jagen. Wel kende ook hij ‘ontwrichtende verliefdheden’. Etty beschrijft hoe hij die verwerkte in zijn romans. Dat is best boeiend om te lezen, maar of, en in welke mate, hij ontrouw was aan zijn echtgenote, is dat niet zozeer. Hier en daar wordt wel wat veel doorgeëmmerd over dit soort zaken. Minnebrieven aan Maarten roept vooral het verlangen op om de meester zelf subiet (weer) te gaan lezen – en dat is een mooi resultaat.

Correctie (26 december 2019): Per abuis stond een foto van Maarten Biesheuvel boven dit stuk. Die is verwijderd.