Recensie

Recensie

Hoe Ajax zichzelf opnieuw uitvond

Ajax In 2019 was alles anders voor Ajax. Hoe de club zich ontdeed van de verstikkende erfenis van Cruijff, beschrijft journalist en Ajax-fan Menno Pot in een sprankelend boek.

Het was het jaar van Ajax, op het veld en in de boekhandel. (Auto)biografieën van Johan Cruijff, Piet Keizer, Marco van Basten, Simon Tahamata, Piet Schrijvers, Keje Molenaar, Wesley Sneijder, Abdelhak Nouri, Frenkie de Jong; op papier was de club in 2019 net zo gretig en uitputtend als in de Johan Cruijff Arena.

Er is, met de achtbaan van het afgelopen jaar nog vers in het geheugen, enige moed voor nodig om stil te staan bij de periode van vóór de wederopstanding. De ‘Coup van Cruijff’, ten onrechte een fluwelen revolutie genoemd, waar ging die ook al weer over?

Vooropgesteld: ook tijdens de machtsgreep van Johan Cruijff en zijn coterie van gelijkgestemde geesten (2010-2015) speelden zich dolle taferelen af in en om de Amsterdamse voetbaltempel. Maar een rollende bal was bijzaak. Die ‘idiote revolutie’, in de woorden van Marco van Basten in zijn onlangs verschenen autobiografie Basta, werd vooral uitgevochten op het trainingsveld en in de kantine van sportcomplex De Toekomst, alsmede in vergaderzalen, bestuurskamers en in woonkamers.

De Coup vormde, met de kennis van nu, het dieptepunt van wat journalist Menno Pot in zijn sprankelende boek over ‘het nieuwe Ajax’ terecht ‘elf grimmige jaren’ noemt: 2005-2016. Tekenend was dat rassupporter en seizoenkaarthouder Pot soms ‘spijbelde’. Liever sportziek op de bank thuis dan de barre tribune op om naar geestdodend voetbal te kijken.

Ajax werd weliswaar vier keer landskampioen onder trainer Frank de Boer, maar die successen werden behaald met steriel voetbal. En tegen een decor van, volgens Pot, ‘interne machtsstrijd, vergaderende commissies, revoluties en rondvliegende rapporten om de club weer aan de praat te krijgen’.

Rekeningen vereffenen

Wat blijft hangen in de stapel boeken waarin de Coup wordt besproken is de naargeestige sfeer van toen: afrekeningen en gekonkel in naam van Cruijff. Zo laat Simon Tahamata in De kleine dribbelaar optekenen dat het door hem gewenste contract als hulptrainer door hoofd opleidingen en Cruijff-pion Wim Jonk werd geweigerd. Achter de rug van Jonk stapte Tahamata vervolgens naar Ajax-meubelstuk en boezemvriend van Cruijff Rolf Grootenboer, waarna het ‘in korte tijd was geregeld. Ik kon fulltime aan de slag als trainer’.

Ook in de Cruijff-biografie van Auke Kok komt Grootenboer voor. Kok voert David Endt op, destijds teammanager. Volgens Endt moest je ‘oppassen wat je zei als Rolf in de buurt was’. Wie een rekening had te vereffenen, ging met Grootenboer ‘smoezen’. Endt: ‘Op die manier kwam Johan vaak op basis van horen zeggen – en buitengewoon gekleurd – tot zijn oordelen over Ajax.’

En dan is er nog Marco van Basten. Ook hij raakte verstrikt in de tentakels van Cruijff & co, nadat hij eerst wel en later niet of alleen onder curatele van een ‘adviesraad’ aan de slag kon als directeur. Een en ander culmineerde in een memorabel bezoek van Van Basten aan huize Cruijff in Amsterdam. Johan was er niet, zijn vrouw Danny deed open.

Zij kwam meteen ter zake: steunde Van Basten de plannen ‘van die Ten Have’, de tegenstander van Cruijff in de Raad van Commissarissen? Van Basten beaamde dat. Citaat: ‘Toen zei Danny: “Nou, als jij daar zo van overtuigd bent, dan ben je hier niet meer welkom. Dan kun je beter gaan.” Ik heb een moment getwijfeld. Moet ik hier nu enorm ruzie gaan staan maken? Maar tegelijkertijd dacht ik: als zij me wegstuurt, dan ga ik niet moeilijk doen. Dus toen ben ik de deur uitgelopen, heb de lift genomen en ben weggegaan.’ Met Cruijff, ‘idool, mijn voetbalvader en later een dierbare vriend’, kwam het niet meer goed.

Met zulke dierbare vrienden was het destijds kwaad plannen smeden. Maar wat is er van die plannen, van die visie, eigenlijk overgebleven? Ook Pot komt er niet omheen de erfenis van de Coup te behandelen. Veel verder dan dat er ook in 2019 door Ajax ‘in de geest van’ Cruijff wordt gevoetbald, komt hij niet. Het is tevens de enige lusteloze, ja obligate, opmerking in een verder origineel en goed geschreven boek, dat in het geweld van de egodocumenten van oud-spelers ten onrechte onderbelicht is gebleven.

Springlevend

Het venijn bij Pot zit in de ondertitel: hoe een club zichzelf opnieuw uitvond. Dat is ook zijn boodschap: Ajax heeft eindelijk afgerekend met het spook van de jaren zeventig, met de erfenis van het team dat drie keer op rij (1971-1973) de voorloper van de Champions League won, een erfenis die stolde tot zure ideologie: zo zag het ideale voetbal eruit. Zo moest het spel dat het Nederlandse clubvoetbal op de kaart zette, worden gespeeld.

Aan het ‘failliet van de oude Ajax-filosofie’ kunnen volgens Pot een wedstrijd en een datum worden geplakt: 8 mei 2016, uit tegen De Graafschap, in Doetinchem. Ajax moest winnen om kampioen te worden, maar bleef haken aan een zielloze remise. Een afgang die tot het vertrek van trainer De Boer leidde. En de aanzet tot een nieuwe lente.

Lees ook Het kon allemaal, bij het Ajax van 2019

In 2019 is alles anders. Ajax speelt onstuimig voetbal, in ‘een sfeer van saamhorigheid’ en met een onbevangen alles-of-niets mentaliteit. Onder leiding van een trainer, Erik ten Hag, die nadrukkelijk geen ‘Cruijffiaan, of exponent van de Cruijff-revolutie’ is. Van de 4-4 thuis tegen Heerenveen (20 januari) tot en met de 4-4 uit tegen Chelsea (4 november) is het vrijwel elke wedstrijd kassa. Ajax is de aanjager van krankzinnige duels en kolkende stadions.

En passant constateert Pot dat de Arena van karakter verandert: ‘veelkleurig, divers, jong, enthousiast en voor een paar goed waarneembare procenten niet-Nederlandstalig’. Witte mopperkonten-op-leeftijd die wedstrijden bezoeken in de veronderstelling dat vroeger alles beter was vormen nu een minderheid: ‘Met het wegvallen, afhaken en langzaam wijken van oude, verwende generaties Ajax-supporters verdwijnen ook oude dogma’s over wat Ajax zou moeten zijn en daarmee de sfeer van historisch bepaalde ontevredenheid.’

Zo beschrijft Pot Ajax en de Arena als brandpunt van een veranderend Amsterdam. Niets ontgaat hem. Het publiek in de Arena, de lichtvoetige filmpjes van Ajax-Media en het hiphopnummer ‘Herres’ van rapper Sevn Alias (Sevaio Mook) vormen de franje in zijn beschrijving van een voetbalclub die ineens springlevend blijkt te zijn. Exit spijbelen.