Zwemkampioen spotte met zwaartekracht: hij lag óp het water

Necrologie De Oost-Duitse zwemlegende Roland Matthes (1950-2019) gold als de ‘Mozart van het zwemmen’. Hij was het beu zich steeds tegen dopingbeschuldigingen te moeten verdedigen.

Kornelia Ender en Roland Matthes in 1976, na de Zomerspelen in Montreal, met al hun olympische medailles. Twee jaar later trouwden ze met elkaar.
Kornelia Ender en Roland Matthes in 1976, na de Zomerspelen in Montreal, met al hun olympische medailles. Twee jaar later trouwden ze met elkaar. Foto Getty

Zeventien jaar was zwemmer Roland Matthes toen hij een hoofdrol voor zich opeiste, tot tweemaal toe, op de Olympische Spelen van 1968 in Mexico – de laatste Spelen die door de meeste tv-kijkers in zwartwit werden aanschouwd, met grote witte cijfers van de tijdwaarneming onderin beeld. Het was de eerste keer dat Oost-Duitsland (DDR) op het olympisch toneel verscheen, en de uit Thüringen afkomstige Matthes won er goud op de 100 en de 200 meter rugslag, en zilver op de 4×100 wisselslag met de Oost-Duitse ploeg. Voordat de tiener naar Mexico vertrok was hij al wereldrecordhouder. En een jaar eerder al was hij voor de eerste van in totaal zeven keer verkozen tot Oost-Duits sportman van het jaar. Aan zijn olympisch succes op jonge leeftijd werd in 1985 nog eens herinnerd toen een zeventienjarig fenomeen aan de andere kant van de Muur, tennisser Boris Becker, Wimbledon won.

Mozart

Op vrijdag 20 december overleed Matthes in Wertheim (Baden-Württemberg), na een kort ziekbed en 69 jaar oud. Hij was de beste zwemmer die Duitsland kende en met de Amerikaan Aaron Peirsol behoorde hij tot ’s werelds meest succesvolle rugslagzwemmers: van 1967 tot in 1974 was hij onoverwinnelijk op dat onderdeel. Hoewel Matthes zijn successen, waaronder drie wereldtitels, behaalde in een duistere periode van staatsdoping in de DDR – hij ontkende zelf dat hij dope heeft gebruikt – hebben loftuitingen de overhand in de necrologieën die de afgelopen dagen verschenen. Vooral zijn elegante stijl wordt geroemd, en leverde hem bijnamen op als de ‘Mozart van het zwemmen’ en ‘de Rolls-Royce onder de zwemmers’. Matthes leek zich te onttrekken aan de zwaartekracht; het leek alsof hij óp het water lag in plaats van erin. Als een scheermes ging hij van start naar finish, schreef de Franse sportkrant L’Équipe.

Bob Schoutsen, de Nederlander die het in 1968 in de olympische finale van de 100 meter rugslag met zes anderen vergeefs opnam tegen Matthes, vertelt dat hij deze week een telefoontje van een andere oud-zwemmer kreeg. Die vond het vreemd dat het plotselinge overlijden van de Duitse zwemlegende zo weinig aandacht had gekregen in de Nederlandse pers.

Net als Matthes was Schoutsen pas zeventien toen hij de olympische finale zwom. De nu 69-jarige Nederlander tikte als zesde aan – goed voor een olympisch diploma dat later bij een verhuizing zoekraakte. Er had meer ingezeten, zegt de in Den Haag woonachtige Schoutsen nu, als hij zijn linkerpols niet had geblesseerd vlak nadat hij te horen had gekregen dat hij geselecteerd was voor de olympische zwemploeg. Hij was in zijn ouderlijk huis in Amsterdam uit het stapelbed gevallen, en sloeg het advies om naar de dokter te gaan in de wind. Hij verzweeg zijn blessure uit vrees dat hij uit de ploeg zou worden gezet. Dus verbeet hij de pijn en zorgde hij er in de olympische wedstrijden voor dat hij bij het keren en bij de finish zo uitkwam dat hij met rechts kon aantikken. In 1970, in militaire dienst, zou blijken dat Schoutsen twee jaar met een gebroken bot in zijn pols had gezwommen.

Roland Matthes won op de Olympische Spelen in Mexico (1968) goud op de 200 meter rugslag. Foto EPU/AFP

Mark Spitz

Nadat hij in 1970 eenmaal met Matthes op het podium had gestaan, in Barcelona waar de Oost-Duitser Europees kampioen op de rugslag werd en Schoutsen brons won, kwamen ze elkaar nog één keer in een olympisch bad tegen. Dat was in 1972 in München, waar de Amerikaan Mark Spitz met zeven gouden medailles de show stal. Matthes werd weer olympisch kampioen op beide rugslagnummers, won weer zilver met de 4×100 wisselslagploeg en brons op de 4×100 meter vrij. Schoutsen strandde op het nippertje in de series van de 100 meter rugslag. „Ik lag in de baan naast Matthes en we kwamen dicht bij elkaar. Ik lag net achter hem en zwom dus ook tegen de stroming van het water die ontstond omdat hij naar achteren sloeg. Ik miste de olympische finale op 4/100ste van een seconde.”

Schoutsen stopte na ‘München ’72’ en ging chemie studeren, Matthes wilde er ook mee stoppen maar ging op aandringen van de Oost-Duitse autoriteiten nog vier jaar door. Op zijn derde Zomerspelen, in Montreal, 25 jaar oud, won hij nog brons op de 100 rugslag. In Canada schitterde de vrouw met wie hij in 1978 zou trouwen, de toen zeventienjarige Kornelia Ender, de rivale van Nederlands beste zwemster uit die tijd, Enith Brigitha. De Oost-Duitse was de eerste zwemster die op één Spelen vier keer goud won, en viermaal met een wereldrecord.

Warme douche

Voor Matthes was die bronzen olympische medaille geen slechte afsluiting van een carrière waarvoor de basis was gelegd toen hij als tienjarige leerde zwemmen nadat hij in een vijver was gevallen, én gered. Matthes zou eigenlijk atleet worden, maar werd lid van de zwemclub in Erfurt. Thuis was er voor wasbeurten alleen de gootsteen; de warme douches bij SC Turbine Erfurt waren een doorslaggevende motivatie om voor de zwemsport te kiezen. De rest is geschiedenis.

Het sterrenhuwelijk van Matthes en Ender – alsof hier in Nederland Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn met elkaar zouden trouwen – was na vier jaar voorbij. „Zwemmen was het enige dat we gemeen hadden”, zou Matthes later zeggen over de verbintenis die de zegen had van de communistische partij. Na de scheiding werd hij naar eigen zeggen door de autoriteiten bestempeld als politiek onbetrouwbaar. Kwaadsprekerij over het systeem waarin hij opgroeide en een ster werd, was hem desondanks vreemd. In 1993, een paar jaar na de Wende en zijn verhuizing naar het westen, zei Matthes op een bijeenkomst in Berlijn van Oost- en West-Duitse sporters die in Mexico een medaille hadden gewonnen dat hij er ziek van werd zich voortdurend tegen dopingbeschuldigingen te moeten verdedigen, en dat het weerzinwekkend was dat DDR-sporters zich steeds weer moesten rechtvaardigen voor hun successen. In het westen van Duitsland was hij naar eigen zeggen alleen maar op afwijzing en desinteresse gestuit. Daarmee verwoordde Matthes, zo schreef sportverslaggever Dick Wittenberg in NRC, „de pijn van de verongelijkten”.

Gamen

In een uitgebreid tv-interview in 2012 keek Matthes op zijn loopbaan terug en probeerde hij het verval van de Duitse zwemsport te verklaren: een gebrek aan goede trainers, kinderen die liever voor tv zitten of gamen, de gebrekkige uitstraling van zwemmen vergeleken bij voetbal, tennis of autosport. En hij benadrukte dat het belangrijk is om vooral energie te stoppen in sportende kinderen die het podium níet halen. Als analist bij zwemwedstrijden voor de Duitse tv zag het grote publiek hem rond de eeuwwisseling nog een paar jaar voorbijkomen, maar de meeste tijd spendeerde hij in zijn praktijk als orthopeed. Sinds 2011 is in Erfurt het zwembad naar hem vernoemd, een paar honderd meter van de Gunda Niemann Stirnemann Halle, die de naam draagt van de (eveneens voormalige Oost-Duitse) schaatslegende.

Schoutsen bewaart goede herinneringen aan Matthes. Zelfs al zou die verboden prestatiebevorderende middelen hebben gebruikt, hij blijft voor hem een groot kampioen. Ze spraken elkaar destijds wel eens, vooral tijdens EK’s. „Een aardige vent. Hij sprak alleen Duits, mijn Duits was moeizaam.” Over veel meer dan zwemmen hadden ze het niet. Na de Wende heeft Schoutsen nog wel eens contact gezocht met Matthes. „Maar toen was dat niet zo makkelijk als nu met internet, om iemand op te sporen en een afspraak te maken. En je weet hoe dat dan gaat; dan komt het er niet meer van.” In elk geval heeft Schoutsen de foto’s nog van die ene keer dat ze samen op het podium stonden, bij het EK in Barcelona, bijna een halve eeuw geleden.