ING stribbelt tegen bij verstrekking dossier witwasschikking aan gerechtshof

Witwassen ING wil het OM ertoe bewegen zo min mogelijk stukken te verstrekken aan het gerechtshof Den Haag. Onderzocht wordt of de bank alsnog moet worden vervolgd voor faciliteren van witwassen.

Het hoofdkantoor van ING in Amsterdam. Het gerechtshof onderzoekt een witwaszaak waarbij ING betrokken was.
Het hoofdkantoor van ING in Amsterdam. Het gerechtshof onderzoekt een witwaszaak waarbij ING betrokken was. Foto Lex van Lieshout/ANP

ING probeert achter de schermen het OM ertoe te bewegen zo min mogelijk documenten te verstrekken aan het gerechtshof Den Haag dat onderzoekt of de bank en topman Ralph Hamers alsnog vervolgd moeten worden wegens het faciliteren van witwassen. Dat blijkt uit brieven van het OM en gerechtshof die deze week online zijn gepubliceerd door de Amerikaanse curator in de IB Capital-zaak: een beleggingsfraude die via ING-rekeningen liep.

ING sloot vorig jaar een recordschikking van 775 miljoen euro met het OM en kocht daarmee strafvervolging af. Op basis van vier fraudezaken stelde het Openbaar Ministerie (OM) in het onderzoek ‘Houston’ „breed falend” antiwitwasbeleid bij ING vast. In de schikking die het OM en de bank overeenkwamen, werd ING gevrijwaard van vervolging voor haar rol bij alle andere witwasgerelateerde kwesties van 2010 tot september 2018.

Lees ook dit achtergrondartikel over wat er mis was bij ING

Belangenorganisatie SOBI en twee gedupeerden van het witwasbeleid bij de bank (onder wie de Amerikaanse curator), begonnen daarop een artikel 12-procedure om ING alsnog voor de rechter te krijgen. Eind september oordeelde het gerechtshof dat drie partijen ontvankelijk zijn in de zaak.

Artikel 12-procedures vinden achter gesloten deuren plaats. De zaak spitst zich nu toe op de inhoudelijke behandeling. Daartoe heeft het gerechtshof bij het OM het onderzoeksdossier en onderliggende stukken van onderzoek Houston opgevraagd. Bij het proces rondom de verstrekking van die stukken roeren de advocaten van ING zich, zo blijkt uit de deze week gepubliceerde brieven.

775 miljoen terugbetalen

In november hebben twee gerenommeerde Allen & Overy-advocaten het OM er schriftelijk toe proberen te bewegen een aantal onderdelen van het onderzoeksdossier niet aan het gerechtshof te verstrekken. Het OM is daarnaast verzocht „strikt binnen de reikwijdte” van het informatieverzoek van het hof te blijven en „uitdrukkelijk” rekening te houden met de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen, onder wie ING-bestuurders. Ook stellen de advocaten dat op bepaalde stukken hun verschoningsrecht van toepassing is en dat deze niet mogen worden vrijgegeven.

Het OM heeft vervolgens deels naar ING geluisterd. Het besloot om meer stukken aan het gerechtshof te verstrekken dan ING wilde, maar om stukken waarop volgens de ING-advocaten verschoningsrecht rust achter te houden. Om „zoveel mogelijk aan de bezwaren van de zijde van ING tegemoet te komen” stelde het OM daarnaast voor om alle privacygevoelige informatie uit de Houston- stukken te verwijderen.

In een brief aan Van Oosten Schulz De Korte Advocaten, het Nederlandse advocatenkantoor van de Amerikaanse curator, schrijft het gerechtshof Den Haag dat de advocaten het strafdossier mogen inzien zodra de stukken zijn geanonimiseerd. Op basis daarvan kunnen zij hun eis dat ING vervolgd moet worden nader onderbouwen.

Indien het gerechtshof oordeelt dat ING of haar bestuurders alsnog vervolgd moeten worden, heeft dat grote consequenties. In de schikkingsovereenkomst is vastgelegd dat die wordt ontbonden als derden vervolging van de bank weten af te dwingen. De Nederlandse staat moet ING dan 775 miljoen euro terugbetalen.

Duidelijkheid daarover zal nog enige tijd boven de markt hangen. Het gerechtshof schrijft dat het oorspronkelijke plan om de behandeling van de artikel 12-procedure in december te vervolgen „te ambitieus is geweest” en dat de zaak waarschijnlijk in maart 2020 op zitting vervolg krijgt.

Een woordvoerder van ING wijst er desgevraagd op dat de bank formeel geen partij is in de artikel 12-procedure. „Aangezien die ING wel raakt, hebben onze advocaten zich tot het OM gericht met het verzoek op bepaalde punten de belangen van ING en een aantal medewerkers, bestuurders en klanten in ogenschouw te nemen bij het ter beschikking stellen van stukken uit het omvangrijke procesdossier.” Volgens ING is dat „een redelijk verzoek en zeker niet ongebruikelijk”.

Lees ook dit interview over waarom het OM voor een schikking met ING ging