Reportage

Alle klokkenluiders willen de Maria Magdalena, van een handzame 1.655 kilo

Klokkenluiden De klokkenluiders van de Dom in Utrecht stonden Eerste Kerstdag om kwart voor tien ’s ochtends op hun luidzolder. Ieder kreeg z’n eigen klok, het touw moet z’n werk doen. ‘Je moet luisteren naar wat de klok doet en daarop reageren.’

Op de luidzolder van de Domtoren in Utrecht
Op de luidzolder van de Domtoren in Utrecht Foto David van Dam

Het is Eerste Kerstdag, en in de Domtoren, 202 treden omhoog en dan links de deur door, de luidzolder op, staan om kwart voor tien ’s ochtends acht klokkenluiders op hun plek. Uit het plafond hangen de touwen die bevestigd zijn aan de klokken, een verdieping hoger. Luidmeester Annelies Smit kijkt op haar horloge. Het is eventjes stil.

Op haar teken begint het geluid. 111 decibel, dat klinkt van zo dichtbij met oorbeschermers op als een langdurende zoemmmmmm met hier en daar een uithaal: bimmmm, bámmmmm. In de eerste ronde worden vier klokken geluid, in de tweede ronde zes, in de laatste weer zes. In wisselende formaties van de in totaal veertien klokken die de kerk telt.

Het beeld: vier tot acht mensen die aan touwen hangen – sommige klokken zijn zo zwaar dat er twee personen voor nodig zijn. Eerst om de klokken op gang te krijgen – dat is het spannendste moment: slaat de klepel wel aan beide kanten van de klok? Diep door de benen zakken, het hele lichaam mee, alle kracht in de armen. Geconcentreerde gezichten. Soms een bovenlip waarop gebeten wordt, soms een onderlip.

Daarna blijven staan, het bovenlijf beweegt het touw alleen nog mee met de armen. De klokken hebben nu het juiste tempo. De kunst is om ze minutenlang zo te laten klinken. Zweetparels op voorhoofden. Een duim van de luidmeester hier, een aai over de schouder van daar. Dan: het stopteken. Twee handen die de luidmeester over elkaar van links naar rechts beweegt: niet meer aan de touwen trekken. De klokken mogen uitluiden. Handen als een koker om het touw, het touw zijn gang laten gaan. Tot het geluid wegebt.

Componist en dirigent tegelijk

Even weer stilte. De luidmeester is componist en dirigent tegelijk. „Ik ben de baas”, zegt Annelies Smit na afloop. De klokkenluiders krijgen van haar vooraf niet te horen welke klok aan wie toebehoort. „Dat moet je nooit doen, dan wil iedereen natuurlijk de Magdalena.” Klokken hebben namen, ze worden ook bij hun naam genoemd. Soms zo liefdevol alsof het over mensen gaat. „Magdalena is belangrijk en favoriet.”

In dit geval is de Maria Magdalena 1.655 kilogram, een gewicht dat nog te hanteren is. Smit is dagen van te voren bezig met het maken van een draaiboek, welke luider in welke ronde bij welke klok staat. „De zware klokken kan niet iedereen. Michaël weegt 3.343 kilogram en is moeilijk om aan de gang te krijgen. Dat kan alleen met z’n tweeën.”

Geen klok is hetzelfde en dezelfde klok kun je op verschillende manieren luiden. Niet te hard, niet te zacht – dat is perfect. Het touw, en daarmee de klok, is leidend. Het heeft geen zin om te tellen tussendoor. Het gaat er ook niet om hoe sterk je bent, het is de techniek die werkt. Je moet luisteren naar wat de klok doet en daarop reageren. Bij iedere slag van de klepel voelen de klokkenluiders het touw trillen.

Na de eerste ronde loopt de luidmeester over zolder. „Kan iedereen bij zijn touw gaan staan, ik wil overzicht hebben.” Om tien uur beginnen de klokken weer. Het uurwerk van de toren is leidend. Als de tandwielen hard beginnen te draaien, slaat de klok normaal gezien tien. Maar omdat de Dom in onderhoud is, gebeurt dat nu niet. Alleen aan het uurwerk is af te lezen wanneer de klok heel of half slaat. De klokkenluiders kijken vaak op hun horloge.

Je beluistert alleen je eigen klok

„Je luistert eigenlijk alleen naar je eigen klok”, zegt klokkenluider Margriet Broekman, een beetje zoals je ook in een orkest vooral je eigen instrument hoort. Waar denkt ze aan als ze aan die touwen trekt? „Aan wie die klok allemaal sinds 1505 hebben geluid. Dat is zo bijzonder.” Er zijn dingen, zegt ze, die je als klokkenluider niet moet doen. Een sjaaltje dragen, dat kan misgaan met het touw, als je een van de uiteinden per ongeluk meetrekt. Of hakken dragen, dan sta je niet stabiel.


Foto’s David van Dam
Foto’s David van Dam

De jongste luider vanochtend is Luka Goddijn (16), sinds twee jaar klokkenluider. Hij is, vertelt hij, altijd gefascineerd geweest door klokken. Maar het is niet iets waar zijn klasgenoten „per se vanaf hoeven te weten”. Niet iedereen vindt klokkenluiders cool. De oudste klokkenluider is Kees Blomhert (73). Of eigenlijk: aspirant-klokkenluider. Dit is pas de vierde keer dat hij mag luiden. Hij is begin december aan zijn opleiding begonnen, die duurt een jaar. Iedere klokkenluider moet leren omgaan met elke klok in Utrecht.

De wachtlijst is lang: Blomhert heeft 2,5 jaar moeten wachten. Het veertigjarige Utrechts Klokkenluiders Gilde (UKG), waar deze klokkenluiders lid van zijn, telt negenhonderd leden. En er is weinig doorstroom, zegt Wilbert van der Hulst (56). „Het heeft iets verslavends: wie begint, wil niet meer stoppen.’’ Hij is luidmeester, opleider en al 36 jaar betrokken bij het Utrechtse gilde. De tachtig luiders doen duizend luidingen per jaar. Dit jaar raakten ze een paar klokken kwijt, nadat een kerk sloot. De samenstelling van het gilde, benadrukt hij, is een doorsnee van de samenleving. Een notaris; iemand die bij de plantsoenendienst werkt; een verpleegster, een hoogleraar. Zelf is hij ambtenaar bij de gemeente Rotterdam.

Verlosserkathedraal in Moskou

Een keer per jaar gaan gildeleden naar een buitenland om daar de klokken te luiden, dit jaar was dat Italië. „Het maakt niet uit dat we elkaar niet verstaan”, zegt Van der Hulst. „Klokkenluiders zijn uit hetzelfde hout gesneden, wij begrijpen elkaar ook als we elkaars taal niet spreken. We delen een grote fascinatie voor klokkenluiden. En voor de praktische zaken gebruiken we Google Translate.” De mooiste klok die hij ooit heeft mogen luiden staat in het Russsische Moskou, in de Christus Verlosserkathedraal.

Van der Hulst kreeg deze Kerstavond een lintje voor zijn werk bij het klokkenluidersgilde. Trots op zijn lidmaatschap van de Orde van Oranje Nassau is hij zeker. Er is nog wel één puntje van orde: „In de draaginstructie staat dat ik het lintje alleen op mag spelden op een colbert, tijdens speciale dagen zoals dodenherdenking. Maar het gilderstenue is zonder colbert.” Hij zal het Kabinet van de Koning erover mailen.