Analyse

Terugkeer van het recht van de sterkste

De Wereld In de jaren 10 bleef niets hetzelfde in de internationale verhoudingen. Machthebbers gingen het nationale eigenbelang schaamteloos boven alles stellen, een nieuwe grootmacht brak door en in ‘Brussel’ kwam ineens ijswater uit de douche.

Wereldleiders tijdens de G7-bijeenkomst in Taormina, Italië, in 2017.
Wereldleiders tijdens de G7-bijeenkomst in Taormina, Italië, in 2017. Foto Sean Kilpatrick/ AP

Het was voor veel Europese regeringsleiders de eerste persoonlijke kennismaking. En het was meteen raak. Donald Trump maakte een onuitwisbare indruk.

Tijdens het warme Hemelvaartweekend van 2017 waren er twee topconferenties vlak na elkaar. De NAVO-top ter gelegenheid van de opening van het nieuwe hoofdkwartier in Brussel, gevolgd door een bijeenkomst van zeven grote industrielanden (G7) op Sicilië. Het was Trumps maidentrip naar het continent waar zijn beste vrienden wonen.

Er hing onzekerheid in de lucht. De nieuwe leider van het vrije Westen, net een paar maanden in functie, had zich laatdunkend uitgelaten over NAVO en Europese Unie. Eerste ontmoetingen met Europese leiders als Angela Merkel en Theresa May in het Witte Huis waren niet goed verlopen. De NAVO-topconferentie was op voorhand afgeslankt tot een NAVO-diner omdat Trump zich niet lang op één onderwerp zou kunnen concentreren.

Na afloop was moeilijk te zeggen welk beeld het meest verontrustend was. Donald Trump en Emmanuel Macron, de jeugdige Franse president die overkookte van dadendrang, hielden een wedstrijdje handje knijpen. Dat kon je nog als ludiek machovertoon zien. Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, zei na zijn eerste ontmoeting met Trump dat hij niet zeker wist of Trump en hij het eens waren over Rusland. Dat was al verontrustender. Veel aandacht kreeg ook het ellebogenwerk waarmee Trump de leider van mini-staatje Montenegro opzij veegde opdat hij zelf op de eerste rij kon staan.

Gezellig werd het niet. Trump was boos op de Europeanen omdat ze hun krijgsmacht niet op orde hadden en te weinig investeerden. De NAVO-bestedingsnorm van 2 procent van het bruto binnenlands product haalde vrijwel niemand. Trump riep dat het eigenlijk 4 procent moest zijn!

De toon was gezet. Merkel en Macron probeerden Trump er nog van te weerhouden het Klimaatakkoord van Parijs vaarwel te zeggen. Dat lukte niet. Merkel vloog naar huis en zei dat Europa in de toekomst meer voor zichzelf moest opkomen.

Nu was er een Amerikaanse president die tornde aan de vriendschap en het clubgevoel

De kennismaking met Trump was een schok. Europese leiders realiseerden zich dat de Atlantische band, basis van Europa’s naoorlogse vrede en bloei, op het spel stond. Er waren vaker hooglopende conflicten geweest tussen Europa en de VS – over handel, over oorlogsvoering in het Midden-Oosten, over de stationering van raketten. Maar nu was er een Amerikaanse president die aan de vriendschap en aan het clubgevoel zélf tornde. Sterker, de president die eigenlijk Europa’s beste vriend behoorde te zijn stelde zich op als vijand.

Trumps wereld bleek een wereld van ieder voor zich, van autonome nationale staten die zich niets laten zeggen door internationale organisaties, niet geven om internationale verdragen – behalve als dat net goed van pas komt. Een wereld waarin het recht van de sterkste wordt opgewaardeerd en samenwerking wordt afgewaardeerd.

Niet alleen Trump heeft het Westerse model – vrije markt, democratie, open grenzen, mensenrechten – in de jaren 10 zwaar op de proef gesteld. Ook de presidenten Xi Jinping en Vladimir Poetin hebben de machtsverhoudingen dit decennium ingrijpend veranderd. Poetin zette Rusland weer op de kaart – in Oost-Europa en in Syrië. Xi groeide in China uit tot onbetwist heerser en begon in de hele wereld het Chinese belang te behartigen. Er ontstond kortom een nieuw, ruig spel tussen grote machten.

En Europa? Europa werd langzaam wakker en probeert nu een antwoord te vinden op de verschuivingen. Een ervaren diplomaat zei het bij een slechte Chardonnay in een lege Brusselse pub dit najaar zo: „Alles wat nu gebeurt, had je tien jaar geleden gewoon niet voor mogelijk gehouden. En het gaat ook zó snel!”

De rotzooi van bankiers

Politiek gezien begonnen de jaren 10 in 2008, met de verkiezing van Barack Obama tot president van de Verenigde Staten en de bijna-instorting van het wereldwijde financiële systeem. De lawine aan financieel-economisch onheil die begon bij de ondergang van zakenbank Lehman Brothers bracht economische rampspoed én existentiële twijfel. De vrije markt en de ondernemingsgewijze productie waren toch niet zo betrouwbaar als Wall Street decennia had beweerd. Opeens moesten ambtenaren en politici de rotzooi opruimen die bankiers hadden veroorzaakt.

En dat terwijl de vrije markt in 1989 een ongeëvenaarde triomftocht leek te zijn begonnen. Het communisme was geïmplodeerd, het Westen had gewonnen, dáár wilde iedereen bij horen. De NAVO en EU verwelkomden het ene nieuwe lid na het andere. In 2008 kwam aan die zegetocht een einde. De Masters of the Universe hadden een wervelwind van rommelhypotheken, faillissementen en nationalisaties in gang gezet waarmee het westerse systeem aan legitimiteit inboette. In Beijing en Moskou zagen ze dat natuurlijk ook. Zo onaantastbaar als de arrogante westerlingen het deden voorkomen was dat Westen niet.

In de zomer van 2008 gebeurde er nóg iets dat zijn schaduw vooruit zou werpen op het komende decennium. Het Rusland van Vladimir Poetin begon een oorlog in Georgië. De nieuwsbulletins klonken als berichten uit een verloren gewaand tijdperk. Russische tanks in Europese bossen. Georgië was ver weg en het conflict was voorbij voordat de meeste West-Europeanen terug waren van vakantie – maar het was goed geweest als het Westen het beeld van Poetin op dat moment al had bijgesteld. De ‘vijfdaagse oorlog’ was de grootste demonstratie van Russische militaire macht sinds het einde van de Koude Oorlog.

In 2014 annexeerde Poetin de Krim en mengde zich in de burgeroorlog in Oekraïne. Dit leidde tot grote nervositeit in Oost-Europa. Als hij een stukje Oekraïne inpikt, waarom zou hij dan niet ook iets proberen in de Baltische staten of op de Balkan? Het Westen reageerde nu wel voortvarend en deed Rusland in de ban. Er werden economische sancties opgelegd, contacten werden verbroken. Nederland werd in die zomer meegesleurd in de wereldpolitiek toen een Russische raket boven Oost-Oekraïne vlucht MH17 neerhaalde en 298 mensen om het leven kwamen, onder wie 189 Nederlanders.

Vaak hoorde je zeggen: de Koude Oorlog is terug. De secretaris-generaal van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de Italiaan Lamberto Zannier, noemde de situatie tijdens een bezoek aan Den Haag in 2016 eigenlijk nog zorgelijker dan vóór 1989. In de Koude Oorlog was er tenminste nog een gesprek met Moskou – nu zijn de lijnen dood.

De NAVO-landen spraken forse investeringen af in hun krijgsmacht. Defensie-uitgaven stijgen weer, met tientallen miljarden per jaar. Het bondgenootschap begon ook aan een meerjarenplan om de verdediging van de Oostflank te verstevigen. In Brussel werden oude plannen voor de verdediging van Europa weer afgestoft.

De vergelijking met de Koude Oorlog is te gemakzuchtig. Rusland is niet de Sovjet-Unie en de wereld is niet zoals destijds in twee ideologische blokken verdeeld. De huidige oost-west-patstelling heeft een eigen dynamiek met de middelgrote macht Rusland die een lang conflict met het Westen niet zou winnen, maar sterk genoeg is om met weinig middelen veel onrust te creëren. En blijvende overwinningen te boeken. Op een Russische iPhone is de Krim sinds dit najaar Russisch.

Jihadistische aanslagen

De stewardess op de Brusselse luchthaven Zaventem. De zwarte truck op de kerstmarkt in Berlijn. De feestgangers op de Promenade des Anglais in Nice. Iedereen draagt wel een beeld bij zich van het leed en de ontzetting veroorzaakt door jihadistische terreur. De westerse wereld had al eerder kennisgemaakt met radicaal-islamitisch terrorisme, maar opeens was het terug. Tussen 2003 en 2018 werden volgens de AIVD in het Westen 112 jihadistische aanslagen gepleegd, driekwart daarvan tussen 2014 en 2018.

Elders in de wereld kwamen in die periode tienduizenden mensen door terrorisme om, maar als de terrorist opduikt in je eigen wijk maakt dat nu eenmaal meer indruk. De terreur was een aanval op de waarden van het Westen. Het was het exportproduct van het kalifaat van Islamitische Staat, een onwaarschijnlijk bloeddorstig regime dat tussen 2014 en 2018 in Syrië en Irak een gebied beheerste zo groot als het Verenigd Koninkrijk. Het kalifaat werd, mede dankzij omvangrijke bombardementen onder leiding van de VS, vernietigd maar de geest van IS is daarmee nog niet verdreven.

Syrië veranderde dit decennium in een tranendal. Wat in 2011 begon als de Syrische variant op de Arabische Lente, verwerd tot een gecompliceerde burgeroorlog met inmenging van buitenlandse machten. In een kleine tien jaar werd het land volledig ontwricht, stierven honderdduizenden en raakten miljoenen ontheemd.

Mede door de oorlog in Syrië kwam een vluchtelingenstroom op gang richting Europa. Schier eindeloze kolonnes trokken via Turkije en Griekenland naar het noorden. De migratie zette de parlementaire democratie in Europa onder enorme druk: hoeveel gastvrijheid kon het Westen opbrengen? Schaffen wir dass?, zoals kanselier Merkel zei? Of was haar morele appel een tactische blunder die migranten alleen maar aanmoedigde? Veel kiezers zagen immigratie niet als verrijking maar als bedreiging. Europa begon serieus werk te maken van het afgrendelen van het eigen grondgebied, vanaf 2021 moet een permanent korps van 10.000 grenswachten de EU beveiligen.

De Syrische dictator Bashar al-Assad, die er niet voor terugdeinsde chemische wapens in te zetten tegen zijn eigen bevolking, bleef intussen in functie. Oorspronkelijk dacht het Westen nog dat Assad vroeg of laat het veld zou moeten ruimen, maar met de Russische interventie in 2015 keerden zijn kansen ten goede. Rusland en Iran hielpen hem aan de overwinning. Nu gezocht wordt naar een nieuwe toekomst voor Syrië, staat het Westen buitenspel.

Take back control

Donald Trump wijst de verantwoordelijkheid voor vrede en welvaart in de rest van de wereld van de hand. Onder Obama waren de VS zich al terughoudender op gaan stellen. Obama had Trump in zekere zin de weg gewezen – al zal Trump dat tot zijn dood ontkennen.

Trump komt niet alleen op voor zichzelf en zijn land, hij moedigt andere leiders aan hetzelfde te doen. In de tempel van het mondiaal overleg, de VN, zei hij het in 2018 zo: „We wijzen de ideologie van ‘globalisme’ af en we omarmen de doctrine van patriottisme.” Trump is het boegbeeld van een politieke stroming die het nationale belang vooropstelt.

Hij verkoopt die gedachte onder de banier van America First. In het Verenigd Koninkrijk bedacht politiek adviseur Dominic Cummings de briljante slogan Take Back Control. Die sprak kiezers aan die vonden dat ze iets kwijt waren geraakt waar ze recht op hadden. De slogan was effectief: een krappe meerderheid van de Britten die de moeite namen een stem uit te brengen vond in 2016 dat hun land weer op eigen benen moet staan, los van de Europese Unie.

Voor ‘Brussel’ was het alsof er opeens ijswater uit de douche kwam. De geschiedenis van de Europese samenwerking was er een van uitbreiding, van groei. Nu wilde een lidstaat er per se uít, dat was nog niet eerder vertoond! Het vertrek van de Britten betekent een verzwakking van de EU, maar het leidde bij de achterblijvers op den duur ook tot een herwaardering van de samenwerking. Ook al omdat de wereld buiten Europa in de jaren 10 zo snel veranderde.

Een nieuw epicentrum

De opkomst en ondergang van wereldmachten is een kwestie van decennia – of langer, maar er zijn ook momenten dat opeens tot iedereen doordringt dat de verhoudingen zijn verschoven, dat een oude supermacht concurrentie heeft gekregen van een nieuwe, dat er een nieuw epicentrum is bijgekomen. Het China-moment viel in de jaren 10.

President Xi Jinping breidt zijn invloed systematisch uit. Niet meteen om de wereld te beheersen, wél om het Chinese belang tot in elke uithoek te behartigen. In 2049 moet het enorme land volgens het officiële devies ‘machtig, eengemaakt, onverslaanbaar, welvarend en gelukkig’ zijn.

De economische spurt van China met duizelingwekkende groeicijfers dwong in eerste instantie vooral bewondering af. Iedereen wilde handel drijven met China en Chinese investeringen en leningen waren natuurlijk overal welkom. Oorspronkelijk was de veronderstelling zelfs dat het land zich vroeg of laat zou ontwikkelen naar Westers model. Dat was een misrekening.

Xi (66) werd in 2012 partijleider en in 2013 president. Hij vergrootte de macht van de partij en kreeg zelf trekken van een onaantastbaar heerser. Onder zijn leiding nam de binnenlandse repressie toe. De limiet op presidentiële termijnen werd geschrapt en in de westelijke provincie Xinjang werden miljoenen Oeigoeren, een islamitische minderheid, opgeborgen in opvoedingskampen.

Was het wel zo slim om Chinese bedrijven de nieuwe generatie internet te laten aanleggen?

De bewondering maakte tegen het einde van het decennium in het Westen gaandeweg plaats voor argwaan. Was de Chinese expansie wel zo onschuldig? Was het wel zo verstandig om Chinese bedrijven de nieuwe generatie internet 5G te laten aanleggen? Was de concurrentie met Chinese staatsbedrijven wel fair? En als landen economisch afhankelijk worden van China, hoe kritisch zijn ze dan nog de tegenover de nieuwe geldschieter? Europese landen met grote Chinese investeringen kozen in de VN opeens de kant van China.

De EU ging China omschrijven als ‘systemic rival’. De naïviteit werd afgelegd, maar er wordt nog gezocht naar een balans tussen de economische verlokkingen van handel met China en gepaste achterdocht in de omgang met een nieuwe, niet-democratische grootmacht.

Comfortzone

De jaren 10 was een decennium van muren optrekken, niet afbreken. Van hogere militaire uitgaven, niet van vredesdividend. Van machtsrealisme, niet van idealisme. Van terreur in de wijk en nieuwe vijandschappen op het wereldtoneel.

In de jaren 10 werd het Westen, om het in jarentientaal te zeggen, uit zijn comfortzone gehaald. Nederland ging meer investeren in diplomatie en defensie. Op de drempel naar de jaren twintig trad in een Brussel een „geopolitieke” Commissie aan, die „de taal van macht” wil spreken. Losser van de VS, uitgedaagd door Rusland, belaagd door China en grenzend aan het immer onrustige Noord-Afrika en Midden-Oosten zit er niets anders op dan een herbezinning op de eigen macht. In de jaren 10 werd de kwetsbaarheid herontdekt.